Niets evolueert sneller dan perceptie. Niet eens zo lang geleden deed het nieuws dat merken zoals Porsche, Jaguar, Maserati en Lamborghini een sports utility vehicle (SUV) zouden bouwen, nog wenkbrauwen fronsen. Nu verdient Porsche een fortuin met zijn SUV's, de Cayenne en Macan. Ook de Italiaanse sportmerken hebben hun SUV al klaar of ze werken eraan. We vragen ons af waarom Ferrari er nog geen heeft. Jaguar is al toe aan zijn tweede SUV. Na de F-Pace komt nu de kleinere E-Pace. We vinden dat ond...

Niets evolueert sneller dan perceptie. Niet eens zo lang geleden deed het nieuws dat merken zoals Porsche, Jaguar, Maserati en Lamborghini een sports utility vehicle (SUV) zouden bouwen, nog wenkbrauwen fronsen. Nu verdient Porsche een fortuin met zijn SUV's, de Cayenne en Macan. Ook de Italiaanse sportmerken hebben hun SUV al klaar of ze werken eraan. We vragen ons af waarom Ferrari er nog geen heeft. Jaguar is al toe aan zijn tweede SUV. Na de F-Pace komt nu de kleinere E-Pace. We vinden dat ondertussen allemaal heel normaal. De E-Pace is een model dat in de premiumklasse moet concurreren met auto's zoals de Audi Q3, de BMW X1 en de Mercedes GLA. In die strijd heeft de Jaguar twee troeven die in dat segment het verschil maken. Zo is de vormgeving een schot in de roos. Over smaken en geuren kun je moeilijk discussiëren, maar met deze compacte SUV mag je overal komen. We merkten het aan de vele blikken in onze richting tijdens de test. De E-Pace oogt bijzonder dynamisch, uit welke hoek je hem ook bekijkt. De designers namen een paar typische trekjes over van de F-Type, de sportwagen van het huis. Maar de E-Pace scoort vooral met zijn rijdynamiek. Vooral met de turbodiesel van twee liter onder de kap rijdt deze compacte SUV bijzonder aangenaam. Hoewel de E-Pace heel vlak op het asfalt blijft liggen als je wat snel in de bocht gaat - typisch voor sportief afgestelde auto's - voelt hij minder hard en comfortabeler aan als zijn grote broer F-Pace. En hij blijft lichtvoetig als je wat dynamisch gaat rijden. In zijn strijd met de concurrentie heeft de E-Pace ook een achilleshiel: hij is niet de goedkoopste, met een instapprijs van 36.000 euro. Bij Audi, BMW en Mercedes vind je vergelijkbare modellen al voor 6000 euro minder. Dat heeft dan weer te maken met de motorenkeuze. Bij de concurrentie zijn modellen zoals de GLA, de Q3 en de X1 te krijgen met kleinere motoren, terwijl voor de E-Pace alleen tweeliters in de catalogus staan - zowel benzine als diesel, uiteraard in verschillende vermogensversies. Misschien maar goed ook dat er geen lichtere motoren zijn, want de E-Pace is met zijn meer dan 1800 kilo geen een lichte auto. We waren dan ook best tevreden dat Jaguar ons met de D240 de krachtigste versie had meegegeven.