Draai dan 7,9,7,2,0,4…

Bruno Leijnse Redacteur bij Trends

Het lijkt erop dat we over een jaar of twee enkele cijfers méér gaan intikken als we iemand bellen. Ook binnen de zone. Het BIPT werkt namelijk aan een nieuw nationaal nummerplan.

In België dreigt een tekort aan telefoonnummers. Het stijgend aantal abonnees, het succes van de GSM, de tweede lijn, ISDN, de directe inkiezing en last but not least de komst van nieuwe operatoren… het slorpt handenvol nummers op en de voorraad is beperkt. Stille zones zoals Ronse of Aarlen kunnen nog een tijd voort, maar vanaf 2000 wordt de kans op schaarste reëel in Charleroi en in 2001 in de zones Leuven en Hasselt.

Beperkte oplossingen zoals ze de voorbije jaren zijn toegepast in de zones Gent, Luik of Hasselt, brengen maar tijdelijk soelaas. Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) vindt dat het tijd is voor een aanpassing van het hele nationale nummerplan. In lekentermen: een verandering van alle 7,8 miljoen telefoonnummers.

Het is een operatie

zonder voorgaande. Het huidige nummerplan dateert van 20 juli 1974, toen gewone telefonie nagenoeg de enige telecommunicatiedienst was en Belgacom de enige operator. De kosten van een dergelijke fundamentele wijziging aan het nationaal nummerplan zijn aanzienlijk, geeft ingenieur-adviseur Jan Van Nieuwenhuyse van het BIPT grif toe. De operatoren moeten de software in hun schakelaars en hun supportsystemen, zoals facturatie en klachtendienst, aanpassen. France Télécom schatte die pil bij de jongste Franse nummerplanwijziging voor zichzelf op 5 miljard Franse frank (bijna 31 miljard frank) over vijf jaar, een sensibiliseringscampagne van 120 miljoen Franse frank inbegrepen.

Maar volgens woordvoerder Wim De Rynck van Belgacom zullen de kosten voor de eindgebruikers toch nog vier of vijf keer hoger liggen dan die voor de dominante operator. “Grof geschat zullen de kosten voor de eindgebruiker tussen tien en vijftig euro per nummer liggen,” denkt Van Nieuwenhuyse. “Tien euro als het gaat om een eenvoudige nummerverandering, vijftig euro voor een complexe.” Omgerekend is dat een vork van 3 tot 15 miljard frank voor België. Vooral aanpassingen aan het handelsdrukwerk (briefpapier, naamkaartjes, facturen…), catalogi, reclamedrukwerk, schilderwerk op auto’s en gevels en de programmatie van de particuliere telefooncentrales wegen door. Handelsdrukwerk is in België goed voor 13,5 miljard frank per jaar volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS), maar de grafische industrie verwacht geen boom. “Misschien wel een extraatje,” denkt adviseur Dirk Salens van Febelgra. Behalve de directe kosten, zijn er trouwens nog de indirecte kosten, zoals de omzetverliezen voor “onbereikbaar” geworden zakelijke abonnees.

“Maar u moet zeer voorzichtig omspringen met die kostenschattingen,” waarschuwt Jan Van Nieuwenhuyse. “Veel hangt af van het soort nummerverandering – als je met een eenvoudig regeltje het nieuwe nummer kan afleiden, is de impact een stuk kleiner – en van de manier waarop men anticipeert. Als men toch nieuwe visitekaartjes moet laten maken en men houdt rekening met de nummerwijziging, dan is de kost nul.”

“Hoe langer de aankondigingstermijn is naar de samenleving toe, hoe lager de kosten zijn. Iedereen kan zich beter voorbereiden,” beaamt ook Walter Verbeke, verantwoordelijk voor regelgeving bij Telenet.

De reclameagentschappen

kunnen zich al beginnen warmlopen voor wat ongetwijfeld één van de grootste sensibiliseringscampagnes van de komende jaren wordt. Wie die campagne zal betalen, is trouwens nog onduidelijk.

