"Azië komt versterkt uit deze crisis." Koen Cardon, de algemeen directeur van Katoen Natie in Singapore en Thailand, de specialist in logistiek en engineering voor de chemie- en andere industrie, houdt een directe vinger aan de pols in de regio. "Azië blijft groeien." Cardon merkt dat de trend naar meer productie in Azië doorzet door de financiële crisis in Europa en de VS. "Midden de jaren negentig was het investeringsbedrag het belangrijkste criterium, nu kijkt men meer naar wat een bedrijf kan bijbrengen aan kennis, kapitaalstromen en technologie." En dan gaat het niet alleen om China en India.
...

"Azië komt versterkt uit deze crisis." Koen Cardon, de algemeen directeur van Katoen Natie in Singapore en Thailand, de specialist in logistiek en engineering voor de chemie- en andere industrie, houdt een directe vinger aan de pols in de regio. "Azië blijft groeien." Cardon merkt dat de trend naar meer productie in Azië doorzet door de financiële crisis in Europa en de VS. "Midden de jaren negentig was het investeringsbedrag het belangrijkste criterium, nu kijkt men meer naar wat een bedrijf kan bijbrengen aan kennis, kapitaalstromen en technologie." En dan gaat het niet alleen om China en India. "De twee meest belovende economieën in de volgende twintig jaar zijn India en Indonesië, onder andere wegens gunstige demografische ontwikkelingen", reageert Nico Jonckheere, analist bij Valbury AsiaFutures in Jakarta. Zuidoost-Azië heeft zijn deel gehad van financiële crisissen en heeft daaruit lessen getrokken. Iets meer dan een decennium geleden daverde het 'Aziatische economische mirakel' op zijn grondvesten. Delen van de opkomende middenklasse werden weggemaaid, bedrijfsconcerns braken onder het gewicht van schulden. Ze waren mee veroorzaakt door wat men toen crony capitalism noemde, 'vriendjeskapitalisme', de verstrengeling van economische en politieke belangen. De regio is nog niet van die kwalen gezuiverd, maar dezelfde narigheden vind je ook elders in de wereld. De herverkiezing van Susilo Bambang Yudhoyono ('SBY') tot president van Indonesië, vorige week, geeft aan dat zich ook daar een stille revolutie voltrekt. Het land dat door de crisis van 1997-'98 het meest verwoest werd, kent vandaag macro-economische en politieke stabiliteit en ontpopt zich tot een van de best presterende in de regio. SBY pakte de corruptie aan en voerde hervormingen door. Te traag volgens waarnemers, maar de grootste economie van Zuidoost-Azië groeide de voorbije jaren meer dan 5 procent en haalt in de wereldwijde crisis bijna 4 procent. Ook buurlanden, die onder druk van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de bittere pil moesten slikken van muntdevaluaties, bedrijfsherstructureringen en verkoop van banken aan buitenlanders, doorstaan relatief goed het ontij dat deze keer van buiten komt overgewaaid. Nochtans zag het er eind vorig jaar naar uit dat Zuidoost-Azië mee kopje onder zou gaan. Want met 47 procent van het bruto binnenlands product (bnp) - ruim 10 procent meer dan aan het einde van de jaren negentig - blijven de meeste Aziatische economieën sterk afhankelijk van export naar Europa en Noord-Amerika. Het ene land doorstaat de crisis iets beter dan het andere, maar het lijkt allemaal beter te gaan dan gevreesd. De meeste beurzen veren op, Jakarta met 70 procent en Hanoi met 80 procent sinds hun recentste dieptepunt. Lokale banken zijn niet besmet door giftige producten en kunnen verder zonder kapitaalinjecties van de overheid. Jaren van handelsoverschotten en hoge spaarquotes dikten de wisselreserves aan. Privé- en overheidsschulden werden afgebouwd. In Indonesië en de Filipijnen draait de binnenlandse vraag op een hoog toerental. Unilever Indonesië ziet zijn eerstekwartaalresultaten stijgen met 18 procent. Na de financiële crisis van de jaren negentig trokken paradoxaal vooral de financieel meest gesloten economieën, China en India, buitenlandse investeringen aan: hun subcontinentale dimensie en hun miljarden potentiële consumenten wekten hoge verwachtingen. Toch realiseren de tien leden van Asean, het economische samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische landen en onderling lage handelstarieven, met de helft minder inwoners een gezamenlijk bruto binnenlands product dat groter is dan het bbp van India. In het eerste kwartaal gingen volgens het onderzoeksbureau GFK Asia in de vijf belangrijkste economieën van Asean 17 procent meer pc's over de toonbank. Dat is meer dan dubbel zoveel als in