In een vorige column heb ik tips beloofd tegen een burn-out, en de mooiste adviezen heb ik in een onverwachte hoek gevonden, namelijk bij een naamgenoot. Hoe vaak heeft men tegen mij niet 'Marcus Aurelius' gezegd, en beter laat dan ooit heb ik vorige week beseft dat de man een stoïcijn was, die een drukke baan van keizer combineerde met die van schitterende filosoof. Het stoïcisme is meer dan ooit onze gids in drukke tijden van opbodsystemen, opgebrand door een misplaatst perfectionisme en opgejaagd door altijd maar te moeten winnen.

PRINCIPE 1:zoek een baan vol waarden, niet vol deadlines. Eenvoudig toch. Nietzsche zei het ook al: wie een waarom heeft in het leven, zal elke wat kunnen dragen. De mens is een zingever en als dat in gevaar komt, geraak je snel opgebrand. De meeste boeken over burn-out blinken uit door oppervlakkigheid. Ja, ja we weten al stilaan dat er drie dimensies zijn, dat schrijft zowat iedereen van iedereen van Christina Maslach over, maar het boek De filosofie van burn-out van Pascal Chabot graaft net dat tikkeltje dieper. Hij stelt zonder meer dat een burn-out een zinsgevingsprobleem is. We laten ons op sleeptouw nemen door technologie, controlesystemen zonder toegevoegde waarden en een eindeloos verlangen anderen te behagen. Ons zelfbeeld hangt niet af van wat zinvol is, maar van de goedkeuring van anderen.

PRINCIPE 2: werk niet meer, maar beter. Een ondernemer is op zijn best als hij onderneemt, een schrijver als hij schrijft, een verpleegkundige als hij met patiënten bezig is. Bekijk even je job. Die zou in essentie moeten bestaan uit drie zaken: je echte werk degelijk voorbereiden, het werk doen, en de nazorg. Waarom ben je dan met zoveel andere dingen bezig? De kern van je burn-out zit niet bij je 'echte' werk, maar in al wat daar omheen hangt.

Burn-out bestrijd je door naar de stoïcijnen te luisteren.

PRINCIPE 3: laat los wat je niet kunt controleren. Stress is verlies van controle. Telkens opnieuw geconfronteerd worden met het gevoel dat je het zaakje toch niet kunt controleren, leidt tot een burn-out. Als je iets kunt controleren, zoals de kwaliteit van je werk, investeer er dan alle energie in, bijvoorbeeld door voldoende te slapen. Als je iets niet kunt controleren, laat er dan vooral geen slapeloze nachten over. Berust niet, maar kijk rond of je een seintje kunt geven aan wie er wel iets kan aan doen. Schrijf een lezersbrief, vraag een vergadering met een lid van het topmanagement, contacteer de personeelsdienst, wordt lid van een actiegroep. In het laatste geval probeer je gewoon een goed lid te zijn. Er is slechts één weg naar geluk en dat is op te houden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt (Epictetus).

PRINCIPE 4: daden spreken luider dan woorden. Mensen luisteren naar wat anderen zeggen, en ze geloven wat anderen doen. Vraag je telkens af: wat heb ik vandaag voor het laatst zelf gedaan? Wat kan iemand anders beter, mooier, sneller? Beoordeel dus ook jezelf niet te veel op wat je die dag niét gedaan hebt, niet rond hebt gekregen, maar op wat je wél voor elkaar hebt gekregen. Als je naar huis rijdt, concentreer je niet op dat ene ding van je to-dolijstje dat je niet hebt afgewerkt, maar op de zovele andere waar je wel een verschil hebt gemaakt.

PRINCIPE 5: wat je verhinderde een bepaalde weg in te slaan, wordt een richtingwijzer. Voor de stoïcijnen is er geen absoluut goed of slecht. Besef dat alles wat onvermijdelijk wel je burn-out 'moet' veroorzaken, bij zovele anderen helemaal geen probleem is. Waarom jaag je jezelf toch zo op? Twee werknemers hebben een gelijkaardige baan in een prestatiegerichte omgeving, de ene bezwijkt, de andere niet. Waarom? De manager die bezwijkt vindt een baan in een respectvolle cultuur, maar zijn omgeving stelt na een tijdje wel vast dat de oude symptomen na enkele weken weer opduiken.

PRINCIPE 6: memento mori. Eeuwige roem op het werk duurt tot de eerste dag na je pensioen. Op je grafschrift staat waarschijnlijk ook niet: hij die ook tijdens zijn vrije dagen zijn mail beantwoordde binnen de tien minuten.