In de doemberichten over automatisering en robotisering die massaal jobs wegmaaien, gelooft Jan Denys niet. "Niets bewijst momenteel dat de nieuwe technologie te weinig nieuwe jobs zou opleveren", stelt hij. "Weet dat je naast de doemberichten ook studies hebt die het andere extreem verwachten. Dat is het extreem waarbij de nieuwe technologie meer jobs creëert dan we zullen kunnen invullen. Ik verwacht niet dat het zo'n vaart zal lopen, in geen van beide richtingen."

Altijd trager dan verwacht

Denys wijst naar het nog niet zo heel verre verleden om aan te geven dat we overschatten hoe snel de impact van technologie zich laat voelen. "Rond de eeuwwisseling werd ook verwacht dat de pas ontstane jobsites zoals Monster en Stepstone zeer snel alles zouden in handen nemen. Dat bleek niet zo: de jobsites nemen vandaag een belangrijke plaats in, maar de andere kanalen zijn niet verdwenen. Voor pakweg de zelfrijdende auto of truck zal dat net zo zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat die er komen, maar het zal gradueel gebeuren. De technologie zal almaar meer taken overnemen van de mens tot we in een situatie komen waarbij de wagen of truck zelf rijdt."

Geen reden tot paniek

Met zijn vergelijking wil Jan Denys zeker niet gezegd hebben dat bedrijven nog wel even de tijd hebben om de kat uit de boom te kijken. "Neen, bedrijven moeten wel degelijk nu anticiperen om de komst van technologie op de werkvloer goed te begeleiden. De impact zal geleidelijk stijgen en dat geeft mensen en bedrijven de kans om in te grijpen, om zich aan te passen en om nieuwe vaardigheden te verwerven."

Maakt die geleidelijke transitie het automatisch makkelijker voor bedrijven om met technologie te leren omgaan? Ook niet, vindt Denys, al is grote ongerustheid niet nodig. "Sommige mensen zullen uit de boot vallen, dat klopt, maar algemeen is er geen reden tot paniek. Het gaat om nieuwe vaardigheden verwerven, aanpassingen in bestaande jobs of nieuwe jobs uitvoeren. Dat is niet nieuw: de meeste opleidingen die mensen vandaag volgen, zijn erop gericht om hun bestaande job beter te kunnen uitvoeren."

Niet alleen hoger opgeleide profielen

Experts op vlak van digitalisering of automatisering stippen het vaak aan: technologie vervangt vooral de routineuze taken. Is dit een evolutie die vooral een nood creëert aan hooggeschoolde werknemers? "De robotindustrie zal nieuwe profielen met zich meebrengen", zegt Jan Denys. "Profielen die sterk zijn in het creëren, integreren en onderhouden van robots, maar ook specialisten in webontwerp, webdesign, enzovoort. Het gaat om hoogwaardige jobs die vandaag nog heel vaak worden ingevuld door mannen. Dat is een aandachtspunt. Bedrijven moeten bekijken of ze daar geen kansen laten liggen. Tegelijk ontstaan zeker ook jobs die geen hoge scholing vereisen: mensen die data moeten invoeren bijvoorbeeld."

Een begeleidende overheid

Op een arbeidsmarkt die onder impuls van technologie verandert en nieuwe profielen ziet ontstaan, kan een overheid niet aan de zijlijn blijven staan, stipt Denys aan. Ze moet de transitie begeleiden. "De overheid moet zorgen dat de arbeidsmarkt functioneert", klinkt het. "Dat kan met systemen die er beter dan vandaag voor zorgen dat mensen naar een nieuwe job worden begeleid. Mensen zullen niet fluitend van job veranderen, dus we moeten zorgen dat dit minder moeilijk wordt. Goed gefundeerde regelingen uitwerken die voor iedereen duidelijk zijn, is daarom zeker een taak voor de overheid en de sociale partners. De nieuwe arbeidsmarkt zal beter voorbereid moeten zijn op technologische ontwikkelingen. De cases die we nu zien waarbij grote bedrijven deels werknemers ontslaan en deels werknemers herscholen, zullen interessant zijn om die oefening te maken."

Technologie ten dienste van de arbeidsmarkt

Parallel met die taak van de overheid, kan ook de technologie zelf een niet onbelangrijke rol spelen in het functioneren van de arbeidsmarkt. Een betere matching van profielen, bijvoorbeeld aan de hand van machine learning, is een voor de hand liggende evolutie. "De kwaliteit van de matching zal ontegensprekelijk verbeteren", voorziet Jan Denys. In dat proces zullen we meer variabelen en meer competenties kunnen integreren. De specialisten moeten dit nog gaan toepassen, maar ik ben vrij optimistisch over de slaagkansen van een betere technologie voor matching."

De factor mens

Jan Denys kijkt ook verder dan de pure matching. Ook voor het begeleiden van een loopbaan ziet hij nieuwe mogelijkheden ontstaan. "Op basis van data analyse zullen medewerkers veel meer informatie krijgen over loopbaanmogelijkheden. Technologie zal mensen kunnen signaleren dat hun skills stilaan minder ideaal zijn voor de arbeidsmarkt. Dat kan je bijvoorbeeld koppelen aan vaststellingen over opleidingen die ze volgden of zouden kunnen volgen. Dat die technologie er komt, vind ik redelijk waarschijnlijk, maar zoals altijd speelt de vraag hoe mensen er zullen mee omgaan. Omarmen werknemers dat of vluchten ze ervoor? Niet de technologie, maar de mens is in deze evolutie de meest onvoorspelbare factor."

