Stel dat we enkele maanden geleden een glazen bol hadden gehad waaruit het volgende viel af te leiden: maart 2001, Nasdaq 2100; groei Amerikaanse economie onder de 2%; Europese groei rond de 3%; Fed heeft rente al met 1% doen dalen en plant verdere ingrepen; ECB houdt rente nog steeds ongewijzigd. En stel dat alleen de wisselkoers van de euro niet zou zijn voorspeld door dit bijna perfecte economenhulpmiddel. Welnu, met veel overtuiging zou de econoom met de glazen bol toen hebben aangekondigd dat de koers van onze eenheidsmunt in maart 2001 ten minste de pariteit met de dollar (1 euro = 1 dollar) zou bereiken.
...

Stel dat we enkele maanden geleden een glazen bol hadden gehad waaruit het volgende viel af te leiden: maart 2001, Nasdaq 2100; groei Amerikaanse economie onder de 2%; Europese groei rond de 3%; Fed heeft rente al met 1% doen dalen en plant verdere ingrepen; ECB houdt rente nog steeds ongewijzigd. En stel dat alleen de wisselkoers van de euro niet zou zijn voorspeld door dit bijna perfecte economenhulpmiddel. Welnu, met veel overtuiging zou de econoom met de glazen bol toen hebben aangekondigd dat de koers van onze eenheidsmunt in maart 2001 ten minste de pariteit met de dollar (1 euro = 1 dollar) zou bereiken. De realiteit is anders: de euro noteert vandaag 7% onder die magische grens. De hoogste tijd dus om op zoek te gaan naar mogelijke verklaringen.Ten eerste kan men aanvoeren dat zelfs met een (bijna perfecte) glazen bol een econoom geen betere voorspellingen kan doen.Ten tweede moet men er zich ook van bewust zijn dat een munt door veel factoren wordt bepaald, en dat men dus rekening moet houden met een ruime foutenmarge. Vooral de vertrouwenscrisis in de nieuwe economie had de euro een sterkere impuls moeten geven (zie grafiek). De Amerikaanse Nasdaq is de beurs van de nieuwe economie, en in de nieuwe economie wordt betaald met dollars. Die dollar heeft de voorbije jaren met een kleine vertraging trouw de bewegingen van de Nasdaq gevolgd, tot begin dit jaar. Manipulatie. Toch is het bijna verdacht dat de euro, ondanks de talrijke positieve elementen, zo zwak blijft. De Europese eenheidsmunt moet nagenoeg telkens aan waarde inboeten als de Europese Centrale Bank (ECB) een verklaring de wereld instuurt (vooral als die verklaring komt van hoofdeconoom Otmar Issing of voorzitter Wim Duisenberg). De financiële markten zijn er niet gerust in dat de ECB zich nog steeds positief uitlaat over de conjunctuurvooruitzichten. Verleden week nog stelde de ECB-voorzitter in het Europees Parlement een groei van 3% in het vooruitzicht voor de drie volgende jaren. En hij voegde eraan toe dat de vertraging in de VS geen enkele noemenswaardige invloed zou hebben op Europa - allemaal ideeën die hem werden ingefluisterd door de studiedienst in Frankfurt. Ook in technische discussies - denk maar aan de doelstelling op het gebied van geldhoeveelheid en inflatie - heeft de ECB tot op heden een zeer restrictieve (en dus groeiremmende) positie ingenomen. De doelstelling van geldgroei houdt in dat de centrale bank remmend optreedt als de economische groei boven de 1,5% à 2% uitstijgt, wat een structurele sprong van het groeipotentieel - zoals in de VS enkele jaren geleden - onmogelijk maakt.Even zag het er ook naar uit dat de ECB eerder naar kerninflatie zou kijken (die momenteel lager ligt), maar dat bleek ijdele hoop. Hierdoor blijft de kortetermijnrente op een vrij hoog peil, wat op zich een positieve invloed zou moeten uitoefenen op de euro, ware het niet dat het groeiremmende karakter ervan internationale investeerders afschrikt om naar de eurozone over te stappen.En in de zomer van vorig jaar stelde de ECB haar interventies merkwaardig lang uit. Ook hier lijkt het wel alsof er een mol aan het werk was. Pas toen het vuurtje een uitslaande brand werd, kwam de ECB met een emmertje water tussen. Zou het kunnen dat de Bundesbank, die via Issing en anderen weegt op de besluitvorming, de ECB een voetje probeert te lichten? De Duitse centrale bank verloor met de komst van de euro immers haar prestige en invloed. Door het huidige falen van de euro krijgen velen blijkbaar heimwee naar de stabiliteit en de stevigheid van de Duitse munt. Het zou ons sterk verbazen mocht de opvolger van Duisenberg - zoals afgesproken - een Fransman worden. Het lijkt er eerder op dat een verdere concentratie van monetaire macht in Frankfurt zal plaatsvinden rond Bundesbank-gezinden. Misleiding. Natuurlijk kunnen de zwakke euro en de vrij naïeve uitspraken van Duisenberg een uitgekiende list zijn. Het Europese bedrijfsleven vaart immers wel bij een zwakke euro. Als bedrijfsleiders moeten kiezen tussen een lagere rente of het huidige niveau van de euro, dan is de keuze snel gemaakt. Misschien hoopt men inderdaad dat de competitieve euro het leed verzacht van de Amerikaanse groeivertraging. In dat geval verdienen Duisenberg en Issing een oscar voor hun prestaties. Want door hun optreden wekken ze voor de buitenwereld (bijvoorbeeld de VS) de indruk dat ze de euro ondergewaardeerd vinden, en dat ze er alles aan doen om dat te verhelpen. Dat de economen er intussen niets van begrijpen, hoeven ze zich echt niet aan te trekken. De auteur is chief economist bij Petercam.Geert Noels