Zeker in een verkiezingsjaar is de start van het nieuwe schooljaar een gelegenheid voor ideologische scherpslijperij. De een vindt het onderwijs te kennisgericht, de ander klaagt dat het scholensysteem geen kwalitatieve werkkrachten meer oplevert. Trends vroeg vijf ondernemers en bedrijfsleiders hoe zij terugblikken op hun schoolcarrière. Dat relativeert enkele clichés over het onderwijs die steeds weer worden herhaald.
...

Zeker in een verkiezingsjaar is de start van het nieuwe schooljaar een gelegenheid voor ideologische scherpslijperij. De een vindt het onderwijs te kennisgericht, de ander klaagt dat het scholensysteem geen kwalitatieve werkkrachten meer oplevert. Trends vroeg vijf ondernemers en bedrijfsleiders hoe zij terugblikken op hun schoolcarrière. Dat relativeert enkele clichés over het onderwijs die steeds weer worden herhaald. IGNACE VAN DOORSELAERE. "Eigenlijk wel. Ik deed wetenschappelijke A, een richting met veel wiskunde. Daarna studeerde ik Engels en Spaans aan de tolkenschool in Gent. Om goed te vertalen moet je begrijpen waarover het gaat. Daarom is een tolkenopleiding vrij breed, met veel vakken. Economie begon me te interesseren. Nadat ik was afgestudeerd, zocht ik dus een aanvullende opleiding economie en management."Ik wilde in 1983 Vlerick doen, maar omdat mijn tolkendiploma niet door een universiteit was afgeleverd, mocht dat niet. Ik ben dan aan de KU Leuven gestart in het postgraduaat bedrijfskunde, maar iedereen raadde me aan een MBA in het buitenland te volgen. Na een intensief selectieproces werd ik toegelaten tot het Wharton MBA Program, dat in die tijd internationaal tot de top drie behoorde. De tweejarige opleiding kostte 55.000 dollar. Ik had al bijna vier jaar gewerkt en had al mijn spaargeld nodig om naar Philadelphia te kunnen vertrekken."VAN DOORSELAERE. "Je weet nooit wat het zou zijn geweest zonder die MBA. Maar mijn opvoeding thuis was nog bepalender. Wij hadden een slagerij. Werken en meehelpen was standaard. Die werkethiek zit dieper dan welk diploma ook. Natuurlijk gaan met een MBA-diploma deuren open. Ik kon beginnen bij Boston Consulting in Parijs, dat zou anders nooit gelukt zijn. Interbrew, nu AB Inbev, was een klant. Dat klikte en ik maakte de overstap, om er uiteindelijk twaalf jaar in de cel voor fusies en overnames te werken." VAN DOORSELAERE. "Mijn leraar wiskunde, wijlen broeder Reinier. In de wetenschappelijke A kreeg je acht tot negen uur wiskunde in de week. Ik was goed, maar niet goed genoeg om burgerlijk ingenieur te studeren. Die man heeft toch altijd de ambitie in mij aangewakkerd. En van een andere orde: dankzij het studententoneel in de tolkenschool ben ik niet bang voor een publiek te spreken."VAN DOORSELAERE. "Ik zou hetzelfde doen. Een tolkenopleiding geeft een brede vorming. Al is het tweede diploma, in mijn geval een MBA, bepalender voor je carrière. Maar ik heb wel spijt dat ik nooit ondernemer ben geweest. Een paar keer was ik er dichtbij, maar het is er niet van gekomen. Wellicht ben ik toch te risicoavers."VAN DOORSELAERE. "Attitude is belangrijker. En ambitie. Voor mij moet kennis ook toepasbaar zijn. Daarom ben ik ook eerder voorstander van het Amerikaanse onderwijssysteem. Dat begint met een case en leidt daaruit de theorie af. Zeker in managementopleidingen en economie, maar ook in het talenonderwijs is zo'n praktijkgerichte aanpak wenselijk."VAN DOORSELAERE. "Ik lees die statistieken ook, maar eigenlijk merk ik er niet zo veel van. Ik zie toch veel ambitie bij de jongere generatie. Er zijn meer start-ups dan ooit en jongeren willen wel degelijk werken. Als ik de attitude en de