188 van de 308 Vlaamse gemeenten zijn 'huisartsenarm'. Een huisarts heeft er meer dan 1100 patiënten. Tegelijk zijn er berichten dat huisartsen vaker geen nieuwe patiënten meer aanvaarden. De balans tussen vraag en aanbod lijkt uit evenwicht.

Hoe graag sommige artsen het ook zouden willen, echte ondernemers zijn ze niet. Ze zijn hardwerkende zelfstandigen voor wie de wetten van de markt slechts ten dele gelden. Dat compromis is een belangrijke hoeksteen van onze sociale zekerheid. Dokters zijn geen ambtenaren, maar in ruil voor prijsafspraken genieten ze wel van een sociaal statuut, terwijl hun omzet grotendeels uit de terugbetalingen van de sociale zekerheid komt.

De tijd van de goedverdienende dorpsdokter is voorbij

Dat maakte van huisarts een populair beroep. Toen 20 jaar geleden een overtal van huisartsen met gul voorschrijfgedrag de factuur van de gezondheidszorg dreigde op te blazen, probeerde de overheid de instroom te beperken met een toelatingsproef. Maar tegelijk accepteren almaar meer artsen de prijsafspraken niet langer.

Gezondheidszorg is geen koopwaar. Maar de oplossing ligt net zo min in het verplicht toewijzen van een huisarts aan iedere burger. De markt corrigeert zichzelf, al duurt dat in de huisartsengeneeskunde wat langer. Het aantal huisartsenarme gemeentes is gedaald, terwijl het aantal studenten huisartsengeneeskunde weer stijgt.

Maar de tijd van de goedverdienende dorpsdokter is voorbij. Al was het maar omdat de nieuwe generatie meer oog heeft voor de werk-privébalans. Gemeten aan het aantal groepspraktijken en huisartsenwachtposten, heeft de huisarts als hardwerkende kleine zelfstandige zijn tijd gehad. Huisartsen zijn dan misschien geen ondernemers, maar worden wel meer managers in teamverband.

188 van de 308 Vlaamse gemeenten zijn 'huisartsenarm'. Een huisarts heeft er meer dan 1100 patiënten. Tegelijk zijn er berichten dat huisartsen vaker geen nieuwe patiënten meer aanvaarden. De balans tussen vraag en aanbod lijkt uit evenwicht. Hoe graag sommige artsen het ook zouden willen, echte ondernemers zijn ze niet. Ze zijn hardwerkende zelfstandigen voor wie de wetten van de markt slechts ten dele gelden. Dat compromis is een belangrijke hoeksteen van onze sociale zekerheid. Dokters zijn geen ambtenaren, maar in ruil voor prijsafspraken genieten ze wel van een sociaal statuut, terwijl hun omzet grotendeels uit de terugbetalingen van de sociale zekerheid komt. Dat maakte van huisarts een populair beroep. Toen 20 jaar geleden een overtal van huisartsen met gul voorschrijfgedrag de factuur van de gezondheidszorg dreigde op te blazen, probeerde de overheid de instroom te beperken met een toelatingsproef. Maar tegelijk accepteren almaar meer artsen de prijsafspraken niet langer. Gezondheidszorg is geen koopwaar. Maar de oplossing ligt net zo min in het verplicht toewijzen van een huisarts aan iedere burger. De markt corrigeert zichzelf, al duurt dat in de huisartsengeneeskunde wat langer. Het aantal huisartsenarme gemeentes is gedaald, terwijl het aantal studenten huisartsengeneeskunde weer stijgt. Maar de tijd van de goedverdienende dorpsdokter is voorbij. Al was het maar omdat de nieuwe generatie meer oog heeft voor de werk-privébalans. Gemeten aan het aantal groepspraktijken en huisartsenwachtposten, heeft de huisarts als hardwerkende kleine zelfstandige zijn tijd gehad. Huisartsen zijn dan misschien geen ondernemers, maar worden wel meer managers in teamverband.