De federale regering heeft STAR, het nieuw toekomstprogramma voor defensie, goedgekeurd, om tegen 2030 een niveau voor de defensie-uitgaven van 1,54 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te halen. In de algemene uitgavenbegroting voor 2022 voorziet de federale regering in 4,2 miljard euro aan betalingen. Dat is al meer dan de jaren voordien, met 3,6 miljard euro in 2021 en 2,9 miljard in 2020.

Dat de begroting van Landsverdediging stijgt, heeft alles te maken met de dreiging aan de buitengrenzen van de NAVO, de afspraken op de top in Wales in 2014 om tegen 2024 bepaalde begrotingsnormen inzake militaire uitgaven te halen, en de aankopen van minister van Landsverdediging Steven Vandeput (N-VA) onder de regering-Michel, met onder meer fregatten, mijnenvegers en de 34 F-35A's.

De federale regering wil meer geld aan defensie besteden. Daar kunnen we niets verkeerd mee doen, want we zijn toch al een van de slechtste leerlingen van de klas. Zo hebben we te weinig F-35A's gekocht. Een aankoop van elf bijkomende straaljagers (80 miljoen euro per stuk) moet haalbaar zijn. Een ander pijnpunt is de miskoop van de NH 90-helikopter en het gebrek aan gevechtsheli's. Gezien de omvang van de handelsvloot en het belang van de Vlaamse havens, is er ook te weinig capaciteit aan schepen (momenteel twee fregatten en zes mijnenvegers). De marine kan ook alleen maar efficiënt functioneren als de samenwerking met Nederland blijft bestaan.

Daarnaast hebben we geen militair veldhospitaal en moet dringend worden geïnvesteerd in lucht- en waterdrones. Ook het aantal militairen moet weer naar omhoog, want een volwaardig leger met 25.000 mensen is geen haalbare kaart. Vooral het aantal snel inzetbare troepen (paracommando's, SAS) moeten snel worden opgevoerd.

NAVO-top in Cardiff

In 2014 werd op de NAVO-top in Cardiff (Wales) beslist dat de leden van het militair bondgenootschap, momenteel dertig landen, tegen 2024 een militair budget van minstens 2 procent van hun nationale bbp moeten halen. Minstens 20 procent van dat geld moet bovendien gaan naar het aankopen van materieel. Volgens de laatste NAVO-cijfers van 2020 bleek dat België 1,07 procent haalt. We staan achteraan op de lijst, met Spanje en Luxemburg. Het was sinds lang dat ons land nog eens over de grens van 1 procent ging met zijn defensie-uitgaven. Bij die defensiebegroting worden ook andere uitgaven meegeteld, zoals militaire pensioenen en militaire politiediensten (zoals de vroegere rijkswacht).

Meer geld voor het leger, maar nog niet genoeg.

Op basis van de NAVO-cijfers over 2020 haalden elf lidstaten een budget van meer dan 2 procent van hun bbp, zeven zaten tussen 1,5 en 2 procent, en tien tussen 1 en 1,5 procent. Eén land zat onder 1 procent (IJsland wordt iet meegeteld, wegens geen leger). De elf landen die voldoen aan de NAVO-norm zijn de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Polen, Noorwegen , Griekenland, Estland, Letland, Litouwen, Slowakije en Roemenië.

Volgens dezelfde NAVO-cijfers komen achttien van de dertig lidstaten (minus IJsland) aan het investeringsniveau van minstens 20 procent van het budget. België staat op 11 procent. De elf landen die onder die grens uitkomen, zijn Albanië, België, Canada, Kroatië, Duitsland, Griekenland, Montenegro, Noord-Macedonië, Portugal, Slovenië en Tsjechië. Tien landen voldoen aan beide normen: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de drie Baltische staten, Polen, Noorwegen, Roemenië en Slowakije.

Als het Belgisch bbp 555 miljard euro bedraagt, zou het een defensiebudget 11,1 miljard euro moeten hebben. Dat betekent dat de begroting van landsverdediging moeten verdubbelen. Met 20 procent zou de investeringsnorm op 2,2 miljard euro uitkomen. Die 20 procent is best haalbaar tegen 2024, als België de aankopen van de regering-Michel betaalt en ook nog nieuwe investeringen doet. Maar die 2 procent-norm lijkt niet mogelijk door de politieke desinteresse voor Landsverdediging. Daardoor is de kans ook onbestaande dat een Belg secretaris-generaal van de NAVO kan worden.

75 jaar vrede

Het opmaken van het nieuwe STAR-plan om de militaire uitgavennorm van de NAVO tegen 2030 te laten stijgen tot 1,54 procent van het bbp is erg futuristisch. Inderdaad vinden er tegen 2030 nog twee federale verkiezingen plaats. Daarmee beslist dit land al in 2022 om de bbp-norm niet te halen en daar een kwart onder te zitten in 2030. Welke regeringen gaan ondertussen besturen en dat plan herschrijven? Ongetwijfeld zal op het NAVO-hoofdkwartier de vraag worden gesteld of de land waar de thuisbasis van de NAVO en SHAEPE is gevestigd, niet meer geld op tafel kon leggen.

Maar de grote winnaar van de situatie van de laatste weken, is de NAVO. Van de uitspraak van de Franse president Macron dat de NAVO hersendood is, hebben we niets meer gehoord. De Europese Unie speelt ook geen rol in in het dossier-Oekraïne. Want als West-Europa al meer dan 75 jaar vrede kent, wat een historisch record mag heten, is dat in de eerste plaats te danken aan de NAVO.

