"De uitspraak van de Britse mededingingsautoriteiten hangt niet als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Zelfs in het slechtst denkbare scenario zal dit onze beursprestaties niet in het gedrang brengen."
...

"De uitspraak van de Britse mededingingsautoriteiten hangt niet als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Zelfs in het slechtst denkbare scenario zal dit onze beursprestaties niet in het gedrang brengen."Dat verklaarde Paul De Keersmaeker, voorzitter van de raad van bestuur van Interbrew, eind november 2000 aan Trends. Dat slechtst denkbare scenario was het verplichte afstoten van de Britse brouwers Bass en Whitbread. Die tweede mag de Leuvense brouwer weliswaar houden, maar de gevolgen voor de beursprestaties zijn inmiddels bekend. Het prospectus van Interbrew voor de beursgang houdt nauwelijks rekening met de verplichte verkoop van Bass als geheel. Het prospectus maakt wel gewag van de lijst maatregelen die de Britse mededingingsautoriteiten zouden kunnen nemen, zoals die werden gepubliceerd op 23 oktober van vorig jaar. Een van die mogelijke maatregelen was dus de verplichte verkoop van het volledige Bass. Meldt het prospectus cryptisch: "Indien bepaalde van deze hypothetische maatregelen aan onze vennootschap zouden worden opgelegd, zou dit een aanzienlijke negatieve invloed kunnen hebben op onze activiteiten."Maar ook oudere bedreigingen zijn geenszins van de baan. Sinds 1999 onderzoeken de mededingingsautoriteiten van de Europese Commissie naar concurrentievervalsende praktijken die in strijd zijn met artikel 81 van het Verdrag van Rome. De formele inbeschuldigingstelling volgde in oktober van vorig jaar. De Commissie startte bovendien een tweede onderzoek naar de mate waarin Interbrew misbruik van haar dominante positie op de Belgische biermarkt zou hebben gemaakt. Interbrew legde in het tweede halfjaar van 1999 alvast een provisie van 2,4 miljard frank vast. De Leuvense brouwer wil niet kwijt hoeveel daarvan dient voor een mogelijke boete. De maximale boete die de Europese mededingingsautoriteiten ooit oplegden, was een bedrag van vier miljard frank voor autoconstructeur Volkswagen begin 1998. Het onderzoek tegen Interbrew in die laatste zaak gaat onverstoorbaar voort. Trends vernam uit goede bron dat diverse Belgische bierhandelaars de voorbije maanden een uitgebreide vragenlijst van de Europese mededingingsautoriteiten kregen. Daarin wordt gepeild naar vermeend misbruik van een dominante positie op de Belgische biermarkt. De erg gedetailleerde vragenlijst noopte diverse bierhandelaars tot het inschakelen van advocatenkantoren.Het Europese onderzoek heeft blijkbaar ook meegespeeld in de beslissing van de Britse mededingingsautoriteiten. Volgens woordvoerder Francis Royle van de Competition Commission wordt in het rapport gewag gemaakt van het Europese onderzoek. wolfgang riepl