De afgelopen week ben ik even op de barricaden gaan staan. Niet als een dolle mina, wel als een vrouwelijke ondernemer. Ik las met interesse de open brief van Ann Callewaerts van Telenet, die opriep te streven naar een vrouwelijker bedrijfsleven. De cijfers zijn inderdaad bedroevend.
...

De afgelopen week ben ik even op de barricaden gaan staan. Niet als een dolle mina, wel als een vrouwelijke ondernemer. Ik las met interesse de open brief van Ann Callewaerts van Telenet, die opriep te streven naar een vrouwelijker bedrijfsleven. De cijfers zijn inderdaad bedroevend. In de gendergelijkheidsindex van het Wereld Economisch Forum zijn we afgegleden naar de 31ste plaats, terwijl we ooit comfortabel in de top tien stonden. Dat komt niet zozeer doordat België is stilgevallen, wel doordat andere landen sneller vooruitgaan. In België wordt slechts een op de vier topfuncties ingevuld door een vrouw. Het percentage vrouwen in de directiecomités van de grootste vijftig Belgische bedrijven bedraagt slechts 13,4 procent. In de raden van bestuur van de Belgische beursgenoteerde bedrijven halen we 28,5 procent, terwijl het wettelijk voorgeschreven minimum 33 procent is. En dat terwijl heel wat studies hebben aangetoond dat bedrijven waarin meer vrouwen in topfuncties zitten, beter presteren. Hoe diverser een directie is, hoe beter de resultaten zijn. Ik let in mijn bedrijf wel op het genderevenwicht. Op een gezonde manier. Ik neem geen vrouwen aan omdat ze vrouwen zijn. Ik werf talenten aan, geen genders. Ik kijk wel of de verdeling niet te veel naar de ene of de andere kant overhelt. Dat lukt aardig. Ik heb daar geen gesofisticeerde software voor nodig. Veel beslissingen neem ik nog altijd vanuit het buikgevoel, en eerlijk: het resultaat is een team dat ik door en door vertrouw. In het Vlaams Parlement stelde ik aan minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans (N-VA) de vraag hoe ze meer de focus zou kunnen leggen op gendergelijkheid. We zaten eigenlijk wel op dezelfde golflengte. Maar plots viel uit de oppositie het grote woord waar de bedrijfswereld niet op zit te wachten: quota. Nee, ik wil geen quota. Nee, ik wil niet dat de overheid in onze bedrijven komt vertellen hoeveel vrouwen er op dit of gene zitje moeten zitten. Ik wil wel een beleid van bewustmaking. Daar heb ik verscheidene redenen voor. Eerst en vooral is er nog altijd een gebrek aan bewustmaking en er ontbreken rolmodellen: bedrijven die aantonen hoe zij het doen. Ten tweede: de manier waarop vacatures worden opgesteld, kan ertoe leiden dat meer mannen zich kandidaat stellen. Er bestaat zoiets als genderneutrale vacatures, maar weinig bedrijven weten ervan. Ten slotte is er nog altijd de unconscious bias: onze onbewuste vooroordelen. We hebben ze allemaal. Een vrouw met ambitie of die zich goed kan verdedigen in een debat: dat zal wel een harde tante zijn. Geloof me, in die materie ben ik een ervaringsdeskundige. Maar terug naar het Vlaams Parlement: ik deelde het filmpje van het debat op sociale media. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een hevige reactie uit onverwachte hoek: van vrouwen. Ze verweten me dat ik niet achter quota sta. Volgens hen zijn quota de enige oplossing om tot gendergelijkheid te komen. Ik stel het even scherp: er bestaat ook nog de vrijheid van het ondernemen. Dat is de eerste voorwaarde om ondernemers - mannen én vrouwen - hun plannen te laten realiseren. Daarna kan de overheid handvatten aanreiken om tot een beter ondernemerschap te komen. Streven naar gendergelijkheid is er daar zeker één van. De commentaren die ik deze week las, waren toch wel wat beangstigend. Ik hoef geen fundamentalisten die me komen dicteren hoe ik mijn bedrijf moet organiseren of dat ik vrouwenquota hoog in het vaandel moet dragen. Ik blijf een hevige voorstander van gendergelijkheid: dat thema moet hoog op de agenda blijven staan. Het debat gaat over hoe we dat gaan bereiken. Dat hoeft niet door quota in te voeren. Ik moet vrij kunnen ondernemen. En ik ben erin geslaagd in mijn bedrijf gendergelijkheid te realiseren. Zonder quota, in een overwegend mannelijke sector. Ik heb daarmee aangetoond dat streven naar gendergelijkheid ook anders kan, door er aandacht voor te hebben. Ik roep u op hetzelfde te doen.