De federale regering heeft STAR, het nieuw toekomstprogramma voor defensie, goedgekeurd, om tegen 2030 een niveau voor de defensie-uitgaven van 1,54 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te halen. In de algemene uitgavenbegroting voor 2022 voorziet de federale regering in 4,2 miljard euro aan betalingen. Dat is al meer dan de jaren voordien, met 3,6 miljard euro in 2021 en 2,9 miljard in 2020. Dat de begroting van Landsverdediging stijgt, heeft alles te maken met de dreiging aan de buitengrenzen van de NAVO, de afspraken op de top in Wales in 2014 om tegen 2024 bepaalde begrotingsnormen inzake militaire uitgaven te halen, en de aankopen van minister van Landsverdediging Steven Vandeput (N-VA) onder de regering-Michel, met onder meer fregatten, mijnenvegers en de 34 F-35A's.De federale regering wil meer geld aan defensie besteden. Daar kunnen we niets verkeerd mee doen, want we zijn toch al een van de slechtste leerlingen van de klas. Zo hebben we te weinig F-35A's gekocht. Een aankoop van elf bijkomende straaljagers (80 miljoen euro per stuk) moet haalbaar zijn. Een ander pijnpunt is de miskoop van de NH 90-helikopter en het gebrek aan gevechtsheli's. Gezien de omvang van de handelsvloot en het belang van de Vlaamse havens, is er ook te weinig capaciteit aan schepen (momenteel twee fregatten en zes mijnenvegers). De marine kan ook alleen maar efficiënt functioneren als de samenwerking met Nederland blijft bestaan. Daarnaast hebben we geen militair veldhospitaal en moet dringend worden geïnvesteerd in lucht- en waterdrones. Ook het aantal militairen moet weer naar omhoog, want een volwaardig leger met 25.000 mensen is geen haalbare kaart. Vooral het aantal snel inzetbare troepen (paracommando's, SAS) moeten snel worden opgevoerd. In 2014 werd op de NAVO-top in Cardiff (Wales) beslist dat de leden van het militair bondgenootschap, momenteel dertig landen, tegen 2024 een militair budget van minstens 2 procent van hun nationale bbp moeten halen. Minstens 20 procent van dat geld moet bovendien gaan naar het aankopen van materieel. Volgens de laatste NAVO-cijfers van 2020 bleek dat België 1,07 procent haalt. We staan achteraan op de lijst, met Spanje en Luxemburg. Het was sinds lang dat ons land nog eens over de grens van 1 procent ging met zijn defensie-uitgaven. Bij die defensiebegroting worden ook andere uitgaven meegeteld, zoals militaire pensioenen en militaire politiediensten (zoals de vroegere rijkswacht). Op basis van de NAVO-cijfers over 2020 haalden elf lidstaten een budget van meer dan 2 procent van hun bbp, zeven zaten tussen 1,5 en 2 procent, en tien tussen 1 en 1,5 procent. Eén land zat onder 1 procent (IJsland wordt iet meegeteld, wegens geen leger). De elf landen die voldoen aan de NAVO-norm zijn de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Polen, Noorwegen , Griekenland, Estland, Letland, Litouwen, Slowakije en Roemenië. Volgens dezelfde NAVO-cijfers komen achttien van de dertig lidstaten (minus IJsland) aan het investeringsniveau van minstens 20 procent van het budget. België staat op 11 procent. De elf landen die onder die grens uitkomen, zijn Albanië, België, Canada, Kroatië, Duitsland, Griekenland, Montenegro, Noord-Macedonië, Portugal, Slovenië en Tsjechië. Tien landen voldoen aan beide normen: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de drie Baltische staten, Polen, Noorwegen, Roemenië en Slowakije. Als het Belgisch bbp 555 miljard euro bedraagt, zou het een defensiebudget 11,1 miljard euro moeten hebben. Dat betekent dat de begroting van landsverdediging moeten verdubbelen. Met 20 procent zou de investeringsnorm op 2,2 miljard euro uitkomen. Die 20 procent is best haalbaar tegen 2024, als België de aankopen van de regering-Michel betaalt en ook nog nieuwe investeringen doet. Maar die 2 procent-norm lijkt niet mogelijk door de politieke desinteresse voor Landsverdediging. Daardoor is de kans ook onbestaande dat een Belg secretaris-generaal van de NAVO kan worden. Het opmaken van het nieuwe STAR-plan om de militaire uitgavennorm van de NAVO tegen 2030 te laten stijgen tot 1,54 procent van het bbp is erg futuristisch. Inderdaad vinden er tegen 2030 nog twee federale verkiezingen plaats. Daarmee beslist dit land al in 2022 om de bbp-norm niet te halen en daar een kwart onder te zitten in 2030. Welke regeringen gaan ondertussen besturen en dat plan herschrijven? Ongetwijfeld zal op het NAVO-hoofdkwartier de vraag worden gesteld of de land waar de thuisbasis van de NAVO en SHAEPE is gevestigd, niet meer geld op tafel kon leggen. Maar de grote winnaar van de situatie van de laatste weken, is de NAVO. Van de uitspraak van de Franse president Macron dat de NAVO hersendood is, hebben we niets meer gehoord. De Europese Unie speelt ook geen rol in in het dossier-Oekraïne. Want als West-Europa al meer dan 75 jaar vrede kent, wat een historisch record mag heten, is dat in de eerste plaats te danken aan de NAVO.