Toekomstbestendig

De noodzaak zelf van de wijziging van het nummerplan staat niet ter discussie. Jan Van Nieuwenhuyse: “Er zijn niet alleen de klanten in de basisdienst, die we wegens gebrek aan nummers niet zullen kunnen aansluiten. Er is ook de snelle expansie van nieuwe diensten – kijk naar het Internet. Om over drie tot vijf jaar de nieuwe diensten te kunnen uitbouwen waarvan we nu de embryo’s zien, moeten we voldoende nummers hebben.”

Als een goede huisvader moet het BIPT dus een nummerplan ontwerpen dat zuinig is met het nummerpotentieel én ruimte schept voor toekomstige ontwikkelingen én zo weinig mogelijk verandert aan de bestaande situatie. Een delicate evenwichtsoefening. Het BIPT wil vooral ruimte vrijhouden voor “niet-geografische” diensten, zoals mobilofoon en semafoon, virtuele “corporate” netwerken, gratis 0800-nummers en dure 0900-nummers (infokiosk) en voor de toekomstige ster in de telecommunicatie: de persoonlijke nummerdiensten. Deze laatste kennen een uniek en permanent communicatienummer uit de 07-reeks toe aan personen, die zich inschrijven bij een dienstverlener, die voor hen een “follow me”-dienst organiseert, over netwerken, diensten en telefoonzones heen. Het resultaat is een nagenoeg universele bereikbaarheid.

Maar hoe groot precies

zal de vraag naar nummers in de toekomst zijn? Dit is koffiedik kijken. “De groei in niet-geografische diensten is moeilijk in te schatten, omdat hij in twee cijfers wordt uitgedrukt,” zegt Van Nieuwenhuyse voorzichtig. In Groot-Brittannië rapporteerde Coopers & Lybrand in 1996 aan Oftel (het Britse BIPT) dat de jaarlijkse behoefte aan bijkomende nummers, afhankelijk van de veronderstelde groeiscenario’s, tussen 1,5 en 6 miljoen lag. Dat is een factor 4 verschil. Volgens Coopers & Lybrand zouden direct inbellen (u passeert niet langs de centrale), digitale diensten, semafoon en voicemail tegen 2000 op zich 1 miljoen extra nummers per jaar kunnen vragen. Data (Internet) en multimedia zouden tegen 2010 goed kunnen zijn voor 2 miljoen. Nieuwe residentiële diensten, zoals “selectief bellen”, zouden kunnen leiden tot een vraag van mogelijk vijf nummers per huisgezin (selectief bellen geeft de mogelijkheid van een apart nummer en dito beltoon voor elk gezinslid).

In België zorgde de introductie van direct inkiezen en andere factoren voor een plotse vraag naar nieuwe nummers van 550.000 in 1995 én nog eens evenveel in 1996, terwijl de historische vraag 220.000 is.

In het licht van zoveel onzekerheid kijkt al wie tegenwoordig een nummerplanwijziging doorvoert ver vooruit, zelfs al verlengt dat de nummercodes.

Frankrijk (buiten Parijs) verdeelde zich op 18 oktober 1996 in vier zones met een nieuw kengetal, dat vóór de oude nummers van acht cijfers kwam te staan. Parijs had al het zonenummer 1. De Fransen draaien sindsdien altijd tien cijfers, waarvan het eerste een prefix voor carrierselectie is (meestal de 0 van France Télécom). De ingreep schiep een voorraad van 470 miljoen bijkomende nummers, die tot in 2040 moet reiken. Frankrijk (59 miljoen inwoners) had in 1996 behoefte aan een miljoen nummers extra per jaar.

Nederland schakelde op 1 augustus 1996 over op een tiencijferig nummerplan.

