Het Amerikaanse leger traint zijn elitesoldaten om meer mindful aan het gevecht deel te nemen. We zijn hier kilometers verwijderd van de oorsprong van die aandachtstraining: het boeddhisme. Het is een van de vele bizarre situaties die ontstaan als je een deeltje uit een totaalfilosofie overneemt en overplant naar het bedrijfsleven. Dat is de centrale stelling van Ronald Purser in zijn boek McMindfulness. De auteur is professor management én een boeddhist. Die twee begrippen sluiten elkaar blijkbaar niet uit. Hij begon achterdochtig te worden toen hij die honderden (het zijn er ondertussen al duizenden, sommige bronnen spreken zelfs over 60.000 boeken, maar neem dat maar met een grote korrel zout) titels zag verschijnen bij Amazon. Redenen tot achterdocht genoeg als je titels vindt als: Zen as F*ck: A Journal for Practicing the Mindful Art of Not Giving a Sh*t. Een stapje verder zijn de honderden apps die je kunt downloaden om mindful te worden. Er zouden er wel duizend zijn. Of is ook dat weer overdreven? Ik vond er maar vijf via mijn smartphone.

We zijn kilometers verwijderd van de oorsprong van mindfulness: het boeddhisme.

Wat een paradox. Ik ben gestrest omdat ik eindeloos 'verbonden' ben, te weinig 'open contact' ervaar, en nu kan ik dankzij die bron van stress tot rust komen. Nadien kan ik dan trots op alle sociale media posten dat ik wel minstens vijf minuten mindful ben geweest, om dan half depri te worden omdat ik zo weinig likes krijg voor die trotse boodschap.

Purser plaatst grote vraagtekens bij de onderliggende filosofie. Hij noemt die de therapeutische verbastering van de oosterse filosofie. Net zoals je bij een geneesmiddel op zoek gaat naar het werkzame bestanddeel, pik je uit een eeuwenoude traditie van spirituele verkenning net dat ene uit dat je ook vijf minuten voor een vergadering kunt hanteren. Je past het medische model toe op een maatschappelijk probleem. Dokter, help. Ik kan mijn baan niet meer aan, de veranderingen volgen elkaar in een veel te snel tempo op en mijn collega's hebben geen tijd om mij te ondersteunen. Dan zal de dokter niet trachten de werksystemen aan te pakken, maar zal hij de patiënt het geneesmiddel mindfulness voorschrijven.

Mindfulness draagt de boodschap uit dat als het niet goed gaat met jou, het probleem wel degelijk bij jou ligt.

Die aanpak is erg lucratief. Volgens diverse bronnen (die helaas waarschijnlijk van elkaar hebben afgeschreven) zou de mindfulnessmarkt in de Verenigde Staten een miljard dollar waard zijn. The Guardian spreekt zelfs over 4 miljard. Spijtig genoeg is mindfulness geen remedie tegen fake news, kritisch zijn is dat veel meer. In ieder geval: de mindfulnesskleurboeken behoorden een tijdje geleden tot de best verkochte boeken (nu lijken ze wat minder populair).

Wat geen markt is, bestaat hoe langer hoe minder. Aan bedrijfsleiders, het liefst de goeroes uit Silicon Valley, wordt het allemaal verkocht als een methode om competitief te blijven. En het bewijs? De retraites, de trainingen, de boeken en de apps verkopen als zoete broodjes. Je merkt dat de filosofie van het aanbod volkomen haaks staat op het boeddhisme. De trainingen zijn er vooral op gericht het individu veerkrachtiger te maken, beter in staat schokken op te vangen, alles draait rond het 'ik' (van daar is het nog maar een kleine stap naar narcisme, een eigenschap die we blijkbaar almaar meer appreciëren bij onze leiders, ook de jeugd). Boeddhisme daarentegen draait rond ethiek en verbondenheid.

Mindfulness draagt de boodschap uit dat als het niet goed gaat met jou, het probleem wel degelijk bij jou ligt. Als een ervaren sportman plots niet meer presteert, dan zal dat wel kloppen. Als hij zich door mindfulness anders opstelt tegenover zijn sport, waardoor hij focust op techniek en niet op zijn faalangst, dan zit het wel degelijk tussen de oren. Maar als je elke dag beseft dat je bij de volgende reorganisatie je baan kunt verliezen, dat je volgend jaar 20 procent meer met 20 procent minder middelen moet halen, dan zou het weleens kunnen dat het echte probleem heel ver van je oren ligt.