ondernemingshonger van de huidige generatie zie, ben ik optimistisch."DANIELLE VANWESENBEECK. "Ik ging graag naar school om mijn vrienden te zien, maar niet om de hele dag in de les te zitten. Eigenlijk was ik niet zo'n goede student. Ik ben een eerste keer blijven zitten in het vierde middelbaar. Ik had niet echt een groot tekort, maar moest mijn jaar toch overdoen. Dat is een breuklijn in mijn schoolcarrière. Van een veelbelovende leerling ben ik toen veranderd in iemand die het niet meer zag zitten om zich in te zetten."Toen ik in Leuven geschiedenis ging studeren, trad ik in de voetsporen van mijn vader, die historicus is. Vakken als historische statistiek vond ik boeiend, maar de hagiografie van duizenden heiligen vanbuiten leren, daar kon ik mij niet toe bewegen. Ik zat in het presidium en dat vond ik geweldig. Maar in het algemeen liep mijn opleiding niet zo vlot en werd ik steeds ongelukkiger. Tot ik besliste te stoppen en voor Club Med te gaan werken in Marbella. Dat was een soort betaalde stage voor mij. Ik heb er meer geleerd dan in mijn jaren in Leuven." VANWESENBEECK. "Dingen uit het hoofd leren was niet mijn talent. Ik ben iemand die leert door dingen te doen. Ik zag hoe mijn vrienden succesvol waren in hun studie, terwijl ik faalde. Dat knaagde aan mijn zelfvertrouwen, maar ik bleef de gedachte koesteren dat ik ze vroeg of laat zou tonen wat er in mij zit. Toen ik uit Marbella terugkeerde, bleek mijn gedrevenheid groter dan die van de meeste van mijn vrienden. Net wat je nodig hebt om ondernemer te worden."Ik heb nu een eigen bedrijf en zit in het Vlaams Parlement. Heb ik spijt? Ja en nee. Ik had misschien economie moeten doen. Misschien had ik dan meer dingen geleerd die ik nu kan gebruiken. Ik zou in geen geval halsstarrig blijven vasthouden aan het idee dat je een diploma nodig hebt om het te maken. Je kunt ook steunen op je talenten. In ondernemerskringen kom ik genoeg voorbeelden tegen van mensen die ook zonder diploma succesvol zijn."VANWESENBEECK. "Er zijn altijd leraars geweest die bleven herhalen dat ze iets in mij zagen. Toch is de beslissing uit het schoolsysteem te stappen een van de belangrijkste mijlpalen in mijn leven. Als ik krampachtig was blijven streven naar een diploma, was er wellicht niets van mij terechtgekomen." VANWESENBEECK. "Er wordt nog altijd te weinig ingezet op ervaring, en vooral te weinig op talent. Voor iemand die out of the box denkt, is in het onderwijssysteem geen plaats. Wij hadden een wiskundeleraar die geen punten gaf als je een definitie niet in het derde vakje vanaf de kantlijn begon te schrijven. Daar word je toch woest van?" VANWESENBEECK. "Wij hebben hier geregeld stagiairs. Bij hen zie ik een kloof tussen het onderwijs en de bedrijfswereld. Daarom ben ik een groot pleitbezorger van een verplichte stage in elke opleiding. Dat levert waardevolle werkkrachten op. Maar dat ons onderwijs erop achteruit zou gaan? Dat zie ik niet echt. Maar misschien komt dat omdat ik meer op basis van attitude dan het diploma aanwerf."ALEXANDER DEWULF. "Ik ging heel graag naar school. Ik was een goede student, maar voor mij was de school ook altijd een plek voor sociaal contact. Een belangrijke mijlpaal was de overgang naar de middelbare school. Ik ging van een katholieke jongensschool naar een gemengd atheneum. Dat was voor mij nieuw, net zoals mensen die zedenleer volgden. Wij waren thuis vrij katholiek. "Omdat ik me een beetje verveelde op het atheneum, trok ik op mijn veertiende naar de kadettenschool in Laken. Dat was een omgeving met orde en structuur, en er zaten sterke leerlingen uit heel België. Dat gaf me de ambitie altijd