Groot-Brittannië illustreert dat het met nummerwijzigingen ook mis kan gaan. Het land veranderde het kengetal van Londen acht jaar geleden in 071 en 081 en schoof op PhONEday in 1995 al de overige zones achter de vrijgekomen 01-code. Daardoor klommen de Britten naar een tiencijferig nummerplan met een riant potentieel van 9 miljard nummers. Riant? Nog in hetzelfde jaar voorspelde Oftel dat grote steden als Londen, Cardiff of Southampton in 2000 alweer aan nieuwe nummers toe waren. De regulator (die het nummerplan pas van BT had geërfd) wilde “een wijziging om komaf te maken met de wijzigingen”. Maar bij consultatie bleek dat de Brit liever korte lokale nummers draaide dan de lange nummers die nodig waren om veelvuldige nummerwijzigingen te voorkomen. “Klanten vonden dat nummerwijzigingen een aanvaardbaar kenmerk waren van het beheer van nummerschema’s, zolang ze maar op tijd verwittigd worden en de wijziging verstandig wordt aangepakt,” stelde Oftel vast. De Britten zullen dus meer dan elders nummerwijzigingen blijven kennen, ook al schakelen ze in 2000 over naar een standaard nummerlengte van tien cijfers nà de 0.

Maar Groot-Brittannië is in sommige opzichten zeer vooruitziend geweest. Het land houdt de hele 05-reeks – een miljard nummers – vrij voor “virtuele” bedrijfsnetwerken. Grote en mogelijk ook kleine firma’s zullen na 2001 – als een aantal technische problemen zijn opgelost – een eigen kengetal kunnen aanvragen van het type 05432, met daarna directe inbelnummers. Op die manier zouden de bedrijven immuun zijn voor de impact van geografische nummerwijzigingen, ze zouden één telefoonnummer doorheen Groot-Brittannië kunnen gebruiken en hun werknemers ook een eigen nummer kunnen geven, dat ze behouden, ook al verhuizen ze binnen de firma. Ook het BIPT voorziet in haar nieuwe nummerplan ruimte voor zo’n 05-dienst. Bovendien houdt Groot-Brittannië in de 07-reeks nog eens een miljard cijfers klaar voor mobiele en vooral voor de hogerbeschreven persoonlijke nummerdiensten, die in de toekomst een penetratie van 25% tot 50% kunnen verwerven, volgens cijfers in een studie van het ETO, de organisatie van Europese regulatoren.

België: altijd negen nummers

De voorstellen van het BIPT, die ook zijn gebaseerd op overleg met Belgacom uit 1995-96, zijn voor de vakantie naar een honderdtal belanghebbenden gestuurd: alle operatoren, de organisaties van verbruikers en ondernemers, de grote telecommunicatiegebruikers (verenigd in Beltug), de vereniging van fabrikanten en installateurs van telefooncentrales Febeltel enzovoort. Hun adviezen komen over enkele dagen bij het BIPT toe, al hebben een paar partijen wat uitstel gekregen. Tegen half oktober hoopt het BIPT zijn advies naar de minister te sturen, die dan nog voor het jaareinde een beslissing zou nemen.

Enig rondbellen leert in elk geval dat er zich een consensus vormt rond de vierde en laatste optie (zie kader: Vier opties voor de nieuwe nummering) die het BIPT uiteenzet: het “sluiten” van het nummerplan, alias full dialing. “In die optie stappen we af van local dialing ( nvdr – het gemak om binnen de zone het zonenummer achterwege te kunnen laten),” zegt Jan Van Nieuwenhuyse. Binnen België zullen dan altijd negen cijfers moeten worden gedraaid om een correspondent te bereiken. De 0 die nu voor de zonenummers staat, gaat bovendien helemaal bij het nummer horen. “Het is geen prefix meer die aan de centrale zegt dat er een interzonale correspondentie volgt, maar een significant cijfer,” zegt Van Nieuwenhuyse.