China. We beperken ons tot de zes belangrijkste spelers: Indonesië, Thailand, Maleisië, de Filipijnen, Vietnam en Singapore. Ze vertegenwoordigen 95 procent van de regionale economie en zijn ongeveer 1,3 biljoen dollar waard. Vorig jaar trokken ze samen 50 miljard dollar directe buitenlandse investeringen aan (tegen 92 miljard voor China). Niet alle zes surfen even gezwind door de storm. De Aziatische Ontwikkelingsbank verwacht dat de Filipijnen dit jaar 2,5 procent groeien, Indonesië 3,6 procent en Vietnam 4,5 procent. Volgens het IMF zou Indonesië het echter beter doen dan Vietnam. Succesverhalen zoals Singapore, Maleisië en Thailand zitten in een economische recessie, maar zouden volgend jaar weer positief groeien. 4,8 miljoen inwoners, 241,3 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit (*), consumentenuitgaven: 60,9 miljard $ in 2009 (tegen 46,2 miljard $ in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 90,8 miljard $ in 2009 (tegen 71,9 miljard $ in 2005), 0,04 % inflatie. (*) koopkrachtpariteit ('purchasing power parity') geeft de werkelijke koopkracht in een land, rekening houdend met prijzen van lokaal geproduceerde goederen en diensten. Telkens als de wereldeconomie sputtert, krijgt de kleinste, meest flexibele en zeer open economie de zwaarste klappen. Met een export die drie keer zo groot is als het nationale inkomen lijdt Singapore onder de sterk afgenomen wereldvraag. Het eerste kwartaal kromp de economie 14,6 procent op jaarbasis, terwijl de meeste economisten een achteruitgang hadden verwacht van 20 procent. "We zien de eerste tekenen van een nieuwe lente", merkt Peter Christiaen, vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade (FIT). Als draaischijf voor goederen- en dienstenstromen naar grote delen van Azië kon Singapore de voorbije jaren groeicijfers voorleggen van meer dan 7 procent. De stadstaat met amper 4,8 miljoen inwoners is de grootste doorvoerhaven ter wereld, de tweede belangrijkste Aziatische investeerder in het buitenland (onder meer in de Antwerpse haven en Belgacom), het derde wereldcentrum voor olieraffinage en het vierde financiële wereldcentrum. Corruptie is onbestaand, de administratie superefficiënt, rechtszekerheid gegarandeerd en je vindt er knappe koppen tegen redelijke lonen. Belastingen draaien rond 20 procent, de infrastructuur is eerste klas en kantoorruimte goedkoper dan in Delhi, Sjanghai of Peking. Duizenden westerse bedrijven hebben er hun regionaal hoofdkwartier en onderzoekscentrum. "Het blijft een prima uitvalsbasis voor de omliggende landen en zelfs voor heel Azië. Een firma opstarten kan op een snelle en goedkope manier. Iedereen spreekt Engels. Singapore scoort zeer goed op vlak van levenskwaliteit en heeft een uitstekende gezondheidszorg en onderwijs", zegt Christiaen. "De overheid doet heel wat inspanningen om investeerders te lokken, geeft belastingvoordelen voor deelname aan beurzen en marketing", getuigt Raf Vandersmissen van slnfraRed, een filiaal van Xenics. Tan Bing Houw, voorzitter van de Belgian-Luxembourg Business Club, merkt ondanks de recessie belangstelling van Vlaamse bedrijven. "Ook veel kmo's wagen de sprong. Anders dan in het Midden-Oosten vallen grote bouw- en andere projecten niet stil dankzij enorme financiële injecties van de regering om het zakelijke momentum gaande te houden." Volgens Bing Houw genieten ook de buitenlandse bedrijven van overheidsgaranties voor bankleningen. 240 miljoen inwoners, 962,2 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit, consumentenuitgaven: 319,8 miljard $ in 2009 (tegen 181,9 miljard $ in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 551,5 miljard $ in 2009 (tegen 188,8 miljard $ in 2005), 3,9 % inflatie Terwijl Singapore uit zijn diepe recessie probeert te komen, zet Indonesië de hoogste groeicijfers neer. De Amerikaanse investeringsbank Morgan Stanley suggereert zelfs dat Indonesië moet toegevoegd worden aan het lijstje snelgroeiende BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China). Toch zijn de meningen verdeeld. Net vóór de presidentsverkiezingen was The Economist kritisch en wees het op niet ingeloste beloften van president Yudhoyono bij de aanvang van zijn eerste ambtstermijn in 2004 om het investeringsklimaat te verbeteren. De economie is vrij open, maar Indonesië heeft een strenge sociale en weinig flexibele arbeidswetgeving in verge-lijking met het 'wilde kapitalisme' dat westerse bedrijven in communistisch China en Vietnam kan bekoren. James