François Blondel (53) gaf ooit een topfunctie bij de energiereus PetroFina op voor een baan met een onzekere toekomst bij IBt. Dat was toen nog een zwaar verlieslatende start-up in kankerbestrijding, zonder inkomsten. "Mijn schoonfamilie zei dat ik helemaal gek geworden was", zegt Blondel. "Toen werd je geacht tot aan je pensioen bij een bedrijf te werken, zoals mijn schoonvader deed bij Shell en mijn schoonmoeder bij Solvay. Maar ik wilde ondernemer worden, al werd dat lang geleden nog beschouwd als des duivels. In de ogen van velen waren dat oneerlijke mensen", lacht Blondel.
...

François Blondel (53) gaf ooit een topfunctie bij de energiereus PetroFina op voor een baan met een onzekere toekomst bij IBt. Dat was toen nog een zwaar verlieslatende start-up in kankerbestrijding, zonder inkomsten. "Mijn schoonfamilie zei dat ik helemaal gek geworden was", zegt Blondel. "Toen werd je geacht tot aan je pensioen bij een bedrijf te werken, zoals mijn schoonvader deed bij Shell en mijn schoonmoeder bij Solvay. Maar ik wilde ondernemer worden, al werd dat lang geleden nog beschouwd als des duivels. In de ogen van velen waren dat oneerlijke mensen", lacht Blondel. Het werd de start van een hectisch decennium, waarin IBt zich na vallen en opstaan ontpopte tot een winstgevend en beursgenoteerd bedrijf met tweehonderd werknemers. Na een bitse juridische strijd met de grootaandeelhouder Andreas Eckert stapte Blondel in 2010 op bij IBt, dat nog altijd noteert op de beurs onder de naam Eckert & Ziegler BEBIG. "Ik won die zaak, maar het was een pyrrusoverwinning, want ik moest mijn aandelen verkopen en dus mijn kind achterlaten", zegt Blondel, die al in 2004 begon te investeren in andere bedrijven. "Omdat het goed leven is in deze regio en omdat ik absoluut wil dat dit een luilekkerland blijft, voor mijn vier kinderen en die van een ander." Na zijn vertrek bij IBt in 2010 stapelde Blondel een rist jobs op als consultant en onafhankelijk bestuurder. "Maar na twee jaar wist ik dat ik me vergist had. Ik had er behoefte aan actiever te zijn, en niet zomaar wat raad te geven op een bestuursvergadering en maanden later nog eens terug te komen om te zien hoe het zich had ontwikkeld." In 2013 werd Blondel de CEO van het farmabedrijf KitoZyme. Daarnaast heeft hij operationele rollen bij KioMed Pharma, oncoDNA (verkozen tot beloftevol bedrijf van 2015) en Delphi Genetics, en heeft hij geïnvesteerd in negen andere bedrijven, waaronder Nanocyl, Ovizio, Valore, Cardiatis en Uniteq. "Meer kan ik niet doen. Helaas telt een dag slechts 24 uur", zegt Blondel, die al een twintigtal bedrijven mee op de rails heeft gezet en zo werk verschaft aan zowat duizend mensen. Banencreatie is dinsdag ook een belangrijk thema op het jaarevenement van essenscia, de koepelfederatie voor chemie, farma en biotech. Blondel neemt er als expert in ondernemerschap deel aan het debat. "Ik heb als investeerder uitzonderlijke successen gekend", zegt hij. "Zoals bij Celyad, dat toen nog Cardio3 BioSciences heette, en waar ik nog voor de beursgang ben ingestapt. De investeerders die me hun vertrouwen hebben gegeven en me zijn gevolgd, hebben hun investering zien vervijftienvoudigen." Blondel houdt kantoor bij KitoZyme in Herstal. "KitoZyme zit ook voortdurend in mijn gedachten", zegt hij. Het farmabedrijf, dat in 2000 werd opgericht als spin-off van de Luikse universiteit ULg, heeft dan ook lastige tijden achter de rug. "KitoZyme heeft enorm veel geluk gehad", geeft Blondel toe. Het bedrijf ontwikkelt producten op basis van de plantaardige vezel chitosan. "Twaalf jaar lang heeft het alle