Er zijn zoveel problemen waar de mensheid bijna geen vooruitgang lijkt te boeken. De rechtvaardige verdeling van de covid-vaccins, het verminderen van de CO2-uitstoot, de aanpak van de overheidsschuld, de vergrijzing van de bevolking, de eindeloze vluchtelingenstromen. De paarden die in galop de oplossingskar moeten trekken, lijken soms ter plekke te trappelen. Maar één paard blijft in volle draf vooruit stormen: de technologie.

Technologie is geen wetenschap, het is niet eens toegepaste wetenschap. Ze gebruikt alles op haar weg dat tot haar haast eindeloze groei kan leiden: experimenten, patenten, lobbying, businessplannen, nieuwsgierigheid, drang naar winst of militaire macht. Ze gebruikt ook wetenschap. Maar er is geen sprake van wetenschap eerst en dan pas technologie. Er is niet gewacht op de Nobelprijs voor natuurkunde om lasertechnologie te ontwikkelen. Technologie en wetenschap hebben de speurtocht naar valide kennis gemeen. Vergeet de heilige geschriften, de wijze woorden van profeten, de tarotkaarten of het diepe respect voor de voorvaderen. Experimenteer, analyseer en laat de feiten heiliger zijn dan de keizer of God in de hemel.

Technologie stuurt bijna elke vooruitgang.

Bij wetenschap ligt het criterium van die speurtochten bij 'komen we dichter bij de waarheid?' De wetenschapsfilosofie worstelt nog altijd met een zinvol antwoord op die misschien niet eens zinvolle vraag. Bij technologie geldt slechts één vraag: 'werkt het?' Raakt de man op de maan? Kunnen we een barcode foutloos lezen? Hoe effectief is dat vaccin? Het collectieve menselijke brein is beter geschikt om de eenvoudige vraag 'werkt het?' te beantwoorden dan vragen van het type 'is dit rechtvaardig?'

Vanaf dag één van de coronacrisis besefte zowat iedereen dat alleen een vaccin de wereld kon redden. Een vaccin is geen wetenschap. Een vaccin is technologie. De snelheid waarmee verschillende goed werkende oplossingen zijn klaargestoomd, heeft de hele wereld verbaasd, zelfs de virologen. Stel je voor dat we het vluchtelingenprobleem zouden oplossen en dat daarbij slechts enkele doden per miljoen slachtoffers vielen.

Het collectieve menselijke brein is beter geschikt om de eenvoudige vraag 'werkt het?' te beantwoorden dan vragen van het type 'is dit rechtvaardig'?

Technologie werkt en werkt steeds beter. Iets werkt helaas pas echt als het kan worden misbruikt. Anders praat je over newage-achtige oproepen tot een betere wereld. Meer solidariteit zou een goede zaak zijn, verbondenheid geeft een fijn gevoel. Maar zulke hartenkreten lossen niets op. Toen de Ardennen werden getroffen door een nooit geziene watersnood, was er geen oproep van predikende psychiaters nodig tot meer solidariteit. Die kwam onmiddellijk en massaal op gang. Al die diepmenselijke pleidooien door klinisch geschoolde hulpverleners voor een betere wereld verwarren vaak de oorzaak en het gevolg. Verbondenheid, solidariteit en naastenliefde zijn meestal een gevolg van ons gedrag, en zelden de oorzaak. Een kampvuur en een gitaar zorgen voor verbondenheid, of schrijnende beelden van rampen dichtbij ¬ niet oproepen van het type 'als iedereen eens zijn verantwoordelijkheid opnam', of 'als mensen, vooral de jeugd, eens minder egoïstisch zouden zijn'.

Het is alsof de mensheid haar vermogen tot helder denken verliest wanneer newage-achtige slogans de kop opsteken. Ik huiver als ik weer een gezagsdrager, een expert of een lid van een werkgroep hoor verklaren: we hebben een ernstig probleem, maar we moeten geen nieuwe manieren inzetten, de mensen moeten de huidige voorschriften gewoon beter toepassen. Het niet toepassen van de voorschriften is de kern van het probleem. De diepere oorzaak is meestal gelegen in de afwezigheid van sociale technologie. Daar een zinvol debat over organiseren, is nog altijd taboe. We luisteren liever naar goeroes.

