Philippe Lampe groeide op met het lawaai van de schietspoelen. Zijn ouders hadden een weverij die in onderaanneming voor andere textielfirma's werkte. Een studie textielingenieur lag voor de hand, een job in de sector evenzeer. Midden de jaren tachtig werkte hij bij Barco Industries, dat toen de computer in de textielindustrie introduceerde. "Om de zes maanden kwam ik in een ander textielbedrijf terecht, waar ik de business leerde te begrijpen en een soort ERP-systeem avant-la-lettre (ERP staat voor Enterprise Resource Planning, nvdr) mee op poten mocht zetten."
...

Philippe Lampe groeide op met het lawaai van de schietspoelen. Zijn ouders hadden een weverij die in onderaanneming voor andere textielfirma's werkte. Een studie textielingenieur lag voor de hand, een job in de sector evenzeer. Midden de jaren tachtig werkte hij bij Barco Industries, dat toen de computer in de textielindustrie introduceerde. "Om de zes maanden kwam ik in een ander textielbedrijf terecht, waar ik de business leerde te begrijpen en een soort ERP-systeem avant-la-lettre (ERP staat voor Enterprise Resource Planning, nvdr) mee op poten mocht zetten." Boeiend, maar de drang om zelf een zaak te beginnen was sterker. "Ondertussen was mijn vader overleden. Mijn broer Francis had het ouderlijke bedrijf overgenomen en zich gespecialiseerd in de productie van matrasstof. Met grote, klassieke bloemenprints, zoals toen gebruikelijk. Ik vroeg me af waarom dat niet in een effen stof kon. Dat zou mooier ogen en je zou die stof op minder complexe machines kunnen weven, waardoor je tegen een lagere prijs zou kunnen produceren. Ik creëerde die stoffen, maar het weven en de afwerking besteedde ik uit. Een weefmachine kostte 2 miljoen Belgische frank (ongeveer 50.000 euro, nvdr) en dat geld had ik niet. De verkoop liep meteen zo goed dat ik niet op tijd voldoende productiecapaciteit vond. Waarop ik zelf, zodra ik dat kon, mijn eigen machines kocht." "Ondertussen was mijn vrouw Hilde afgestudeerd als arts, maar ze besloot eerst een jaar samen met mij de firma uit te bouwen. Zij bleek sterk in creatie en logistiek, en ze is hier nooit meer weggegaan." "We bleven groeien en breidden geleidelijk ons machinepark uit. Midden de jaren negentig kwam er een Nederlandse textielagent, die gecharmeerd was door onze ontwerpen. Of we geen gordijnstoffen wilden creëren, vroeg hij. Hij ging met onze ontwerpen naar Hema en we kregen een contract. Op dat moment maakte iedereen bedrukte gordijnstoffen. Onze sobere ton-sur-tonontwerpen waren anders. In geen tijd waren onze stoffen de bestverkopende van de Hema-collectie, terwijl wij eigenlijk niks kenden van gordijnen (lacht). Nog altijd zijn wij de hoofdleverancier van Hema voor gordijnstoffen, goed voor honderdduizenden meters per jaar." Lampe is ook in het duurdere segment actief. "We leveren aan Belgische en Nederlandse groothandels. Ook een goede klant is het merk Inside van mijn broer Dominique. Hij verkoopt aan speciaalzaken voor raamdecoratie, net als enkele Nederlandse merken waarvoor we werken." Lampe hanteert een gouden regel: "We verkopen nooit één stof aan twee verschillende klanten." Lampe is een van de weinige textielbedrijven die in Vlaanderen nog gordijnstoffen produceren. "De voorbije jaren zijn heel wat collega's gestopt of failliet gegaan. Vroeger, toen gordijnstof bedrukt werd, verkochten de groothandels de stoffen per rol aan de winkels. Maar de markt evolueerde naar geweven stoffen. Die konden sneller, flexibeler en in kleinere hoeveelheden geleverd worden. Maar op de duur werden die aantallen wel heel klein. Vandaag zijn er groothandels die één rol bestellen. Daar beginnen wij gewoon niet aan. Onze machines zijn te geavanceerd om minder dan 200 meter per order te produceren. Want ze weven sneller, maar het afstellen vraagt meer tijd. Je laat toch ook geen vliegtuig opstijgen voor een verplaatsing van 50 kilometer? Collega's gaan daar soms te ver in, met nefaste gevolgen." De productie van matrasstof heeft Lampe gestaakt. "Bijna alle Belgische fabrikanten hebben hun productie verhuisd naar buiten