Luc Debaillie, topman van het gelijknamige veevoederbedrijf, zit dicht op zijn concurrenten, letterlijk dan. Vanuit zijn bureauraam ziet hij de gebouwen van Hanekop, Versele Laga, Spoormans, De Brabander, Ostyn... veevoederproducenten pal naast elkaar aan het kanaal in Roeselare. Het slechte imago van de vleessector vanwege de dollekoeienziekte straalt ook af op deze veevoedercluster, maar daar heeft Debaillie iets aan gedaan: ...

Luc Debaillie, topman van het gelijknamige veevoederbedrijf, zit dicht op zijn concurrenten, letterlijk dan. Vanuit zijn bureauraam ziet hij de gebouwen van Hanekop, Versele Laga, Spoormans, De Brabander, Ostyn... veevoederproducenten pal naast elkaar aan het kanaal in Roeselare. Het slechte imago van de vleessector vanwege de dollekoeienziekte straalt ook af op deze veevoedercluster, maar daar heeft Debaillie iets aan gedaan: als eerste in zijn sector haalde zijn bedrijf een Iso 9001-certificaat op basis van de Europese richtlijn terzake. "Gezond vlees begint met voeder zonder ongewenste additieven of residuen," zegt zoon Philippe. "We wilden de consument bewijzen dat we een serieuze inspanning doen voor onze kwaliteit, bovenop de overheidscontroles op onze grondstoffen." Debaillie telt 65 werknemers en haalde in 1996 een omzet van 761 miljoen frank. Van de productie is 10% bestemd voor neerhofdieren (konijnen, eenden en zo meer), de rest gaat naar nutsdieren, zoals koeien, varkens en kippen. Klanten voor die laatste productgroep zijn grote veeteeltbedrijven of tussenhandelaars. "Aan hen verkopen we niet alleen, we geven hen ook bedrijfsbegeleiding en technische bijstand. Dat is eigenlijk onze grootste taak", zegt zoon Marc. Het bedrijf werkt slechts voor een klein deel met prijsgarantiecontracten (waarbij de voederproducent tegen een vooraf vastgelegde prijs de vetgemeste dieren van de boer opkoopt). "De verkoop van ongebonden boeren op lange termijn is beter voor de sector," zegt Luc Debaillie. De Vlaamse mengvoederindustrie kampt met overcapaciteit. Luc Debaillie: "Allerlei wetten en reglementen - MAP, milieuvergunningen, en nog veel meer - zorgen voor een krimp in de veeteelt." Als het echt tot een drastische inkrimping komt van de veestapel, is Roeselare een goede uitvalsbasis voor de verkoop in Frankrijk, volgens Philippe, die eraan toevoegt: "We zouden ook onze premixen kunnen commercialiseren, dat zijn gespecialiseerde vitamine- en mineralenmengsels, aangepast aan de diersoort." Bovendien kreeg Debaillie als eerste in België een vergunning voor de productie van gemedicineerde voeders. Staat de sector voor een consolidatie? "Dat is niet direct merkbaar," zegt Luc Debaillie. "Het gebeurt dat kleine bedrijven enkel hun productie stilleggen en hun handelswaar bij ons inkopen. Vaak zijn het eenmanszaken met lokale verkoop en specialisatie in één diersoort." Philippe: "Je moet zwaar investeren om mee te kunnen. En de reglementering wordt steeds veeleisender." Komen er fusies van? Luc Debaillie glimlacht: "Daarvoor is de veevoederindustrie nog te familiaal."