Ter vergelijking: in de Europese Unie bedraagt de werkgelegenheidsgraad bij mensen zonder beperking 66,9 procent.

België bevindt zich wat de werkgelegenheidsgraad voor mensen met een beperking betreft - met 40,7 procent - onder het Europese gemiddelde.

De studie van Eurostat is gebaseerd op cijfers van 2011.

In alle lidstaten van de Europese Unie was de werkgelegenheidsgraad van de 15- tot 64-jarigen hoger voor mensen zonder beperking dan voor mensen met een beperking.

Hongarije en Ierland zijn in dat verband de minst gunstige landen, die respectievelijk 23,7 en 29,8 procent personen met een beperking tewerkstellen. Het meest gunstige land is Zweden (66,2 procent) en Luxemburg (62,5 procent).

Verschil in tewerkstellingsgraad tussen personen met en personen zonder beperkingen (in procentpunt) © tabel Eurostat

Eurostat berekende ook het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van personen met én personen zonder beperking. Het Europese gemiddelde bedraagt 19,6 procentpunt. In België is dat 25,7 procentpunt. In Hongarije bedraagt het verschil niet minder dan 37,4 procentpunt.

(Belga/BO)