Een bericht in de Franstalige krant L'Avenir over de stiptheidscijfers van de treinen zorgde deze maand voor ergernis bij NMBS. De krant kon een interne nota inkijken waaruit blijkt dat de stiptheidsdoelstelling voor dit jaar zou worden losgelaten. De doelstelling om 89 procent van de treinen op tijd te laten rijden, zou niet langer haalbaar zijn.
...

Een bericht in de Franstalige krant L'Avenir over de stiptheidscijfers van de treinen zorgde deze maand voor ergernis bij NMBS. De krant kon een interne nota inkijken waaruit blijkt dat de stiptheidsdoelstelling voor dit jaar zou worden losgelaten. De doelstelling om 89 procent van de treinen op tijd te laten rijden, zou niet langer haalbaar zijn. Officieel houdt de NMBS vol dat de doelstelling voor dit jaar niet wordt verlaten, maar binnenskamers valt inderdaad te horen dat op basis van de talrijke vertragingen in de eerste jaarhelft een jaardoelstelling van 88 procent realistischer is. "Nadat we onze stiptheidscijfers in 2014 en 2015 zagen verbeteren, dalen ze nu opnieuw", geeft NMBS-woordvoerder Bart Crols toe. "Het aantal stenengooiers, spoorlopers en ongevallen op overwegen neemt toe. In het afgelopen halfjaar was 41,3 procent van de vertragingen te wijten aan factoren waar we geen controle over hebben." Aan al die vertragingen hangt een prijskaartje. In 2017 betaalde NMBS 540.000 euro aan compensaties. Die vormen echter niet de enige financiële impact van slechte stiptheidscijfers. Het lopende beheerscontract, dat nog altijd een verlenging is van de beheersovereenkomst die liep tot eind 2012, koppelt de tarieven expliciet aan de stiptheid van de treinen. Laat die laatste te wensen over, dan mag de NMBS bij de jaarlijkse tariefaanpassing in februari haar prijzen voor abonnementen niet volledig aanpassen aan de zogenoemde gezondheidsindex. De tarieven stijgen dan minder snel dan de inflatie. Over de grootte van de impact die de slabakkende stiptheid op het tarievenbeleid bij de NMBS heeft, zijn geen cijfers publiek beschikbaar. Maar volgens woordvoerder Crols is het geen detail. Hij verwijst naar de benchmarkstudie die de voormalige spoorbaas Jo Cornu in 2015 presenteerde. In die studie had Ernst & Young de prestaties van de NMBS vergeleken met die van andere Europese spooroperatoren. De tarieven van de NMBS bleken 45 procent lager te liggen dan het gemiddelde van die van vijftien andere West-Europese spoormaatschappijen. De Belgische spoorwegoperator heeft zo 330 miljoen euro minder ticketinkomsten dan de benchmark. Een koppeling van de tarieven aan de stiptheidscijfers verergert de situatie alleen maar. Toch zal in de nieuwe beheersovereenkomst, waaraan nog steeds wordt gewerkt, de corrigerende maatregel overeind blijven. Bovendien zouden niet enkel de tarieven, maar ook het loon van de directieleden gekoppeld worden aan de stiptheidscijfers.