Alles is al gezegd en geschreven, behalve over rijden op stroom. Ja, het klimaat wordt er beter van en er is minder geluidshinder. Het slechte nieuws is dat e-auto's een beperkt rijbereik hebben en dat veroorzaakt range anxiety. Maar hoe terecht is de angst om het reisdoel niet te bereiken?
...

Alles is al gezegd en geschreven, behalve over rijden op stroom. Ja, het klimaat wordt er beter van en er is minder geluidshinder. Het slechte nieuws is dat e-auto's een beperkt rijbereik hebben en dat veroorzaakt range anxiety. Maar hoe terecht is de angst om het reisdoel niet te bereiken? We besluiten het te testen met een rit van net geen duizend kilometer, van Mechelen naar Innsbruck, steden met een rijk en gemeenschappelijk verleden. Van 1507 tot 1530 bestuurde de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk vanuit het Hof van Savoye in Mechelen de Habsburgse Nederlanden. Haar vader, keizer Maximiliaan I, resideerde in Innsbruck. Via een koerierdienst tussen beide steden bleef hij in contact met zijn dochter. De postkoetsverbinding was in 1490 tot stand gekomen, de eerste op het Europese vasteland. Een zware poetskoets overbrugde de 1.024 kilometer in amper zeven dagen. Elke 30 kilometer werden de vier paarden gewisseld en werd de boodschap mondeling overgebracht aan de volgende ruiter, de zogenoemde postiljon. Voor de organisatie van de koerierdiensten in het Habsburgse keizerrijk deed Maximiliaan I een beroep op de expertise van de Italiaanse familie di Tasso. Om de opeenvolgende machtshebbers gunstig te stemmen, veranderde de familie enkele keren haar naam: van Thurn und Taxis naar Tour et Taxis en visa versa. Mijn rit achter het stuur van de nieuwe Mercedes EQE 350+ neemt net geen twaalf uur in beslag, tijdverlies door wegenwerken en laadpauzes inbegrepen. Voor een keer heb ik geen last van een pijnlijke rug na zo'n lange rit. Dat ik mij nog relatief fit voel, heeft ermee te maken dat ik op de snelle Duitse autowegen een consequent tempo van 110 per uur heb aangehouden. Sneller rijden heeft weinig zin, want dat vergt extra stroom waardoor de tijdwinst verloren gaat aan een extra laadbeurt. Dat ik ontspannen heb kunnen rijden, heb ik ook te danken aan de adaptieve cruisecontrol. Die regelt de afstand tot de voorligger, vermindert daardoor het gevaar op een ongeval en voorkomt dat ik te snel rijd waar dat niet mag. Het systeem registreert de maximaal toegelaten snelheid op de verkeersborden en past de snelheid van de auto automatisch aan. Het vooruitziende navigatiesysteem met verkeersinfo in real time leidt me dan weer naar een route met weinig files. Het mega touchscreen geeft aan waar ik kan laden, hoeveel laadpalen er ter beschikking staan en met welke snelheid ik kan laden. Blijkt dat ik overal terecht kan met mijn EDI-laadpas. Het laden zelf verloopt probleemloos en snel, van 10 naar 80 procent in 32 minuten. De snellaadstations bevinden zich meestal vlakbij een afrit, op de parking van een groot shoppingcenter maar ook wel eens in niemandsland. Eén keer werkt een Ionity-laadpaal niet. Via de hotline krijg ik te horen dat die onmiddellijk wordt gereset en dat ik, bij wijze van compensatie voor het ongemak, gratis mag laden. Opmerkelijk: de laadpalen geven niet aan hoeveel één kWh stroom kost. Pas achteraf ervaar ik dat er relatief grote prijsverschillen bestaan tussen de providers. Volgens Mercedes-Benz bedraagt het rijbereik van de EQE 350+ meer dan 600 kilometer, maar dat is te optimistisch. De boordcomputer geeft een autonomie aan van 525 km, berekend op basis van mijn sensationeel laag gemiddeld verbruik van 18 kWh. Met dank aan de lage luchtweerstandscoëfficiënt van 0,22 van de EQE. Op mijn route blijken voldoende snelladers te liggen, nergens moet ik aanschuiven. Of dat in juli en augustus en met een wagen met een veel kleiner rijbereik ook nog het geval is, is koffiedik kijken. Minder autonomie betekent meer laden, meer tijdverlies. In de praktijk benut je immers zelden de volledige capaciteit van de batterij, de constructeur raadt aan niet onder de 10 en niet boven de 80 procent te gaan. Elektrisch rijden is anders rijden, vereist meer voorbereiding en discipline en geeft rijplezier een andere inhoud. Het is niettemin een verrijkende ervaring die uitnodigt tot meer. Tirol is de Oostenrijkse deelstaat met het grootste contingent Belgische vakantiegangers. Binnen Tirol komt het Zillertal op plaats één dankzij een gevarieerd aanbod van betaalbare familiepensions en zeer goed uitgeruste vier- en vijfsterrenhotels op mensenmaat, met daarnaast een brede waaier aan recreatiemogelijkheden. In de zomer ligt de nadruk op fietsen en wandelen. Het dal strekt zich uit over een lengte van zo'n 50 kilometer, telt 35.000 inwoners en 7 miljoen overnachtingen op jaarbasis. "Ruim driekwart van de gasten komt met de wagen. Voorlopig zijn elektrische auto's een minderheid maar hun aantal neemt gelukkig snel toe, wat de luchtkwaliteit ten goede komt." Manfred Pfister van de toeristische dienst heeft nog meer goed nieuws. "In 2025 wordt de dieseltrein in het dal vervangen door een hypermoderne trein op groene waterstof. Vier waterkrachtcentrales aan het einde van het dal leveren de energie om waterstof te produceren. Toeristen zullen gratis gebruik kunnen maken van de waterstoftrein, die in Oostenrijk uniek in zijn soort is. Daarmee zet het Zillertal opnieuw een belangrijke stap voorwaarts richting duurzaam toerisme. Onze hotels hebben dat al eerder gedaan door te investeren in energiebesparende renovaties."