Wie een bedrijf uitbouwt, dient zijn cijfers op orde te hebben. Dat is een eenvoudige zaak: de som van de omzet moet het liefst hoger, maar op zijn minst gelijk zijn aan de som van de kosten. Laat een dashboard maken van dat overzicht en u hebt een kompas om uw bedrijf te leiden.

Er zijn ondernemers die in economische hoogtijden, als de winsten groot zijn, wat minder kritisch kijken naar hun kosten. Daar is niets mis mee. Er is wat extra room op de soep, dus hoeven we niet per se minder groenten te gebruiken.

In de jaren dat de prognoses aangeven dat het moeilijk zal worden, is dat wel aan de orde. Althans, zo beheer ik toch mijn bedrijf. Ik bekijk maand per maand kritisch de kosten en vraag me af of ze wel nodig zijn. Dat is belangrijk: al te vaak heeft een bedrijf kosten die nergens toe bijdragen. Ondernemen is ook trial en error. Soms probeer je iets, dat uiteindelijk toch niet echt iets oplevert. Dat kan bijvoorbeeld gaan over advertenties die niet opbrengen of over lidgelden van organisaties waar men meer van had verwacht.

Soms blijven kosten in een bedrijf zitten omdat er te weinig aandacht is geschonken aan de evolutie die een bedrijf doormaakt. Dat kan gaan over mensen die niet de verwachtingen inlossen, licenties voor software die niet wordt gebruikt, of een onderhoudscontract van een machine die al lang niet meer in productie is. Je boekhouder moet wakker zijn, anders passeren zulke dingen in de administratieve mallemolen en betaal je onnodige kosten. Het opkuisen van je kosten kan tot verrassende resultaten leiden. In moeilijke jaren zet je de tering naar de nering. Wat niet nodig is, moet eruit.

Sta me toe een bruggetje te maken naar de politiek. Blijkbaar krijgt men de begroting niet op orde. Niet federaal, niet Vlaams. Ik durf dan toch de vraag te stellen of niet te weinig naar de interne organisatie wordt gekeken, om te zien of daar niet wat afgeroomd kan worden. De kostenstructuur van onze overheid is eenvoudigweg te zwaar. De oplossing kan niet altijd zijn klanten, of in dit geval burgers, extra te laten betalen.

Een sluitende begroting begint bij jezelf.

Ik zat in het parlement en zag in de politieke wereld te veel exceptioneel hoge uitgaven, zowel in het functioneren van de politiek op zich, als in de beleidskeuzes. Niemand stelde de vraag: 'Hebben we dit wel nodig? Is de burger hier wel iets mee?'

Een minister van Begroting dient achter zijn dashboard zitten en de beleidskosten in de gaten te houden. Uiteraard is dat complexer dan een kmo runnen, maar het principe is hetzelfde. In moeilijke begrotingstijden moet de tering naar de nering gezet worden. Uitgaven schrappen hoeft niet altijd vertaald te worden in ambtenaren schrappen. Het gaat ook over andere zaken: chauffeurs, bodes, communicatiekosten, subsidies, gesubsidieerde comités en organisaties, wagenparken, politieke structuren tout court. Allemaal relatief kleine zaken, tot de optelsom gemaakt wordt.

Gebaseerd op de bij Europa ingediende begroting geven onze overheden, federaal en regionaal, 5 procent te veel uit. Tegen 2024 zou de federale regering 11,8 miljard moeten vinden om een begroting in evenwicht te hebben.

Wordt het dan niet tijd, beste politici, om dit kleine Belgische schip eens te runnen als een goede ondernemer? De centen zijn van u, maar ze zijn ook van ons. Er wordt hard voor gewerkt. We verwachten dan ook dat ze op een relevante manier worden besteed. Ik vraag dan ook met stelligheid, omdat ik te veel zag vanuit het parlement, om eens uw interne organisatie te bekijken en u af te vragen: 'Hebben we dit wel nodig?'