Uit het rekenwerk van de commissie blijkt dat de vergrijzingskosten tegen 2060 met 6,1 procent van het bbp zullen toenemen tot 31,4 procent van het bbp of 22,6 miljard euro. Dat is 0,7 procentpunt of 2,6 miljard meer dan in het vorige rapport van 2011 was voorspeld.

De maatregelen van de regering-Di Rupo doen de vergrijzingskosten weliswaar afnemen, maar niet genoeg om de gevolgen van de tegenvallende economische omstandigheden te compenseren. Die laatste doen de budgettaire kosten van de vergrijzing met 1,1 procent van het bbp stijgen tussen 2011 en 2060.

De structurele hervormingen waarmee rekening is gehouden in de projectie hebben betrekking op de pensioenregelingen (het verhogen van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde voor vervroegde pensionering, aanpassingen aan de pensioenberekening), het strengere brugpensioen, de snellere degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en de minder aantrekkelijke systemen van tijdskrediet en loopbaanonderbreking.

Die maatregelen zouden de vergrijzingsfactuur tegen 2060 met 0,3 procentpunt van het bbp doen dalen. De relatief kleine besparing bij pensioenen kan op het eerste gezicht verrassend lijken. De nieuwe toegangsvoorwaarden voor het vervroegd pensioen zou het aantal gepensioneerden met ongeveer 1,7 procent (66.000 personen) doen dalen in 2060, was de raming.

Maar de hervorming leidt ook tot een stijging van het gemiddeld pensioenbedrag omdat mensen langere carrières hebben. Tot die stijging dragen ook de belangrijkere pensioenbonus in de werknemers- en zelfstandigenregeling, de leeftijdstoeslag bij het openbaar ambt en het hogere aantal begunstigden van een minimumpensioen in de zelfstandigenregeling bij.
De vergrijzingskosten zijn met het huidige beleid dus allesbehalve onder controle. (A.M.)

Uit het rekenwerk van de commissie blijkt dat de vergrijzingskosten tegen 2060 met 6,1 procent van het bbp zullen toenemen tot 31,4 procent van het bbp of 22,6 miljard euro. Dat is 0,7 procentpunt of 2,6 miljard meer dan in het vorige rapport van 2011 was voorspeld. De maatregelen van de regering-Di Rupo doen de vergrijzingskosten weliswaar afnemen, maar niet genoeg om de gevolgen van de tegenvallende economische omstandigheden te compenseren. Die laatste doen de budgettaire kosten van de vergrijzing met 1,1 procent van het bbp stijgen tussen 2011 en 2060. De structurele hervormingen waarmee rekening is gehouden in de projectie hebben betrekking op de pensioenregelingen (het verhogen van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde voor vervroegde pensionering, aanpassingen aan de pensioenberekening), het strengere brugpensioen, de snellere degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en de minder aantrekkelijke systemen van tijdskrediet en loopbaanonderbreking. Die maatregelen zouden de vergrijzingsfactuur tegen 2060 met 0,3 procentpunt van het bbp doen dalen. De relatief kleine besparing bij pensioenen kan op het eerste gezicht verrassend lijken. De nieuwe toegangsvoorwaarden voor het vervroegd pensioen zou het aantal gepensioneerden met ongeveer 1,7 procent (66.000 personen) doen dalen in 2060, was de raming. Maar de hervorming leidt ook tot een stijging van het gemiddeld pensioenbedrag omdat mensen langere carrières hebben. Tot die stijging dragen ook de belangrijkere pensioenbonus in de werknemers- en zelfstandigenregeling, de leeftijdstoeslag bij het openbaar ambt en het hogere aantal begunstigden van een minimumpensioen in de zelfstandigenregeling bij. De vergrijzingskosten zijn met het huidige beleid dus allesbehalve onder controle. (A.M.)