Aan start-ups is er geen gebrek in ons land. Aan media-aandacht voor die vaak hippe vogels al evenmin. Bart Vanhaeren, de medeoprichter van Bolero Crowdfunding, zag er in zijn carrière al honderden de revue passeren (zie kader Wie is Bart Vanhaeren?). Soms werden ze heel succesvol, soms waren ze ook gedoemd om snel te verdwijnen, maar vooral: meestal zijn ze te bescheiden en te klein. En ze worden vaak ook niet echt goed omringd, stelde Vanhaeren vast. Hij schreef daarom een boek met tips en relevante voorbeelden, dat vaak ook de vinger op de wonde legt.

"Bij het schrijven van dit boek is het me sterk opgevallen dat je van heel wat beloftevolle start-ups amper omzetcijfers vindt. Dat zegt natuurlijk iets. Er zijn heel weinig Belgische start-ups waarvan de omzet al voorbij de grens van 10 miljoen euro is gegaan. Dat valt in mijn ogen soms moeilijk te rijmen met de media-aandacht die veel van die bedrijfjes krijgen. Die aandacht focust vaak enkel op opgehaalde bedragen en te weinig op de omzet. Terwijl het finaal wel draait om toegevoegde waarde creëren en winstgevend worden."

Waarom groeien zo weinig Belgische start-ups door tot een scale-up, zoals de al iets oudere, snelgroeiende start-ups worden genoemd?

Bart Vanhaeren: "Ik vrees dat dit toch vaak terug te voeren is tot een latent gebrek aan ambitie - niet enkel bij de ondernemers zelf, maar ook in het hele Belgische ecosysteem, van de investeerders tot de overheid. Ik sta niet alleen met die conclusie. De Vlerick Business School sloeg al op dezelfde spijker, en ook een belangrijke investeerder als Jurgen Ingels is het daarmee eens. Ik vrees dat het een beetje samenhangt met de typisch Belgische mentaliteit. We blijven liever altijd een beetje bescheiden.

"Ik was op een samenkomst van start-ups in Salt Lake City. Toen ik een van de ondernemers daar vroeg wat zijn ambitie was, luidde zijn antwoord: 'I want to be a unicorn, that's very clear.' Wel, zo'n eenhoorn (een start-up met een waardering van meer dan 1 miljard dollar, nvdr), daar wachten we in België nog altijd op. In landen als Nederland, Zweden en Israël, die in omvang vergelijkbaar zijn met België, zijn er de voorbije jaren wel al enkele van die eenhoorns ontstaan.

"Het probleem ligt ook bij de investeerders. Het blijft in ons land met een vergrootglas zoeken naar investeringen van meer dan 5 miljoen euro. Hoopgevend is wel dat Urbain Vandeurzen een fonds van 250 à 350 miljoen euro in het vooruitzicht heeft gesteld en dat imec 60 miljoen euro heeft opgehaald voor het IMEX.xpand-fonds. Ook minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft een aantal initiatieven aangekondigd rond scaling-upkapitaal. Er is ook meer dan genoeg investeringskapitaal in ons land, het zijn vaak de investeerders die heel erg voorzichtig blijven. Ze struikelen vaak zelfs over bedragen van enkele honderdduizenden euro's. Dat is geen verwijt, het is gewoon een nuchtere vaststelling."

Je kunt natuurlijk ook opwerpen dat de voorbije jaren in de Verenigde Staten vaak met geld werd gegooid, zeker naar technologiestart-ups. De vraag rijst of al die bedrijfjes dat geld ook echt waard waren.

Bart Vanhaeren: "Dat klopt absoluut. Iemand als Heidi Rakels, die met Guardsquare een succesverhaal aan het schrijven is, waarschuwt daar ook voor. Start-ups moet gaan voor duurzame en stabiele groei op lange termijn, en moeten dus verder leren te kijken dan de quick wins. Tegelijk ben ik er, na al die jaren bij Bolero en Start it @kbc (een broedplaats voor jonge ICT-bedrijfjes, nvdr), ook wel van overtuigd dat we in België flink wat ongeslepen diamanten in handen hebben. We zitten op enorm veel hightech en brains - denk maar een instituut als imec - maar aan de sales- en de businesskant is er een gebrek aan middelen en ambitie. We zijn te snel tevreden met een bedrijfje van tien of vijftig werknemers, terwijl het potentieel aanwezig is om sommige bedrijven tot vijfhonderd werknemers of meer te doen uitgroeien."

Volgens de Global Entrepreneurship Monitor hebben nooit eerder zo veel Vlamingen een eigen bedrijfje opgestart. In 2002 ging het over amper 3 procent van de Vlamingen, in 2016 was dat aantal opgelopen tot 9 procent. Hoopgevend toch?

Bart Vanhaeren: "Absoluut, maar dat cijfer zegt niets over het aantal start-ups, en nog veel minder over het percentage start-ups dat doorgroeit. Een koffiebar of een kapperszaak openen is niet vanzelfsprekend en verdient alle respect, maar het heeft niets met een echte start-up te maken. Het onderscheid zit vooral in de mate van creativiteit en innovatie. Daarnaast schept een start-up ook pas echt toegevoegde waarde voor de economie als hij kan doorgroeien tot een scale-up, zeg maar een bedrijf dat minimaal 10 miljoen euro omzet haalt. Heel veel bedrijfjes hier blijven onder de grens van vijftig medewerkers hangen.

