Naast liefde is macht het meest fundamentele kenmerk van intermenselijke relaties. Op het werk is er weinig plaats voor liefde. Voor macht des te meer. Alleen begrijpen we na duizenden jaren ervaring nog altijd niet al te goed hoe macht werkt. We weten dat macht fijn is - machtigen lijken een veel leuker leven te leiden dan machtelozen - maar we weten ook dat macht met een prijskaartje komt. Het kan erg eenzaam zijn aan de top, en je wordt bekritiseerd, verafschuwd, beschimpt.
...

Naast liefde is macht het meest fundamentele kenmerk van intermenselijke relaties. Op het werk is er weinig plaats voor liefde. Voor macht des te meer. Alleen begrijpen we na duizenden jaren ervaring nog altijd niet al te goed hoe macht werkt. We weten dat macht fijn is - machtigen lijken een veel leuker leven te leiden dan machtelozen - maar we weten ook dat macht met een prijskaartje komt. Het kan erg eenzaam zijn aan de top, en je wordt bekritiseerd, verafschuwd, beschimpt. Waarom is macht zo universeel? Voor een groep heeft macht bij één individu een groot overlevingsvoordeel. Aanvankelijk gaan grote risico's gepaard met macht, en het is altijd leuk als een ander die risico's voor jou loopt. Machtigen zien beter dan minder machtigen waar de weg naar het doel ligt. Het deel in ons brein dat middel-doelstructuren vastlegt, wordt gevoed door macht. Onze leiders zien aanvankelijk beter wat goed voor ons is. 'Grote Leiders' zien in een eerste fase helder wat het beste is voor het volk. Er ontstaat echter een probleem omdat 'Grote Leiders' na een tijdje ook beter dan gelijk wie zien wat het beste is... voor zichzelf. Je kunt één keer, of misschien zelfs twintig keer weerstaan aan de verleidingen van de macht, maar je inzicht hoe je de macht kunt houden (eventueel ten koste van de anderen) samen met de materiële en sociale voordelen, wordt steeds meer aangescherpt. En de volgende stappen zijn bijna altijd van het type 'leider voor het leven'. Toen de leider jong was, zag hij helder de nadelen van de oudere, verstarde leider, en heeft hij ervoor gezorgd dat zijn voorganger de baan moest ruimen. Nu hij zelf ouder is, wil hij vooral zijn volgelingen verder dienen, of die dat nu wensen of niet. Professor Dacher Keltner heeft een boeiende theorie over macht ontwikkeld. Zijn vertrekpunt? Een bijna-doodervaring. Op de campus van Berkeley werd hij als voetganger bijna doodgereden door een grote zwarte Mercedes, voor wie iedereen de baan moest ruimen. Hij stuurde zijn studenten de kruispunten op. Ze moesten noteren welke auto's zich onverantwoord superieur gedroegen, andere auto's de pas afsneden, voetgangers bijna meesleepten, enzovoort. Het rapport van de studenten bevestigde de persoonlijke ervaring van de prof. Auto's met een hoge status, de vervoermiddelen van de machtigen, veroorloven zich veel meer dan de auto's met een lage status. Dat bevestigden bestaande onderzoeken, die aantonen dat mensen met een hoge status veel sneller egocentrische omgangsvormen tentoonspreiden: het laatste koekje nemen, anderen brutaal onderbreken, alleen over zichzelf vertellen. Keltner kwam tot de conclusie dat de minder machtigen socialer zijn, het weinige dat ze hebben meer delen, kortom betere mensen zijn. Een team Duitse onderzoekers trachtte het onderzoek van Keltner in Duitsland te repliceren. De reputatie van Mercedes stond op het spel. Bovendien is rijden met een grote zwarte Mercedes iets totaal anders in Californië (Steve Jobs, een echte psychopaat, reed met eentje) dan in Frankfurt. De Duitse onderzoekers maakten gebruik van een veel uitgebreidere database, en hun resultaten wezen in de andere richting. Onder aan de maatschappelijke ladder zijn de mensen socialer, correcter, en ze steunen gemakkelijker liefdadigheidsinitiatieven.De verschillen tussen beide studies zijn waarschijnlijk methodologisch van aard, en spreken om diverse redenen de fundamentele inzichten van Keltner niet tegen. In zijn theorie loopt het als volgt. Je wordt niet geboren als egocentrische machiavellist. Het is omgekeerd. De ervaring van de macht maakt je asocialer. Want de grote machtsparadox is dat vooral de vriendelijken, de socialen, de hulpvaardigen hogerop klimmen. Het zijn niet de 'takers' die invloed verwerven, het zijn de 'givers'.Geef overvloedig aandacht, bruikbaar advies, wees kwistig met kleine attenties, help mensen die op het werk in de penarie zitten en je klimt sneller omhoog dan de collega's die alleen aan zichzelf denken, manipuleren, valsspelen en je op de momenten van de waarheid lekker in de steek laten. Helaas, zodra je de top hebt bereikt, is er een virus in je brein geslopen. En pas dan begin je almaar meer op een psychopaat te lijken. Mijn persoonlijke conclusie: beklim zo snel mogelijk de ladder van het succes. Zodra je boven bent, kijk rustig om je heen en klim snel terug naar beneden..