"Mijn broer en ik moésten vakantiewerk doen. Twee maanden thuis zitten of op straat lopen, dat was geen optie voor mijn ouders. Het was logisch dat we die studentenjob bij mijn vader deden, want die moest de vakantieperiodes van zijn vast personeel opvangen.
...

"Mijn broer en ik moésten vakantiewerk doen. Twee maanden thuis zitten of op straat lopen, dat was geen optie voor mijn ouders. Het was logisch dat we die studentenjob bij mijn vader deden, want die moest de vakantieperiodes van zijn vast personeel opvangen. "De eerste keer was ik nog maar vijftien. Mijn vader, die met Amerikaanse legerstock was begonnen, had net een gigantische partij potten en pannen opgekocht. Een hele oplegger vol. Weken aan een stuk heb ik potten en pannen afgewassen, want die moesten proper in de rekken komen. "20 Belgische frank (nog geen halve euro) per uur verdiende ik in het begin. Veel deed je niet met dat loon. Een bezoekje aan Lommel-kermis aan het einde van de zomer, en de rest spaarde ik, voor lp's of een radio. Later kregen we wat meer, dankzij mijn twee jaar oudere broer, die ook voor mij onderhandelde met mijn vader. "Ik heb als jong meisje ontelbaar veel vrachtwagens uitgeladen en oneindig veel prijsetiketten aangebracht. Dat deden we met speciaal gereedschap, dat zo'n typische geur had die nog lang in je handen bleef hangen. Later mocht ik ook al eens helpen te verkopen, bij de broeken of in de schoenenafdeling. Dan maakte ik soms een foutje. Zoals die keer dat een slanke dame vroeg naar een jeans in maat 38, en ik, niet beseffend dat er voor jeansbroeken met inch-maten wordt gewerkt, kwam aandraven met een broek waar ze wel twee keer in kon. ( lacht) "Dankzij die vakantiejobs heb ik zin gekregen om in het familiebedrijf te werken. Ik deed niets liever dan nieuwe collecties uitpakken, etalages maken, uitzoeken hoe je een stuk dat slecht verkoopt beter kunt presenteren, zodat het wel een succes wordt. Ik mocht ook al eens mee naar een beurs, waar ik kon kennismaken met de aankomende trends en mee de collecties mocht kiezen. Zo voelde ik dat die wereld mij lag. De invulling van mijn werk is sindsdien sterk geëvolueerd, net als het bedrijf. Nu bouwen we de hele collectie van nul af aan op, maar het gaat nog altijd om creativiteit. "In die zomers als jobstudent heb ik geleerd dat elke baan leuk kan zijn. Het hangt er maar vanaf hoe je er zelf naar kijkt. Of je nu opruimt of kleren verkoopt, met een positieve houding kan je van elke baan het plezante inzien, of net het negatieve. "Wat ik als jobstudent niét leerde, was samenwerken met de rest van de familie. In die tijd openden we heel wat nieuwe winkels en mijn broer en ik werden altijd naar verschillende filialen gestuurd. Pas later, nadat we een kantoor hadden geopend, zijn we echt gaan samenwerken, ook met mijn vader. Toen zijn de discussies begonnen. ( lacht) Logisch ook: als jobstudent ben je nog braaf, en over schoenen verkopen of vrachtwagens uitladen valt er weinig te discus- siëren. Pas als je verantwoordelijkheid krijgt en beslissingen moet nemen, kun je van mening verschillen. "Mijn vier kinderen hebben ook ieder jaar vakantiewerk gedaan. Onder zachte dwang. Eerst in ons magazijn. Hard werken is dat: je moet om kwart voor zes beginnen en de hele dag op je benen staan. Later hebben ze ook andere vakantiejobs gehad, zowel bij JBC als daarbuiten. Net zoals ik het fijn vond om te weten wat mijn vader deed, vonden zij het leuk om te zien waar hun moeder mee bezig was. Die betrokkenheid bij het familiebedrijf is een goede zaak, voor het bedrijf maar meer nog voor de samenhorigheid in de familie."