Het sociaal statuut van de zelfstandigen is de voorbije vijftien jaar sterk opgewaardeerd. Sinds begin augustus is het minimumpensioen van zelfstandigen even hoog als dat van werknemers. Ook de kinderbijslag is identiek. De faillissementsverzekering voor zelfstandigen wordt uitgebreid tot een 'overbruggingsrecht', een lightversie van de werkloosheidsuitkering voor werknemers.

Je zou verwachten dat de extra sociale voorzieningen voor zelfstandigen hun sociale zekerheid zwaar belasten. Maar dat is niet zo. Weliswaar dekken de sociale bijdragen slechts twee derde van de uitgaven, maar dat is bij werknemers ook zo.

Het betere statuut voor zelfstandigen kwam er zonder hogere sociale bijdragen

Wie de socialezekerheidsuitgaven bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat het stelsel van de zelfstandigen de voorbije jaren meer budgettaire voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd dan dat van de werknemers. De uitgaven om het sociaal statuut te verbeteren zijn bij de zelfstandigen zeer langzaam gestegen. Aanvankelijk werd gedacht dat hun sociale bijdragen moesten worden opgetrokken. Dat is niet nodig geweest. In tegenstelling tot het werknemersstelsel is er bij de zelfstandigen een plafond op de bijdragen (van een belastbaar inkomen van 82.795,16 euro per jaar zijn geen extra bijdragen meer nodig). Dat plafond bestaat nog altijd.

Voor de werknemers zijn de voorbije decennia beslissingen genomen die de kosten enorm hebben doen oplopen, zoals het royale brugpensioen en het tijdskrediet. Die trend is gekeerd, want tijdskrediet wordt strenger en het brugpensioen (nu SWT) wordt afgebouwd. Een goede zaak, maar de beleidsverantwoordelijken hadden beter bij het begin nagedacht over de kostprijs van zulke sociale regimes. Zoals ze dat in het zelfstandigenstelsel wel hebben gedaan.

Het sociaal statuut van de zelfstandigen is de voorbije vijftien jaar sterk opgewaardeerd. Sinds begin augustus is het minimumpensioen van zelfstandigen even hoog als dat van werknemers. Ook de kinderbijslag is identiek. De faillissementsverzekering voor zelfstandigen wordt uitgebreid tot een 'overbruggingsrecht', een lightversie van de werkloosheidsuitkering voor werknemers. Je zou verwachten dat de extra sociale voorzieningen voor zelfstandigen hun sociale zekerheid zwaar belasten. Maar dat is niet zo. Weliswaar dekken de sociale bijdragen slechts twee derde van de uitgaven, maar dat is bij werknemers ook zo. Wie de socialezekerheidsuitgaven bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat het stelsel van de zelfstandigen de voorbije jaren meer budgettaire voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd dan dat van de werknemers. De uitgaven om het sociaal statuut te verbeteren zijn bij de zelfstandigen zeer langzaam gestegen. Aanvankelijk werd gedacht dat hun sociale bijdragen moesten worden opgetrokken. Dat is niet nodig geweest. In tegenstelling tot het werknemersstelsel is er bij de zelfstandigen een plafond op de bijdragen (van een belastbaar inkomen van 82.795,16 euro per jaar zijn geen extra bijdragen meer nodig). Dat plafond bestaat nog altijd. Voor de werknemers zijn de voorbije decennia beslissingen genomen die de kosten enorm hebben doen oplopen, zoals het royale brugpensioen en het tijdskrediet. Die trend is gekeerd, want tijdskrediet wordt strenger en het brugpensioen (nu SWT) wordt afgebouwd. Een goede zaak, maar de beleidsverantwoordelijken hadden beter bij het begin nagedacht over de kostprijs van zulke sociale regimes. Zoals ze dat in het zelfstandigenstelsel wel hebben gedaan.