En toen stak Judi Ketteler een rol met postzegels in haar tas. De weken voordien was ze druk in de weer geweest. Ze stond op het punt een huis te kopen. De omstandigheden leken mee te zitten. Tot ze totaal onverwachts werd ontslagen, en ze als compensatie die rol postzegels meenam van kantoor. Dat was het minste waar ze recht op had, vond ze. Dat krijg je als je iemand zomaar ontslaat op het moment dat die een grote persoonlijke investering wil doen, redeneerde ze ook nog.
...

En toen stak Judi Ketteler een rol met postzegels in haar tas. De weken voordien was ze druk in de weer geweest. Ze stond op het punt een huis te kopen. De omstandigheden leken mee te zitten. Tot ze totaal onverwachts werd ontslagen, en ze als compensatie die rol postzegels meenam van kantoor. Dat was het minste waar ze recht op had, vond ze. Dat krijg je als je iemand zomaar ontslaat op het moment dat die een grote persoonlijke investering wil doen, redeneerde ze ook nog. Ketteler dacht terug aan dat voorval toen ze begon aan haar boek Nooit meer liegen? Daarin onderzoekt ze waarom mensen oneerlijk zijn en of ze niet moeten stoppen met het aaneenrijgen van al die kleine en grote leugens. 20 tot 30 procent van de tijd die we met anderen doorbrengen, gaat op aan liegen. Ketteler begint haar boek daarom meteen met een vaststelling: iedereen wil de waarheid kennen, maar niemand wil eerlijk zijn. "Onder meer omdat we denken dat we eerlijker zijn dan eigenlijk het geval is", vertelt Ketteler. "We vellen snel een oordeel als we merken dat anderen aan de haal gaan met de waarheid. Maar als we zelf liegen, vinden we daar gemakkelijk een goede uitleg voor. Omdat we onze leugens rationaliseren, blijven we vastzitten in onze oneerlijkheid." "Ik stond er bijvoorbeeld niet bij stil dat het verkeerd was die rol postzegels van kantoor mee te nemen. Ik heb me er nooit slecht over gevoeld", geeft Ketteler toe. "Tot ik erover begon te reflecteren en besefte dat er zo nog tal van voorbeelden zijn. De keer dat ik het teveel aan wisselgeld dat ik terugkreeg bij McDonald's wilde houden bijvoorbeeld. Ik had zo lang moeten wachten, de klantenservice was slecht en de kassierster wist niet waar ze mee bezig was. Ik was al een heleboel goede redenen aan het verzinnen om mijn beslissing te rechtvaardigen, tot ik weer besefte dat ik een eerlijker mens probeerde te worden", lacht ze. De smoesfactor noemt Ketteler dat fenomeen in haar boek. Die factor kan de maatschappij volgens haar best veel geld kosten. "Het stelen van kantoormateriaal, een beetje valsspelen bij het invullen van de belastingaangifte, hier en daar wat overdrijven op een cv. Het zijn kleine zaken waarvan we wel weten dat ze niet mogen, maar die ons zelfbeeld als eerlijk persoon ook niet meteen aantasten. Terwijl we eigenlijk de hele tijd zaken verzinnen of aandikken. Zeker op sociale media", zegt Ketteler. "Als we het bijvoorbeeld hebben over de boeken die we lezen of de programma's die we bekijken, zullen we eerder focussen op degene die ons slimmer doen lijken." Al zal een onderneming daardoor zelden een faillissement moeten aanvragen. "Dat klopt, maar om te beginnen maken vele van die kleintjes samen wel een groot geheel", reageert Ketteler. "Als iedereen het teveel aan wisselgeld houdt of het geen probleem vindt om batterijen van kantoor mee naar huis te nemen, lopen de kosten voor de ondernemingen wel op." Een tweede gevolg is volgens Ketteler gevaarlijker. "Kun je het stelen van kantoormateriaal vandaag voor jezelf rationaliseren, dan kun je morgen misschien even makkelijk winkeldiefstal goedpraten. Het is een hellend vlak, waarbij leugentjes om bestwil op termijn kunnen leiden tot grote leugens, die een serieuze impact hebben op de economie." Of op onszelf. Denk maar aan de kleine details die op een cv mogelijk worden opgesmukt. Het zou niet de eerste