De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School.
...

De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School. In een interview met Knack van 9 januari zegt mijn collega Jean Paul Van Bendegem dat hij nog altijd niet begrijpt wat een hefboomfonds is. Laat me even uitleggen wat zo'n fonds doet en waarom het echt niet te begrijpen valt. In het Engels zijn het hedge funds (indekfondsen). Je koopt een combinatie van beleggingsproducten zodat je 'gedekt' bent tegen verkeerde bewegingen op de markt. Hedge funds gaan ervan uit dat ze onder alle marktomstandigheden goed presteren. In het Nederlands spreek je meestal van hefboomfondsen. Je leent grote sommen geld om de opbrengsten op te krikken. U geeft me 100, ik win 10 voor u (10 %), u geeft me 100 ik leen 1000 aan 5 procent kosten. Ik win dus 10 +100 of 110, min 50 intrestkosten, voor u. Ik win dus 60, uw belegging heeft geen 10 maar 60 procent opgebracht. Dit soort fondsen is vrij om allerlei weinig orthodoxe beleggingen te doen. Hefboomfondsen zijn er dus niet voor iedereen. Meestal mag maar een beperkt aantal kapitaalkrachtige beleggers inschrijven. Het is belangrijk dat er een kunstmatige schaarste wordt gecreëerd. En wat schaars is, mag duur zijn. Hefboomfondsen hebben een kenmerk dat niemand echt begrijpt, behalve zij die ze aan de man brengen. De vergoedingen voor de fondsbeheerders zijn bizar eenzijdig. U betaalt hoe dan ook 2 procent van uw inbreng en 20 tot soms 50 procent van uw winst. Het cijfervoorbeeld moet dus wat worden aangepast. Ik betaal 2 procent op 100 plus 20 procent op mijn winst van 60; ik betaal dus 14 en mijn nettowinst is dus slechts 46. Nog steeds niet slecht. Als het fonds verlies maakt -- wat zogezegd niet kan -- betaalt u alleen die 2 procent, maar u krijgt geen 20 procent van het verlies terug. De fondsbeheerder speelt met uw geld onder het motto: munt, ik win; kruis, jij verliest. Als het scheef gaat, dan gaat het pas echt goed scheef. Ons eenvoudige cijfervoorbeeld kan verduidelijken hoeveel geld ik kan verliezen. Door een grillige markt verlies ik 20 procent. Vervelend maar niet dramatisch. Tenzij... ik via een hefboomfonds werk. Ik heb 1000 geleend, verlies nu plots 20 plus 200. Als u even kunt rekenen heb ik 100 geïnvesteerd, maar ben ik wel 220 kwijt, heb ik nog 50 intrest te betalen en... nog eens 2 fees. Ik heb met mijn investering van 100 een gat geslagen van 272. U begrijpt nu misschien beter waarom sommige hefboomfondsen beter 'zwartegatenfondsen' worden genoemd. Zo heeft het beruchte Long Term Capital Management ongeveer 4,6 miljard dollar verloren, want het had hefbomen ter waarde van 125 miljard dollar. Amaranth verloor zo'n 6 miljard dollar. Vele van die fondsen zijn als muntjes oprapen vlak voor een rijdende pletswals. De winsten zijn relatief klein, maar de risico's groot. Beleggers worden echter aangezogen door de impliciete belofte van net het omgekeerde: grote opbrengsten kleine verliezen. En brengen hefboomfondsen gemiddeld veel op? In het jongste kerstnummer van The Economist werd het rendement van deze fondsen besproken onder de titel 'nergens naartoe, maar dan wel zeer snel'. Een voor de hand liggend eenvoudig alternatief bracht de jongste tien jaar 90 procent op, hefboomfondsen na kosten een magere 17 procent. Mijn moeder zei het telkens opnieuw: mundus vult decipi, de wereld wil bedrogen worden. En de fondsbeheerders kennen het vervolg van de spreuk: ergo decipiatur. Laten we haar bijgevolg bedriegen. Geen wonder dat sommigen onder hen behoren tot de rijksten ter wereld. En dat hebben ze uiteraard verdiend door keihard te werken... met uw geld. MARC BUELENSDe fondsbeheerder speelt met uw geld onder het motto: munt, ik win; kruis, jij verliest.