"Om nog even de vergelijking met de Verenigde Staten te maken. Daar is de voorbije jaren al meermaals aangetoond dat de nettogroei van het aantal arbeidsplaatsen hoofdzakelijk te danken was aan enkele start-ups die fors zijn doorgegroeid. Dan hebben we het uiteraard over de Facebooks en Googles van deze wereld, maar ook over heel wat minder bekende bedrijven. In België, en ook in Nederland, komt die banencreatie nu wel stilaan op gang, maar ze blijft nog relatief bescheiden. Zelfs in Engeland roepen experts stilaan op om nog ambitieuzer te zijn. Studies wijzen op het grote potentieel van start-ups om voor nettobanencreatie te zorgen."

Wat moeten we hier dan anders of beter doen?

Bart Vanhaeren: "Er is natuurlijk dat bijna cultureel bepaalde gebrek aan ambitie. Ik zie in landen als IJsland, Nederland en Zweden een veel meer uitgesproken ambitie om snel internationaal te gaan. Echt groeien is onmogelijk als je onder de kerktoren blijft zitten. Een paar spraakmakende voorbeelden zoals Spotify in Zweden en Ayden in Nederland spelen vaak een belangrijke rol. Misschien is die rol hier in de toekomst wel weggelegd voor scale-ups zoals Showpad, Silverfin, Datacamp of Teamleader? Daarnaast moeten start-ups sneller ervaren mensen aan boord halen, die kunnen helpen bij de uitbouw van het bedrijf en die levensnoodzakelijke internationalisering. En daarbij aansluitend: aarzel niet ook buitenlands talent aan te werven. Dat soort mensen bezorgt je gewoon ook veel sneller internationale geloofwaardigheid."

Leggen al te veel start-ups de lat inhoudelijk ook te laag?

Bart Vanhaeren: "We moeten dat ook niet dramatiseren, maar het klopt wel dat ik de voorbije jaren echt wel een aantal start-ups de revue heb zien passeren waarvan ik me afvroeg waar de innovatie nu precies zat. De drempel om een bedrijfje op te richten, is heel laag geworden in deze digitale tijden. Dat is op zich een goede zaak, maar vraag je vooraf toch even af of je echt voor een heel vernieuwend groeibedrijf wilt gaan - en of daarvoor wel een markt bestaat - of dat je gewoon een eigen zaak wil opstarten. In het eerste geval moet je op een goede dag vers geld ophalen, en dat is een lang en zwaar proces. Die verantwoordelijkheid tegenover de investeerders weegt doorgaans heel zwaar.

"Bezin dus alvorens je begint, vraag je af waar je markt zit en hoe het met de mogelijke concurrentie staat. Daarvoor is het huidige, almaar beter uitgebouwde ecosysteem in ons land een zegen. Beginnende ondernemers kunnen op tal van plaatsen en bij de meest uiteenlopende incubatoren aankloppen om hun idee af te toetsen. Door alle faciliteiten die hen tegenwoordig ter beschikking staan, is het risico ook fors afgenomen."

Als het over innovatie en start-ups gaat, wordt vaak naar de rol en de inbreng van de overheid gekeken. Hoe zit dat in ons land?

Bart Vanhaeren: "Ik vind niet dat de overheid zelf moet investeren, maar het helpt absoluut als bijvoorbeeld een stadsbestuur mee voor een goed kader en een duidelijke visie zorgt. Dat zie je al volop gebeuren in steden als Londen en Barcelona, met resultaat ook. Ik denk dat we op dat gebied in ons land niet mogen klagen. In steden als Gent en Leuven gebeurt al heel wat. Een stad die zorgt voor een goed kader en interessante faciliteiten doet dat niet enkel voor haar eigen bedrijven, het is ook een signaal voor buitenlandse ondernemers.

"Die inspanningen gaan in mijn ogen een stuk verder dan pakweg incubatoren of bedrijfsruimtes. Neem de inspanningen die in Leuven gebeuren om ook een kader te creëren voor de partners van buitenlandse studenten en werknemers. Dat klinkt niet spectaculair, maar het is wel essentieel als je voldoende buitenlands talent wilt aantrekken. Hetzelfde geldt voor een goed openbaar vervoer, veel fietspaden, betaalbare wooninfrastructuur: dat maakt deel uit van het grotere plaatje. De oprichter van Spotify bekloeg er zich onlangs nog over dat Stockholm stilaan te duur begint te worden. Dat soort factoren speelt gewoon een rol als je van je stad een aantrekkelijke start-uphub wil maken.

"Last but not least is er natuurlijk de regelgeving. Moeten start-ups zich echt door hetzelfde wetgevende kluwen worstelen als grotere bedrijven, of kan het sneller en vlotter? In Engeland bijvoorbeeld heeft de overheid voor startende fintechbedrijfjes (fintech staat voor financiële technologie, nvdr) een apart kader gecreëerd, waarbij er extra concessies worden gedaan om dat opstartproces sneller en vlotter te doen verlopen."

Bart Vanhaeren, Get Up, Start Up. Realitycheck voor start-ups die zich willen ontpoppen tot meer, Die Keure, 351 blz, 29 euro.

Wie is Bart Vanhaeren?

Bart Vanhaeren is van opleiding burgerlijk ingenieur scheikunde. Hij behaalde een MBA bij IMD/Lausanne en begon zijn loopbaan als managementconsultant bij het Amerikaanse consultancybedrijf Arthur D. Little, waarna hij aan boord kwam bij Levi Strauss en GE Capital.

Sinds 1999 werkt Vanhaeren voor KBC. Hij begon bij de bank als hoofd van de interne organisatieafdeling en richtte KBC Consumer Finance op. Hij staat sinds 2012 als CEO van Bolero aan het hoofd van de retailactiviteiten. Hij is medeoprichter van Bolero Crowdfunding, een platform waarmee particulieren kunnen investeren in startende bedrijven.