In de doemberichten over automatisering en robotisering die massaal jobs wegmaaien, gelooft Jan Denys niet. "Niets bewijst momenteel dat de nieuwe technologie te weinig nieuwe jobs zou opleveren", stelt hij. "Weet dat je naast de doemberichten ook studies hebt die het andere extreem verwachten. Dat is het extreem waarbij de nieuwe technologie meer jobs creëert dan we zullen kunnen invullen. Ik verwacht niet dat het zo'n vaart zal lopen, in geen van beide richtingen."Denys wijst naar het nog niet zo heel verre verleden om aan te geven dat we overschatten hoe snel de impact van technologie zich laat voelen. "Rond de eeuwwisseling werd ook verwacht dat de pas ontstane jobsites zoals Monster en Stepstone zeer snel alles zouden in handen nemen. Dat bleek niet zo: de jobsites nemen vandaag een belangrijke plaats in, maar de andere kanalen zijn niet verdwenen. Voor pakweg de zelfrijdende auto of truck zal dat net zo zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat die er komen, maar het zal gradueel gebeuren. De technologie zal almaar meer taken overnemen van de mens tot we in een situatie komen waarbij de wagen of truck zelf rijdt."Met zijn vergelijking wil Jan Denys zeker niet gezegd hebben dat bedrijven nog wel even de tijd hebben om de kat uit de boom te kijken. "Neen, bedrijven moeten wel degelijk nu anticiperen om de komst van technologie op de werkvloer goed te begeleiden. De impact zal geleidelijk stijgen en dat geeft mensen en bedrijven de kans om in te grijpen, om zich aan te passen en om nieuwe vaardigheden te verwerven."Maakt die geleidelijke transitie het automatisch makkelijker voor bedrijven om met technologie te leren omgaan? Ook niet, vindt Denys, al is grote ongerustheid niet nodig. "Sommige mensen zullen uit de boot vallen, dat klopt, maar algemeen is er geen reden tot paniek. Het gaat om nieuwe vaardigheden verwerven, aanpassingen in bestaande jobs of nieuwe jobs uitvoeren. Dat is niet nieuw: de meeste opleidingen die mensen vandaag volgen, zijn erop gericht om hun bestaande job beter te kunnen uitvoeren."Experts op vlak van digitalisering of automatisering stippen het vaak aan: technologie vervangt vooral de routineuze taken. Is dit een evolutie die vooral een nood creëert aan hooggeschoolde werknemers? "De robotindustrie zal nieuwe profielen met zich meebrengen", zegt Jan Denys. "Profielen die sterk zijn in het creëren, integreren en onderhouden van robots, maar ook specialisten in webontwerp, webdesign, enzovoort. Het gaat om hoogwaardige jobs die vandaag nog heel vaak worden ingevuld door mannen. Dat is een aandachtspunt. Bedrijven moeten bekijken of ze daar geen kansen laten liggen. Tegelijk ontstaan zeker ook jobs die geen hoge scholing vereisen: mensen die data moeten invoeren bijvoorbeeld."Op een arbeidsmarkt die onder impuls van technologie verandert en nieuwe profielen ziet ontstaan, kan een overheid niet aan de zijlijn blijven staan, stipt Denys aan. Ze moet de transitie begeleiden. "De overheid moet zorgen dat de arbeidsmarkt functioneert", klinkt het. "Dat kan met systemen die er beter dan vandaag voor zorgen dat mensen naar een nieuwe job worden begeleid. Mensen zullen niet fluitend van job veranderen, dus we moeten zorgen dat dit minder moeilijk wordt. Goed gefundeerde regelingen uitwerken die voor iedereen duidelijk zijn, is daarom zeker een taak voor de overheid en de sociale partners. De nieuwe arbeidsmarkt zal beter voorbereid moeten zijn op technologische ontwikkelingen. De cases die we nu zien waarbij grote bedrijven deels werknemers ontslaan en deels werknemers herscholen, zullen interessant zijn om die oefening te maken."Parallel met die taak van de overheid, kan ook de technologie zelf een niet onbelangrijke rol spelen in het functioneren van de arbeidsmarkt. Een betere matching van profielen, bijvoorbeeld aan de hand van machine learning, is een voor de hand liggende evolutie. "De kwaliteit van de matching zal ontegensprekelijk verbeteren", voorziet Jan Denys. In dat proces zullen we meer variabelen en meer competenties kunnen integreren. De specialisten moeten dit nog gaan toepassen, maar ik ben vrij optimistisch over de slaagkansen van een betere technologie voor matching."Jan Denys kijkt ook verder dan de pure matching. Ook voor het begeleiden van een loopbaan ziet hij nieuwe mogelijkheden ontstaan. "Op basis van data analyse zullen medewerkers veel meer informatie krijgen over loopbaanmogelijkheden. Technologie zal mensen kunnen signaleren dat hun skills stilaan minder ideaal zijn voor de arbeidsmarkt. Dat kan je bijvoorbeeld koppelen aan vaststellingen over opleidingen die ze volgden of zouden kunnen volgen. Dat die technologie er komt, vind ik redelijk waarschijnlijk, maar zoals altijd speelt de vraag hoe mensen er zullen mee omgaan. Omarmen werknemers dat of vluchten ze ervoor? Niet de technologie, maar de mens is in deze evolutie de meest onvoorspelbare factor."