keer zijn dat diploma's die niet zijn behaald, iemand in nauwe schoentjes brengen. "Niet per se omdat mensen hardnekkig blijven liegen op hun cv, wel omdat ze lenen van de toekomst", legt Ketteler uit. "Wie een opleiding niet voltooit omdat hij al ergens aan de slag kan, gelooft vaak dat hij die studie nog wel zal afwerken. Dus zet hij dat diploma al in die vorm op zijn curriculum. Naarmate de tijd verstrijkt, gaat die persoon dan bijna geloven dat hij die opleiding echt heeft gehaald. Hetzelfde geldt voor vaardigheden die iemand wel zal bijschaven zodra hij de baan heeft. Dat gebeurt zelden. Je liegt er dus maar beter niet over." Er zijn ook makkelijk goede redenen te bedenken om een leugentje om bestwil boven te halen op de werkvloer. De collega die net een presentatie moet geven en vraagt of je gelooft dat hij het goed zal doen, wil je niet met nog meer stress opzadelen, net voordat hij de beamer aanzet. De klant die wil weten of je graag voor hem werkt, wil je in volle coronacrisis niet vertellen dat je net zo graag voor zijn concurrent had gewerkt. De baas die je straks nog moet evalueren, wijs je allicht liever op een later moment op zijn tekortkomingen. "Je moet natuurlijk niet iedereen elk negatief puntje over hun werk vertellen. Dat komt niemand ten goede", vindt Ketteler. "Je kunt beter even afwegen of de ander er ook beter van wordt, of dat je eigenlijk je eigen ego wil strelen door de ander eens eerlijk te zeggen waar het op staat." Te veel medeleven is ook niet goed. "Leugens uit medeleven berokkenen vaker schade dan de waarheid", zegt ze. "Stel je voor dat een collega midden in een pijnlijke scheiding zit. Zijn werk lijdt eronder, maar je geeft hem uit medelijden toch positieve feedback. Dat lijkt aardig, tot die persoon wordt ontslagen omdat hij niet de kans kreeg zich aan te passen op basis van jouw eerlijke feedback. Dan blijkt dat je hem een grotere dienst had bzwezen door een pijnlijk gesprek met hem te voeren. Alleen durven we dat vaak niet, omdat we op zo'n moment niet nog meer pijn willen veroorzaken." Dat blijkt ook uit onderzoek van Emma Levine, assistent-professor gedragswetenschappen aan de universiteit van Chicago Booth School of Business. "Zij vroeg een groep mensen drie dagen lang helemaal eerlijk te zijn. De deelnemers aan het onderzoek voorspelden dat de opdracht oncomfortabel of zelfs ronduit vreselijk zou zijn en dat ze al hun relaties zou ruïneren", vertelt Ketteler. "Het omgekeerde bleek waar. Ze gingen tijdens die drie dagen bijvoorbeeld enkele belangrijke gesprekken aan die ze lang hadden uitgesteld en merkten dat ook hun andere conversaties waardevoller werden. Door eerlijk te zijn, leg je net meer sociale connecties dan wanneer je liegt." Waarom blijven we dan toch liegen op kantoor? De Amerikaanse moraalonderzoeker Keith Leavitt vond meerdere antwoorden. Zo proberen we met die zogenaamde leugentjes om bestwil niet alleen collega's, bazen of zelfs de hele organisatie te behoeden voor onheil, we willen ook ons zelfbeeld beschermen. "Je bent niet altijd wie je denkt dat je bent. Mensen geloven graag dat ze hard hebben gewerkt voor hun succes en dat ze daarom alles wat ze hebben ook zelf hebben verdiend. Dat is meestal toch maar een verhaaltje, maar we geloven graag de leugens die we over onszelf vertellen", zegt Ketteler. "We bouwen er zelfs onze hele identiteit omheen. Als we dan moeten toegeven dat de verhalen misschien niet helemaal waar zijn, verkruimelt onze identiteit. Bijzonder oncomfortabel." Terwijl er volgens Leavitt en Ketteler makkelijke manieren zijn om dat te voorkomen. "Zorg ervoor dat je je niet vast hoeft te klampen aan één identiteit", tipt Ketteler. Daar kunnen leidinggevenden hun medewerkers volgens haar ook bij helpen. "Nu gebeurt het nog vaak dat medewerkers maar voor één bepaalde taak of voor een specifiek