Het Amerikaanse leger traint zijn elitesoldaten om meer mindful aan het gevecht deel te nemen. We zijn hier kilometers verwijderd van de oorsprong van die aandachtstraining: het boeddhisme. Het is een van de vele bizarre situaties die ontstaan als je een deeltje uit een totaalfilosofie overneemt en overplant naar het bedrijfsleven. Dat is de centrale stelling van Ronald Purser in zijn boek McMindfulness. De auteur is professor management én een boeddhist. Die twee begrippen sluiten elkaar blijkbaar niet uit. Hij begon achterdochtig te worden toen hij die honderden (het zijn er ondertussen al duizenden, sommige bronnen spreken zelfs over 60.000 boeken, maar neem dat maar met een grote korrel zout) titels zag verschijnen bij Amazon. Redenen tot achterdocht genoeg als je titels vindt als: Zen as F*ck: A Journal for Practicing the Mindful Art of Not Giving a Sh*t. Een stapje verder zijn de honderden apps die je kunt downloaden om mindful te worden. Er zouden er wel duizend zijn. Of is ook dat weer overdreven? Ik vond er maar vijf via mijn smartphone. Wat een paradox. Ik ben gestrest omdat ik eindeloos 'verbonden' ben, te weinig 'open contact' ervaar, en nu kan ik dankzij die bron van stress tot rust komen. Nadien kan ik dan trots op alle sociale media posten dat ik wel minstens vijf minuten mindful ben geweest, om dan half depri te worden omdat ik zo weinig likes krijg voor die trotse boodschap. Purser plaatst grote vraagtekens bij de onderliggende filosofie. Hij noemt die de therapeutische verbastering van de oosterse filosofie. Net zoals je bij een geneesmiddel op zoek gaat naar het werkzame bestanddeel, pik je uit een eeuwenoude traditie van spirituele verkenning net dat ene uit dat je ook vijf minuten voor een vergadering kunt hanteren. Je past het medische model toe op een maatschappelijk probleem. Dokter, help. Ik kan mijn baan niet meer aan, de veranderingen volgen elkaar in een veel te snel tempo op en mijn collega's hebben geen tijd om mij te ondersteunen. Dan zal de dokter niet trachten de werksystemen aan te pakken, maar zal hij de patiënt het geneesmiddel mindfulness voorschrijven.Die aanpak is erg lucratief. Volgens diverse bronnen (die helaas waarschijnlijk van elkaar hebben afgeschreven) zou de mindfulnessmarkt in de Verenigde Staten een miljard dollar waard zijn. The Guardian spreekt zelfs over 4 miljard. Spijtig genoeg is mindfulness geen remedie tegen fake news, kritisch zijn is dat veel meer. In ieder geval: de mindfulnesskleurboeken behoorden een tijdje geleden tot de best verkochte boeken (nu lijken ze wat minder populair).Wat geen markt is, bestaat hoe langer hoe minder. Aan bedrijfsleiders, het liefst de goeroes uit Silicon Valley, wordt het allemaal verkocht als een methode om competitief te blijven. En het bewijs? De retraites, de trainingen, de boeken en de apps verkopen als zoete broodjes. Je merkt dat de filosofie van het aanbod volkomen haaks staat op het boeddhisme. De trainingen zijn er vooral op gericht het individu veerkrachtiger te maken, beter in staat schokken op te vangen, alles draait rond het 'ik' (van daar is het nog maar een kleine stap naar narcisme, een eigenschap die we blijkbaar almaar meer appreciëren bij onze leiders, ook de jeugd). Boeddhisme daarentegen draait rond ethiek en verbondenheid.Mindfulness draagt de boodschap uit dat als het niet goed gaat met jou, het probleem wel degelijk bij jou ligt. Als een ervaren sportman plots niet meer presteert, dan zal dat wel kloppen. Als hij zich door mindfulness anders opstelt tegenover zijn sport, waardoor hij focust op techniek en niet op zijn faalangst, dan zit het wel degelijk tussen de oren. Maar als je elke dag beseft dat je bij de volgende reorganisatie je baan kunt verliezen, dat je volgend jaar 20 procent meer met 20 procent minder middelen moet halen, dan zou het weleens kunnen dat het echte probleem heel ver van je oren ligt.