In 2008 kochten de motorliefhebbers Torsten en Bjorn Robbens de merkrechten van Saroléa, een Belgische motorenproducent die in 1973 de boeken had neergelegd.
...

In 2008 kochten de motorliefhebbers Torsten en Bjorn Robbens de merkrechten van Saroléa, een Belgische motorenproducent die in 1973 de boeken had neergelegd. Dat was niet toevallig. Hun grootoom André Van Heuverzwijn was in de jaren vijftig een succesvolle motorcrosser die reed voor dat merk. De tweelingbroers kozen voor een compleet nieuw businessmodel. Ze legden zich toe op de ontwikkeling van honderd procent elektrische racemachines. Torsten bouwde ervaring op bij McLaren, Porsche, Audi en enkele ruimtevaartbedrijven. Samen met de software-expert Bjorn werkte hij in 2010 zijn eerste handgemaakte prototype af. Na continue verbeteringen behaalde de SP7 in 2014 meteen de vierde plaats in zijn eerste race op het eiland Man. Intussen is ook een pre-productieversie van het straatmodel, de MANX7, klaar. Daarvan zijn nu al een twintigtal stuks verkocht. De eigenlijke productie start deze zomer in het Gentse. 300 kilometer bereik hebben de motoren van Saroléa na amper 25 minuten opladen.Voor de ontwikkeling en de bouw van hun motoren laten de broers zich omringen door achttien vaste en losse medewerkers, al moet dat aantal binnen het jaar stijgen tot dertig. "We willen dan honderd motoren bouwen. Een jaar later moeten het er 500 zijn, waaronder ook een nieuw model." Saroléa wil tegen eind 2020 rendabel zijn. Tot nog toe redde de tweeling het met eigen middelen, maar nu zoekt ze 5 miljoen euro extern kapitaal. Op termijn komt er ook een verkoopkantoor in Californië. "We hebben meer aanhang in de Verenigde Staten dan in België", zegt Robbens. "Voor de opnames van de actiescènes met Tom Cruise in Mission: Impossible mochten we bijvoorbeeld een speciale elektrische motor ontwikkelen. Die biedt heel wat voordelen op de filmset: hij maakt geen lawaai, veroorzaakt geen geurhinder en heeft geen versnellingen." Er lopen ook gesprekken met andere filmproducenten.