Wouter De Geest, de CEO van BASF Antwerpen, wordt door het bestuurscomité van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka voorgedragen als voorzitter in opvolging van Paul Kumpen. Na de goedkeuring door de raad van bestuur zal De Geest begin november in functie treden.

Hopelijk wordt hij als voorzitter wat meer zichtbaar in het sociaaleconomische debat dan zijn voorganger. Want de laatste tijd is het relatief stil vanuit de Voka-hoek. Men zou heimwee krijgen naar de periodes waarin Luc De Bruyckere (2009-2012) of Michel Delbaere voorzitter was.

Akkoord, Niko Demeester, de secretaris-generaal van de Vlaamse werkgeversorganisatie, riep de verschillende regeringen onlangs op om "nog één keer door te trekken" voor de laatste twaalf maanden van de legislatuur. Voor de federale regering zijn er vier prioriteiten: het Energiepact, de zware beroepen, de arbeidsdeal en de begrotingen 2018 en 2019. Voor de Vlaamse regering zijn er drie belangrijke werven: de investering in innovatie, het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de klimaatopwarming.

Voka haalt te weinig de megafoon boven

Allemaal zeer belangrijke dossiers, maar Voka haalt daar te weinig de megafoon voor boven. Terwijl het zich kan permitteren zijn nek meer uit te steken en straffere uitspraken te doen dan de werkgeversorganisaties VBO en Unizo, die wel in de interprofessionele Groep van Tien zijn vertegenwoordigd. De ondernemers verwachten dat van Voka, omdat het een echte ledenvereniging is en niet in eerste instantie de belangen van de sectoren moet verdedigen.

De regering-Michel is de werkgeversorganisaties natuurlijk tegemoet getreden met de lagere lasten op arbeid en de hervorming van de vennootschapsbelasting. Maar het werk is verre van af. De loonkosten zijn nog altijd te hoog en de fiscale druk op bedrijfswinsten behoort nog altijd tot de Europese middenmoot. De werkgevers mogen gerust - zelfs tot vervelens toe - herhalen dat het een stuk meer mag zijn.