Er zijn zoveel problemen waar de mensheid bijna geen vooruitgang lijkt te boeken. De rechtvaardige verdeling van de covid-vaccins, het verminderen van de CO2-uitstoot, de aanpak van de overheidsschuld, de vergrijzing van de bevolking, de eindeloze vluchtelingenstromen. De paarden die in galop de oplossingskar moeten trekken, lijken soms ter plekke te trappelen. Maar één paard blijft in volle draf vooruit stormen: de technologie. Technologie is geen wetenschap, het is niet eens toegepaste wetenschap. Ze gebruikt alles op haar weg dat tot haar haast eindeloze groei kan leiden: experimenten, patenten, lobbying, businessplannen, nieuwsgierigheid, drang naar winst of militaire macht. Ze gebruikt ook wetenschap. Maar er is geen sprake van wetenschap eerst en dan pas technologie. Er is niet gewacht op de Nobelprijs voor natuurkunde om lasertechnologie te ontwikkelen. Technologie en wetenschap hebben de speurtocht naar valide kennis gemeen. Vergeet de heilige geschriften, de wijze woorden van profeten, de tarotkaarten of het diepe respect voor de voorvaderen. Experimenteer, analyseer en laat de feiten heiliger zijn dan de keizer of God in de hemel. Bij wetenschap ligt het criterium van die speurtochten bij 'komen we dichter bij de waarheid?' De wetenschapsfilosofie worstelt nog altijd met een zinvol antwoord op die misschien niet eens zinvolle vraag. Bij technologie geldt slechts één vraag: 'werkt het?' Raakt de man op de maan? Kunnen we een barcode foutloos lezen? Hoe effectief is dat vaccin? Het collectieve menselijke brein is beter geschikt om de eenvoudige vraag 'werkt het?' te beantwoorden dan vragen van het type 'is dit rechtvaardig?' Vanaf dag één van de coronacrisis besefte zowat iedereen dat alleen een vaccin de wereld kon redden. Een vaccin is geen wetenschap. Een vaccin is technologie. De snelheid waarmee verschillende goed werkende oplossingen zijn klaargestoomd, heeft de hele wereld verbaasd, zelfs de virologen. Stel je voor dat we het vluchtelingenprobleem zouden oplossen en dat daarbij slechts enkele doden per miljoen slachtoffers vielen. Technologie werkt en werkt steeds beter. Iets werkt helaas pas echt als het kan worden misbruikt. Anders praat je over newage-achtige oproepen tot een betere wereld. Meer solidariteit zou een goede zaak zijn, verbondenheid geeft een fijn gevoel. Maar zulke hartenkreten lossen niets op. Toen de Ardennen werden getroffen door een nooit geziene watersnood, was er geen oproep van predikende psychiaters nodig tot meer solidariteit. Die kwam onmiddellijk en massaal op gang. Al die diepmenselijke pleidooien door klinisch geschoolde hulpverleners voor een betere wereld verwarren vaak de oorzaak en het gevolg. Verbondenheid, solidariteit en naastenliefde zijn meestal een gevolg van ons gedrag, en zelden de oorzaak. Een kampvuur en een gitaar zorgen voor verbondenheid, of schrijnende beelden van rampen dichtbij ¬ niet oproepen van het type 'als iedereen eens zijn verantwoordelijkheid opnam', of 'als mensen, vooral de jeugd, eens minder egoïstisch zouden zijn'. Het is alsof de mensheid haar vermogen tot helder denken verliest wanneer newage-achtige slogans de kop opsteken. Ik huiver als ik weer een gezagsdrager, een expert of een lid van een werkgroep hoor verklaren: we hebben een ernstig probleem, maar we moeten geen nieuwe manieren inzetten, de mensen moeten de huidige voorschriften gewoon beter toepassen. Het niet toepassen van de voorschriften is de kern van het probleem. De diepere oorzaak is meestal gelegen in de afwezigheid van sociale technologie. Daar een zinvol debat over organiseren, is nog altijd taboe. We luisteren liever naar goeroes.