mogelijke toepassingsgebieden onderzocht. Dat kun je als grote groep wel aan, maar het is veel lastiger om te dragen voor een kmo." Tussen 2009 en 2012 boekte KitoZyme een gecumuleerd nettoverlies van ruim 20 miljoen euro. Dat het bedrijf dat heeft overleefd, heeft het te danken aan zijn koppige aandeelhouders, de families Mestdagh en Montulet. Die controleren 70 procent van de aandelen. Blondel houdt 10 procent aan en de overheidsinstellingen Meusinvest en SRIW hebben de rest. Maar het was Blondel die orde op zaken moest stellen. Nauwelijks twee jaar na zijn komst haalde KitoZyme een break-even. Voor die spurt werd Kitozyme in 2014 en 2015 door Deloitte verkozen tot Technology Fast 50-bedrijf. Blondel focust op drie toepassingsgebieden voor chitosan. Twee ervan zijn gewichtscontrole, omdat chitosan vetten in voeding kan opslaan en afvoeren, en de bevordering van de spijsvertering. De derde toepassing is de wijnbouw. "Zo hebben we vorig jaar meer dan 100 miljoen flessen rode wijn behandeld met onze producten. Chitosan capteert een bacterie die de wijn beschadigt en het wordt nadien als bezinksel uit de wijnvaten gefilterd." Blondel heeft voor chitosan nog vier toepassingen in de pijplijn zitten. Voorlopig produceert KitoZyme vooral onder licentie voor derden, zoals Omega Pharma en Sanofi. "Maar in een volgende fase verkopen we onder eigen label", zegt Blondel. Later dit jaar al lanceert het bedrijf zijn producten in Azië. "Ik hoop ook in China", zegt Blondel. "Het potentieel is er enorm." Chitosan is een miljardenmarkt en het wordt vooral gebruikt in Azië. "Maar dat is allemaal dierlijke chitosan", zegt Blondel. "Wij zijn het enige bedrijf dat plantaardige chitosan produceert, uit paddenstoelen. We gaan zeker fors groeien. Ik zou zelfs kunnen zeggen dat the sky the limit is, maar ik blijf voorzichtig. Verwachtingen moet je altijd managen." Om het ondernemerschap te promoten zet Blondel zich in voor een serie vzw's, waaronder de Waalse biotechkoepelvereniging BioWin; Women on Board, dat ijvert voor meer vrouwelijke bestuurders; en het Caring Entrepreneurship Fund van de voormalige UCB-topman Roch Doliveux, dat ondernemers wil steunen. En dan is er 100.000 Entrepreneurs. "Het is een geweldig project omdat het twee thema's samenbrengt die ik cruciaal vind: opleiding en ondernemersgeest", zegt Blondel. De vzw, die enkel actief is in Brussel en Wallonië, brengt ondernemers in middelbare scholen voor de klas om het belang van het ondernemerschap voor de regio uit te dragen. Blondel trekt aan de kar, samen met zijn collega-ondernemers Pierre Rion (IRIS) en Eric Everard (Artexis). "Ik ben niet bang te zeggen dat we geen schrik mogen hebben om te mislukken", legt Blondel uit. "Ik heb zelf meerdere investeringen gedaan in bedrijven die later over de kop zijn gegaan. Maar ook faillissementen zijn belangrijk, want daarop kun je bouwen. Ik was ooit voor PetroFina in de Verenigde Staten op een vergadering waar een topman van het toen nog prestigieuze Goldman Sachs kwam spreken. Hij begon zijn toespraak met de melding dat hij twee keer failliet was gegaan. Zijn boodschap was: 'Ik heb gefaald, en zie waar ik nu sta.' In de Verenigde Staten is mislukken bijna een diploma waard. We moeten dus veel meer durven", zegt Blondel, die zijn verdere carrièreplanning nog niet heeft afgelijnd. "Ik heb al regelmatig overwogen om een investeringsfonds op te richten", zegt hij. "Ik zit al aan mijn derde professionele leven, en misschien komt er dus wel een vierde. Het enige wat telt, is plezier hebben in wat ik doe. En als het mogelijk is, ga ik door tot mijn 95ste."