Febeltel, de organisatie van fabrikanten en installateurs van telecommunicatiemateriaal, vindt het een prima oplossing. “Optie 1 laat onvoldoende aangroei van de nummeringscapaciteit toe, 2 en 3 zijn technisch bijna niet uitvoerbaar, 4 blijft als enige over,” zegt voorzitter Erik De Schrijver. Alleen ziet Febeltel het niet zitten om het eerste cijfer (de 0 van het vroegere zonenummer) in een tweede fase door een 2 te vervangen. “Het nadeel van de nul is dat men gewend is ze weg te laten als men vanuit het buitenland belt,” geeft De Schrijver toe. Daartegenover staat dat in de optie 4-met-0 de nummers zelf niet eens veranderen. “Documenten herdrukken, bestelwagens herschilderen… het hoeft helemaal niet,” zegt Erik De Schrijver. Full dialing laat de Febeltel-leden bovendien toe om de ongeveer 100.000 bedrijfstelefooncentrales die ons land rijk is, rustig te herprogrammeren. “Het grote voordeel is dat de overgang heel geleidelijk kan gebeuren. Ook vandaag al kan u immers het zonenummer meesturen als u binnen de zone belt. Tenminste in Brussel. Draai gerust 02 voor het nummer van uw correspondent als u binnen de zone Brussel belt, dat werkt. En naargelang Belgacom die faciliteit in al zijn centrales invoert, kunnen tussen nu en 1999 ook in de andere zones de bedrijfstelefooncentrales worden aangepast.” Optie 4 zou dus veruit de goedkoopste mogelijkheid zijn – alle partijen, ook het BIPT, gaan daarvan uit.

Maar daarna de initiële 0 door een 2 vervangen, zou er weer een dure ingreep van maken. “Nu zal u in uw privé-centrale alleen de verkorte nummeringen moeten aanpassen met een bestemming binnen de zone. Als de 2 eraan komt, zal u alle nummers moeten aanpassen,” zegt Erik De Schrijver. Beltug, de organisatie van grote telecommunicatiegebruikers (met op de eerste plaats de banksector), neigt eveneens naar optie 4, al is het formele advies nog niet klaar. “Wij weten intussen dat ook Italië voor deze oplossing heeft gekozen en de 0 als eerste cijfer wil bewaren,” zegt Danielle Jacobs van Beltug.

Fiscale stimuli

De operatoren hielden hun standpunt liever voor zich, in afwachting van de onderhandelingen met het BIPT, maar specialisten van Belgacom hebben op seminaries hun voorkeur voor optie 4 al uiteengezet.

De gebruikers,

voor zover we ze thuis troffen, reageren kalm op het nieuws van de komende omschakeling. “Wij maken ons niet echt zorgen. Softwarematig zijn we daarop voorbereid,” zegt communicatieverantwoordelijke Emile Clemens van Gouden Gids-bedrijf ITT Promedia. Bij het VEV waren de telecomspecialisten met vakantie, het VBO bepaalt zijn standpunt begin september. Het NCMV meent dat het BIPT te weinig uitleg verschaft over de kostprijs van de operatie voor de zelfstandige/kmo als gebruiker. “In elk geval moeten de nieuwe vaste nummers tariefinformatie blijven verschaffen,” wijst economisch adviseur Jeroen Langerock van het NCMV op een delicaat punt van de full dialing-optie (waarin de zonenummers weliswaar zichtbaar blijven, maar naar de gebruiker toe hun betekenis verliezen). De Belgische Vereniging van Banken zal via Beltug en het VBO van zich laten horen, maar rekent er alvast op dat de operatoren voor de omschakeling voldoende testfaciliteiten voorzien.

Misschien een tip: in Frankrijk ging de omschakeling in 1996 gepaard met enkele fiscale tegemoetkomingen voor wie zich een nieuwe bedrijfstelefooncentrale aanschafte, en dus kosten moest doen om zijn centrale aan te passen.

Info over het nieuwe nummerplan vindt u ook op: http://www.bipt.be/Pages/Dutch/Librairi/Consult/Numerot.htm

BRUNO LEIJNSE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content