Europa. De druk op de prijzen is te groot om die hier nog te maken." Dat Lampe Textiles langzaam maar zeker is geëvolueerd naar de decoratiesector is dus een goede zaak, al was die switch nooit zo'n bewuste strategie, geeft Lampe toe. "De ene klant bracht de andere mee, en we zijn nooit een uitdaging uit de weg gegaan. Zo zijn we ook meubelstoffen beginnen te produceren. Bijvoorbeeld voor het exclusieve Nederlandse merk Moooi, op vraag van hun ontwerper, Marcel Wanders." Wanders introduceerde Lampe ook in een nieuwe wereld. "Hij was bezig met de restyling van de businessclass van KLM, en vroeg ons stoffen onderleggers te ontwikkelen voor de plateautjes waarop de champagne wordt geserveerd. Geen makkelijke opdracht: de onderleggers moesten sterk zijn en voorzien van een antisliplaag, want de bubbels mogen bij turbulentie niet de lucht in vliegen. Ze moesten er ook chic uitzien, terwijl ze toch niet te duur mochten zijn. We leveren nu 2 miljoen stuks per jaar aan KLM. Van de variant die we voor grote broer Air France ontwikkelden, leveren we 6 miljoen." "Als wij het goed doen als Belgisch textielbedrijf, dan ligt dat aan onze manier van denken en onze zin voor innovatie. We hadden kunnen redeneren: "Wij zijn een weverij van gordijnstoffen en dat blijven we." Terwijl de vraag moet zijn: "Wat kunnen wij met onze machines produceren waar de wereld behoefte aan heeft?" Toen Lampes jongste zoon Thibaut ging studeren in Antwerpen, had hij een probleem op zijn kot: wanneer de overgordijnen open waren, keek iedereen bij hem binnen. Samen met zijn vader bedacht de student productontwikkeling een transparante, zelfklevende, geweven stof waardoor je wel naar buiten kijkt, terwijl binnenkijken niet meer mogelijk is. "Het eerste probeersel bleek een schot in de roos. Voorbijgangers stopten om te kijken en vroegen mij ernaar", vertelt Thibaut Lampe. "Iedereen die het zag, leek wel zoiets nodig te hebben. Na lang zoeken bleek ook dat er nergens iets vergelijkbaars bestond." En dus overtuigde Thibaut zijn vader het product op de markt te brengen. "We doopten het 'Squid' en het is intussen gepatenteerd." Maar, patent of niet, het risico blijft bestaan dat Squid gekopieerd wordt. "Het komt erop aan er voor die tijd te staan als merk. Een nieuw gegeven voor ons", legt Philippe Lampe uit. "Als bedrijf zijn wij altijd in de schaduw gebleven. We produceren 10.000 meter gordijnstof per dag, vijf dagen op zeven, maar aan marketing hebben wij nooit gedaan. Een goed product leveren en je klanten kennen, dat moest volstaan, dacht ik altijd. Voor dit product lagen de kaarten anders. We beslisten rechtstreeks naar de consument te gaan, met een webshop. Anderzijds beseffen we dat we met Squid ook in de plaatselijke gordijnwinkel aanwezig moeten zijn." Ondertussen telt Squid ruim 200 verkooppunten in België en is het ook te koop in Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Polen. Squid opende ook onverwachte deuren voor Lampe Textiles. "We kwamen terecht in de voor ons onbekende wereld van de grootformaatdrukkerijen, die onder meer instaan voor de belettering van ramen en etalages. Squid kan namelijk worden bedrukt met verschillende printtechieken en is makkelijk te plaatsen. En oogt met zijn textielstructuur minder koel dan raamfolies. Daarom tonen ook architecten en designers interesse." Dat Squid vorig jaar genomineerd was voor de Henry van de Velde Awards, droeg ook bij aan de naambekendheid. Is Squid nu nog maar goed voor een fractie van de omzet van Lampe Textiles, dan is het bedrijf voorbereid op een sterke groei van zijn nieuwste product. "Voor Squid moeten we het van de volumes hebben. We produceren nu 500 meter per dag, maar we kunnen dat snel, zonder extra machines, opdrijven naar 4000 meter." Squid wordt volledig in België gemaakt. Dat geldt overigens voor de hele Lampe-productie. "Op een bepaald moment leek het erop dat ik de laatste der Mohikanen zou zijn, maar nu zie ik toch nogal wat productie terugkeren uit China. Wij blijven in ieder geval investeren in nieuwe technologie. Dit jaar alleen al meer dan 600.000 euro."