beter te doen. We hadden ook veel sport en er was veel kameraadschap. Ik vond dat fijn, maar heb nooit de intentie gehad in het leger te blijven. Na de kadettenschool volgde de militaire school. Ik studeerde af als burgerlijk ingenieur bouwkunde en elektronica. Ik heb daarna tien jaar bij het leger gewerkt. In die tijd heb ik ook nog een ingenieursstudie aan de ULB gedaan en een postgraduaat bedrijfskunde aan de KU Leuven."DEWULF. "Het leger heeft me waarden, discipline, structuur en verantwoordelijkheidszin bijgebracht. Je wordt er ook communicatief en je leert wat overtuigingskracht is. Als jonge officier moet je je aanpassen aan allerlei omstandigheden en leer je te overleven."DEWULF. "In het atheneum was er een leraar wiskunde die zei dat ik de kadettenschool niet zou aankunnen. Ik twijfelde of ik naar de kadettenschol zou gaan, maar door zijn negatieve houding wilde ik bewijzen dat ik het wel kon."DEWULF. "Ik zou de kadettenschool niet doen. Ik heb daar afgezien. Niet op het academische vlak, dat deed ik graag, maar sociaal was het geen gemakkelijke overstap. Voor de militaire school zou ik zeker opnieuw kiezen. Als officier leer je leiding geven. Je bent direct verantwoordelijk voor de mensen die van je afhangen. Ik vind dat er in elke onderneming een evenwicht moet zijn tussen klanten, financiële doelstellingen en het sociale weefsel. De CEO moet dat evenwicht bewaken. Een bedrijf is meer dan de bedrijfskasstroom, menselijk kapitaal heeft ook zijn waarde." DEWULF. "Pure kennis was vroeger almachtig. Door de complexiteit van de dingen wordt het steeds belangrijker te weten waar je de kennis kunt vinden. Maar om daarin te slagen heb je ook minimale kennis nodig. Ook persoonlijkheid wint aan belang. Heb je zin voor empathie en discipline? Beheers je de kunst van samenwerking? Die zaken zijn evenwaardig aan kennis."DEWULF. "De school kan de mensen niet meer op de maat van het bedrijfsleven vormen. Dat is vooral het gevolg van evoluties in de bedrijfsomgeving. Die is minder voorspelbaar en evolueert door de ontwikkeling van de dienstensector. Het onderwijs moet basiscompetenties bijbrengen, bedrijven moeten investeren in de specifieke vorming."KAREL VAN EETVELT. "De ene dag liever dan de andere. Een briljante student ben ik nooit geweest, maar op een paar herexamens na was ik toch altijd geslaagd. Ook aan de universiteit hoorde ik niet tot de groep studenten die in de les altijd op de eerste rij zaten. Ik zat eerder in het kamp dat het extra curriculum belangrijk vond. "In het middelbaar was ik klasverantwoordelijke, ik zat in de schoolploeg voetbal en was actief in de atletiekclub. Aan de universiteit kwam ik in het presidium terecht en was ik sportverantwoordelijke van mijn jaar. Ik zat in de sportraad van de KU Leuven en was betrokken bij de organisatie van evenementen zoals de 24 urenloop en de marathon."VAN EETVELT. "Ik denk het wel. Als je achttien bent, heb je niet echt een doel voor ogen. Sport was een passie. Dus leek lichamelijke opvoeding een logische keuze. Naarmate mijn studies vorderden, had ik wel door dat ik niet zou gaan lesgeven of voor een farmabedrijf wilde werken. Ik wilde eerder in de richting van het beleid. Ik stak veel tijd in bestuurszaken en studentenraden, maar mijn loopbaan is pas vertrokken toen ik tijdens mijn legerdienst op het kabinet van Gaston Geens terechtkwam."VAN EETVELT. "Toen ik voor hoger onderwijs moest kiezen, was me afgeraden universitaire studies te doen. Frans Van Parijs, een leraar Frans in Don Bosco en de trainer van de loopploeg van de school, heeft mij mee over de streep getrokken. Hij zag dat ik gepassioneerd was