Je moet een optimist zijn om te willen ondernemen. Bureaucraten zien problemen, ondernemers zien mogelijkheden. Een optimist verwacht dat er positieve dingen zullen gebeuren en kijkt vol verwachting naar de toekomst. Pessimisten zijn wel degelijk realisten, maar bereiken veel minder, ze geven te snel op. De eerste negatieve signalen bewijzen immers hun grote gelijk. Maatschappelijk is optimisme een begerenswaardige eigenschap, goed dat er telkens opnieuw mensen gevonden worden die toch maar het risico nemen. Maar is het voor het individu zelf ook een zegen?

Twee Amerikaanse toponderzoekers hebben zich onlangs over het probleem gebogen, feiten gescheiden van fictie, anekdote van evidentie. Een voorspellende studie van 95.000 Amerikaanse vrouwen toonde overduidelijk aan dat de optimisten tot 30 procent minder kans hebben op een fatale hartziekte dan de pessimisten. Dat zijn spectaculaire cijfers, zeker als je beseft dat de studie controleerde voor alle zogenaamde overige risicofactoren, zoals roken. Maar ook bijvoorbeeld voor vijandigheid, waarvan we weten dat het echt slecht is voor je gezondheid. De studie bevestigt de vele andere die telkens vaststelden: de optimisten staan aan de juiste kant van de overlevingskromme. Optimisten hebben wel degelijk zelf voordeel bij hun attitude. Bij oudere mensen lijkt het effect van optimisme nog te stijgen. Daar stijgt het voordeel bij hartziektes tot bijna 50 procent. De effecten zijn minder uitgesproken voor andere ziektes, maar gelden toch voor zowat alle doodsoorzaken. Bij kanker echter zijn de resultaten van de verschillende studies niet zo consistent.

Is optimisme echt een voordeel?

Weten we ook waarom de optimisten langer leven? Met de nodige wetenschappelijke voorzichtigheid is het antwoord zonder meer: ja. Drie verklaringen vullen elkaar aan. De eerste verklaring onderschrijft de bij ondernemers populaire stelling: je moet niet trachten de toekomst te voorspellen (waar pessimisten beter in zijn), je moet ze waarmaken. Bij dreigende regen gaan de optimisten toch joggen. De pessimisten blijven thuis. Optimisten volgen beter hun dieet. Als je dat veralgemeent naar het zakenleven, zou je kunnen stellen dat optimistische ondernemers blijven geloven in een aanpak waarvan experts of het gezonde verstand hebben aangetoond dat hij werkt. En dan kunnen we alleen maar hopen (laten we optimistisch zijn...) dat het niveau van adviezen over bedrijfsstrategie even hoog ligt als dat van dieetleer. Bent u al klaar om erop te wijzen dat al die voedingsadviezen niet veel waard zijn? Let toch maar even op, merk ik daar een pessimistische ingesteldheid?

Wat mij bijzonder opviel bij de lectuur van de studieresultaten was dat optimisten voor hun gezondheid duidelijk proactiever zijn. Ze proberen gezondheidsproblemen te vermijden door te anticiperen en ze beginnen tijdig aan een gezondere levensstijl. Pessimisten zullen eerder wachten tot er ernstige waarschuwingssignalen komen, het zijn immers... realisten. Dit soort resultaten weerlegt het beeld van de optimisten als naïeve allesgelovers. Hier zie je zeer duidelijk het verband met ondernemen. Toekomstgericht, pro-actief zijn, is een van de meest geprezen houdingen van de betere ondernemer.

De tweede manier waarop optimisme helpt is louter biologisch. Het lichaam van optimisten is minder gestresseerd en reageert in het algemeen positiever op allerlei lichamelijke uitdagingen. Zo zal bijvoorbeeld optimisme de ontwikkeling van artherosclerose afremmen.

De derde verklaring is een klassieker. Optimisten zijn meer geliefd, krijgen meer sociale steun, hebben betere sociale netwerken.

Een kleine waarschuwing. De gerapporteerde effecten gelden vooral voor diep optimisme. Een beetje optimistischer worden helpt niet zoveel. Je moet er echt voor gaan. Hoe doe je dat? Het internet bulkt van de adviezen, waar een echte pessimist toch niets van gelooft. Op zijn te vroege sterfbed kan hij dan bitter stellen: zie je wel dat het allemaal gezwam is, die larie over optimisme.