talent worden gewaardeerd. Denk aan aanmoedigingen als: 'Jij gaat deze deal voor ons binnenhalen. Als iemand het kan, dan ben jij het wel.' Dan ga je als werknemer automatisch je identiteit opbouwen rond het feit dat je goed kunt onderhandelen", legt Ketteler uit. "Als je dan faalt, lijkt het alsof je geen waarde hebt en zal worden ontslagen. Dan krijg je dus een motief om te liegen. Je kunt mensen daarom best vertellen dat ze ook een goede mentor zijn voor jonge collega's, dat ze veel vakkennis hebben. Dat ze ook andere kwaliteiten hebben waarvoor je hen waardeert." Het zette Ketteler ertoe aan zelf directer te communiceren. "Ook ik was voorheen vaak bang dat mensen me een onmens zouden vinden als ik eerlijk zou stellen waar het op stond. Om zeker niemand te beledigen en conflicten te vermijden, schreef ik bijvoorbeeld lange e-mails waarin ik elk detail uitlegde. Terwijl dat helemaal niet nodig bleek." Ketteler maakte de klik toen ze het advies kreeg zonder veel emoties te communiceren met haar zoon die ADHD heeft. Ze vroeg zich af of ze dezelfde manier van communiceren ook in andere delen van haar leven kon gebruiken. "In plaats van maar in cirkeltjes te blijven praten en me te blijven excuseren om zeker niemand voor het hoofd te stoten, antwoord ik nu simpelweg eerlijk als ik iets niet wil doen of als iemand me iets anders heeft geleverd dan wat ik had gevraagd. Ik ben nog altijd beleefd, maar zeg wel waar het op staat. Mensen hebben daar veel minder problemen mee dan ik had kunnen vermoeden." Hoewel beleefdheid het ook bij Ketteler soms nog haalt van eerlijkheid. Als een klant haar vraagt of ze graag voor hem werkt, ontwijkt ze de vraag bijvoorbeeld met het listige 'ik houd wel van een uitdaging.' Ketteler: "Etiquette-expert Lizzie Post raadde me aan in interacties altijd te focussen op wat positief is. Dan vertel je niet echt een leugentje om bestwil, maar zet je in de verf wat goed is. Het is ook waar, want ik houd wel van een uitdaging. Ik probeerde in dit geval dus niet te misleiden, maar er is zeker een grijze zone. Je zou dat inderdaad kunnen zien als het ontwijken van het echte antwoord." Daarmee begeeft Ketteler zich op glad ijs. Wie ervoor kiest niet te liegen, maar de waarheid te gebruiken om iemand te misleiden, doet dat niet altijd ongestraft. "Neem het voorbeeld van een onderhandeling. Als je daarbij plots voor een voldongen feit staat, is de kans groot dat je ofwel een leugen opdist, ofwel de waarheid zegt, maar daarmee ook een deel van het antwoord verzwijgt. Voormalig president Bill Clinton was daar vast het bekendste voorbeeld van", lacht Ketteler. Die tactiek kan zeker werken tijdens onderhandelingsgesprekken, maar kan evengoed een averechts effect hebben. "Het is één ding dat je tegen mensen liegt om hen te misleiden. Maar als ze merken dat je de waarheid daarvoor gebruikt, gaan ze je in de toekomst nog minder vertrouwen." Dan lijkt het duidelijker wat Donald Trump als president van de Verenigde Staten doet: ronduit liegen en onwaarheden wegzetten als alternatieve feiten. Ketteler zucht even. "Ik maak me er zorgen over", zegt ze. "Gaan andere leiders nu ook het gevoel krijgen dat ze die stijl kunnen gebruiken? Of gaan ze er net tegenin gaan? Voorlopig zie ik beide gebeuren." Ketteler geeft het voorbeeld van een arts bij wie ze laatst enkele feiten wilde checken. "Hij was niet zeker van de cijfers die hij gaf, maar zei: 'Als Donald Trump mag zeggen wat hij wil, dan kunnen wij die cijfers ook wel gebruiken.' Hij lachte er half om, maar hij was ook half serieus", vertelt Ketteler. "Tegelijk denk ik dat de meerderheid van de Amerikanen wel beseft dat dit niet de manier is om leiding te geven. Ik hoop dus dat mensen eerlijker, transparanter en authentieker willen zijn. Omdat ze zien hoe desastreus de gevolgen zijn als een leider de hele tijd liegt."