en wist dat ik kon werken. Volgens hem zou ik er wel geraken."VAN EETVELT. "Kennis en ervaring zijn beide belangrijk. Ik geloof in de combinatie. Iedereen kan zien welk soort ondernemerschap succesvol is. Het is duidelijk dat een snel aanpassingsvermogen en kennis die door ervaring is opgebouwd, aan belang winnen."VAN EETVELT. "Neen. Ik zit niet in de club doemdenkers die klaagt dat het onderwijs afzakt naar de middelmaat. In mijn dertien jaar bij Unizo heb ik de aandacht voor het ondernemerschap zien groeien. In het begin moesten we alles uit de kast halen om directies en leerkrachten te overtuigen, aan het einde kregen we vooral vragen om hen te helpen. "Volgens mij moeten we de mankementen in het onderwijs onder ogen zien, maar de vele goede evoluties ook niet ontkennen. In de aanwervingen die ik doe, zie ik geen kwaliteitsverlies. Integendeel: mensen worden goed opgeleid en krijgen duidelijk meer praktijkervaring dan vroeger."NATHALIE BEKX. "Ik verveelde me op school. Niet dat ik ooit ben blijven zitten. Ik heb het schoolse parcours probleemloos doorgelopen en gaf op mijn negentiende les als regentes Frans-geschiedenis. Echt gemotiveerd om te studeren was ik niet, maar ik besefte dat je een diploma nodig hebt. Daarom wilde ik ook regentaat doen, dan kon ik snel gaan werken."Nadat ik een aantal jaren Frans had gegeven, kreeg ik enkele uren geschiedenis in mijn lesrooster. Omdat ik dat goed wilde voorbereiden, ben ik aan de Universiteit Antwerpen enkele cursussen gaan kopen. En toen dacht ik: dat kan ik ook. En dus heb ik voor de centrale examencommissie het licentiaatsdiploma geschiedenis behaald."BEKX. "Ik heb een vrij goed geheugen, dus geschiedenis paste wel bij mij. Maar mocht ik opnieuw beginnen, dan zou ik voor economie kiezen. Toen ik adjunct-hoofdredacteur van Flair was, moest ik veel tijd in marketing steken. Dus ben ik een postgraduaat marketing gaan volgen aan IPO (nu AMS). Door zelf bedrijfscommunicatie en marketing te doceren in Vlekho (nu Odyssee) ontdekte ik dat economie iets voor mij zou zijn geweest."Tijdens mijn schooltijd heb ik weinig gemerkt van interactie in ons onderwijs. Er staat vooraan iemand les te geven en de studenten noteren. Dat is saai. Dan studeer ik liever als autodidact. Ik ben trouwens altijd blijven studeren. Ook vandaag nog: levenslang leren is belangrijk, maar een extra diploma hoeft niet meer."BEKX. "In mijn opleiding geschiedenis had ik een goede band met professor Karel Van Isacker, de auteur van Mijn land in de kering. Maar ik heb jammer genoeg nooit les bij hem gevolgd, want dat mag niet als je studente bent voor de centrale examencommissie. Ik herinner mij hem als een zeer inspirerende gesprekspartner." BEKX. "Ervaring is een licht dat achteruit schijnt. Ik ga niemand aanwerven voor zijn ervaring, maar wel voor zijn expertise. Ik denk dat puur ervaringsgericht onderwijs niet veel opbrengt. Je moet expertise opbouwen. Maar natuurlijk is het een probleem van ons onderwijs dat het te kennisgericht is."Ik heb nu diverse Europese projecten lopen die draaien rond levenslang leren. Daarin nemen we nieuwe onderwijsmethoden onder de loep. Duaal leren is in Duitsland heel gewoon, maar bij ons is het vrij nieuw. Praktijkgericht onderwijs is een missie in mijn leven geworden."BEKX. "Wie maakt die rapporten? Wat is het criterium? Die statistieken zijn te veel gericht op kennisverwerving. Ik hecht niet te veel belang aan die doemberichten. Ik vind dat jonge werknemers juist meer kunnen dan vroeger. Maar het gaat er natuurlijk ook om wat je vergelijkt. Als ondernemers die tests zouden opstellen, zou je een ander resultaat krijgen."