Karel Goetghebeur bouwt saxofoons : 'Ik wil de saxofoon naar de 21ste eeuw halen'

In 2012 verwierf Karel Goetghebeur de rechten op de merknaam Adolphe Sax & Cie. Daarmee bracht hij de bouw van de saxofoon terug naar ons land - niet naar Dinant, maar naar Brugge. "Een saxofoon is een bijzonder ingewikkeld instrument dat gemiddeld uit 500 onderdelen bestaat", vertelt hij. "In Azië bestaan fabrieken die grotendeels machinaal saxofoons bouwen, maar het blijft hoofdzakelijk een ambachtelijk werk waarbij veel soldeerwerk komt kijken. Na de assemblage volgt een zeer uitgebreid fijn afstelwerk. Daarmee staat of valt de kwaliteit van het instrument."

Goetghebeur trok de wereld rond om te bekijken hoe anderen saxofoons bouwen. "Tot nu bouw ik een vijftigtal instrumenten per jaar, maar dat zouden er meer moeten worden. De voorbije jaren importeerde ik nog enkele onderdelen, maar over een jaar of twee kan ik een saxofoon afleveren die 100 procent made in Belgium is. Daarvoor wil ik de juiste medewerkers selecteren, vooral om de meest routinematige klussen over te nemen."

Dat een saxofoon niet meer op exact dezelfde manier wordt gemaakt als Adolphe Sax dat in negentiende eeuw deed, deert Goetghebeur niet. "Ik wil de saxofoon naar de 21ste eeuw halen. Zeventig jaar geleden bestonden nog geen computergestuurde toestellen. Ik ben er zeker van dat een instrumentenbouwer van toen niet zou aarzelen die nieuwe technieken toe te passen als hij zijn proces zou kunnen optimaliseren. Dat heb ik ook bij mijn grootvader gezien, een scheepsbouwer uit Oostende. Je moet functioneel werken, met respect voor je ambacht."

Op de Erfgoeddag demonstreert Goetghebeur zijn vak als saxbouwer. Hij vertelt ook over het project Sax4Pax. "Vorig jaar heb ik een oproep gelanceerd om oude granaathulzen in te zamelen. Die zijn gemaakt uit messing, het basismateriaal voor saxofoons. Uit de omgesmolten hulzen wil ik 193 saxofoons maken."

Ronny Wagemans bakt veldbrikken : 'Dit kun je niet op school leren'

"Mijn familie bakt al veldbrikken sinds 1934. Veldbrikken zijn bakstenen die worden gebakken in een klassiek gestookte veldoven met kolen. Door dat ambachtelijke procedé krijgen ze allemaal een mooie, unieke kleurschakering van bruin, paars, rood en geel. Mijn grootvader is met de veldsteenbakkerij begonnen, daarna volgde mijn vader. In 1989 stapte ik mee in de zaak en in 1996 nam ik haar over", vertelt Rony Wagemans uit Werm in Limburg.

In Haspengouw maken veldbrikken deel uit van een eeuwenoude bouwtraditie. "Oorspronkelijk kwam de klei uit de grond op het bouwperceel. Die groeve gebruikten de bewoners later als kelder. Tegenwoordig heb ik een eigen groeve. Eerst malen we de grond tot een fijne korrel en die storten we in de vormen van een veldpers. Als de leemkorrels tot een baksteen zijn geperst, laten we ze drogen in de openlucht."

De volgende stap is het bakken in een veldoven, in principe op de plek waar de leem werd afgegraven. "Eerst vormen we een gangenstelsel met een dikke laag steenkool, dat noemen we een rooster. Het is ongeveer 12 meter lang, 9 meter breed en een halve meter hoog. Daarop stapelen we de bakstenen en weer een laagje steenkool. Dat herhalen we dertig tot veertig keer tot we een hoogte van een kleine vier meter bereiken. We dekken de oven af en laten hem een etmaal branden. De afkoeling duurt een paar weken."

Tijdens de Erfgoeddag kunnen de bezoekers kennismaken met dat ambachtelijke procedé. "Om het echt te kunnen, heb je jaren ervaring nodig. Dit kun je niet op school leren, iemand anders moet je gedurende vier, vijf jaar opleiden. Je moet feeling krijgen met de bakstenen. Mijn kinderen zijn nog te klein, maar op een dag leer ik hen zeker veldbrikken bakken. Of ze ermee doorgaan, dat moeten ze zelf uitmaken. Eén ding is zeker, een veldsteenbakkerij is hard werken."

Jochen Matthys en Tijs Verbeke richten het MaM op : 'Ook studenten hebben behoefte aan een creatieve plek'

Een creatieve werkplaats waar oude en jonge denkers en doeners aan de slag kunnen en van elkaar kunnen leren, dat is de insteek achter het MaM. "Dat staat voor Mind- and Makerspace", vertelt Jochen Matthys, stafmedewerker cultuur en creativiteit aan Howest, de Hogeschool West-Vlaanderen. "In Brugge bieden we vooral sociale en bedrijfsgerichte opleidingen aan. Maar ook die studenten hebben soms behoefte aan een plek om creatief aan de slag te gaan en echt iets te maken, samen met anderen. Studenten van de lerarenopleiding kunnen in het MaM bijvoorbeeld STEM-workshops geven voor scholen."

Het MaM wordt veel meer dan een leslokaal met technologische machines zoals een 3D-printer of een virtual-realitystudio. "Doelbewust is onze stek vlot extern toegankelijk, zodat ook individuele creatievelingen of organisaties uit de regio hier terecht kunnen en onze studenten kunnen inspireren. Het klinkt als een cliché, maar in onze publieke makerspace zetten we vooral in op een kruisbestuiving tussen uiteenlopende disciplines. Treffend is dat ik een achtergrond heb als master in de beeldende kunsten, met een jarenlange ervaring als artdirector in een communicatiebureau en als onderzoeker. Lerarenopleider Tijs Verbeke heeft een technisch en een STEM-profiel."

Ronny Wagemans bakt veldbrikken

"Het MaM is pas vanaf september voor iedereen toegankelijk. Op de Erfgoeddag kun je ons als primeur vinden op de pop-up Handmade Brugge. Mensen kunnen bij ons aan de slag met de sierlijke letters uit middeleeuwse handschriften. We wekken ze tot leven met een hedendaagse lasercutter. De bezoekers kunnen een creatieve boodschap drukken op een ambachtelijke etspers. Daarmee bewijzen we dat ambachten in de 21ste eeuw nog altijd waardevol zijn. Ze zijn veel meer dan folklore, zeker als je innoveert en clusters doorbreekt."

Jochen Matthys en Tijs Verbeke richten het MaM op