Van Zorge van de gelijknamige consultingfirma in Jakarta vindt het land beter geplaatst dan de meeste buren die in recessie verkeren. "De zakenwereld hoopt dat president SBY zijn comfortabele meerderheid nu gebruikt om knopen door te hakken, wat in de vorige coalitieregering moeilijk was." De keuze voor Boediono als vicepresident, de gewezen voorzitter van de Nationale Bank en een alom gewaardeerde economist van Wharton, stemt de zakenwereld optimistisch. Het macro-economische beleid is gezond en er wordt werk gemaakt van de verbetering van de verouderde wegen- en haveninfrastructuur. Volkswagen en British American Tobacco kondigen forse investeringen aan. Dirk Moyson, general manager van Bekaert Indonesia, ziet in de sterkte van de Indonesische munt "een rechtstreekse vertaling van het vertrouwen dat de markt toont in de economie en politieke situatie". Voor François Van Hoydonck, managing director van Sipef, is de crisis nauwelijks voelbaar. Naast export, verkoopt de Antwerpse plantagegroep in de lokale markt palmolie, rubber en thee. "Er is geen kredietschaarste voor goede bedrijven in rendabele sectoren. Wij hebben zelf de markt geprospecteerd en investeringskredieten op zeven en tien jaar zijn niet uitgesloten." Cementgroep Eternit Gresik noteerde in het eerste halfjaar toch een minverkoop van 30 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. "De crisis remt de bouwactiviteit, maar door innovatief te werk te gaan, denken we dit jaar te blijven groeien", zegt general manager Michel Goeury. 88 miljoen inwoners, 258,7 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit, consumentenuitgaven: 61,4 miljard $ in 2009 (tegen 33,3 miljard $ in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 64,3 miljard $ in 2009 (tegen 35,2 miljard $ in 2005), 5,8 % inflatie. In Vietnam worstelen bedrijven met grote liquiditeitstekorten. "Voordat de wereldrecessie in september 2008 de export trof, kampte het land in februari van vorig jaar al met een eigen financiële crisis en kredietschaarste", zegt Keiren O'Connor van SEAF Blue Waters Growth Fund. Om de machine aan de praat te houden, krijgen bedrijven rentesubsidies voor bankleningen. Staatsbanken pompten 19 miljard dollar in de economie of een vijfde van het nationale bnp. "Maar bijna driekwart van die leningen gaat naar herfinanciering van bestaande bankschulden en klanten, niet naar nieuwe projecten. Het zijn vooral staatsbedrijven en welgeplaatste zakenmensen die profiteren van rentesubsidies, weinig kmo's." Stefaan Wauters, managing director van Isocab, bevestigt de kredietschaarste. Isocab Vietnam, waarin de producent van isothermische panelen en deuren uit Harelbeke 51 procent bezit, ziet het aantal lokale bestellingen "schrikbarend zakken omdat er een tekort is aan vreemde valuta en de lokale banken grote leningen weigeren aan bedrijven". Isocab Vietnam bouwt distributiecentra voor Carrefour, Metro en Kentucky Fried Chicken. Sinds buitenlandse distributiebedrijven begin dit jaar 100 procent eigenaar mogen zijn en de vastgoedprijzen tot 40 procent daalden, staan internationale retailers te drummen. De liberalisering van de distributiesector is een middel om buitenlandse investeerders te lokken die het de jongste tijd lieten afweten. De binnenlandse vraag doet het volgens cijfers van het Vietnamese bureau voor de statistiek dan weer opmerkelijk goed: de kleinhandelsverkopen stegen in juni met 21,5 procent per jaar. Vietnam was de voorbije jaren de favoriete uitwijkplaats van buitenlandse bedrijven die een alternatief zoeken voor stijgende kosten in China. Tussen 2000 en 2005 expandeerde de Vietnamese economie met 50 procent. Multinationals, investerings- en hefboomfondsen pompten miljarden dollars in het land. In twintig jaar was er een metamorfose van een armtierige hongerlijder tot een van de grootste exporteurs van landbouwproducten. Maar de groeicijfers van 8,5 procent zijn midden vorig jaar meer dan gehalveerd, na de zwaarste inzinking sinds de communistische partij de economie aan het einde van de jaren tachtig voorzichtig opende voor buitenlanders. Fith Ratings waarschuwt voor een kunstmatig opgeklopte groei. Het vreest een explosieve toename van slechte leningen aan overheidsbedrijven en exporteurs. De eersten besteedden het geld niet op de meest efficiënte manier en het is onzeker of de wereldvraag op korte termijn aantrekt. 92,8 miljoen inwoners, 333,2 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit, consumentenuitgaven: 113,7 miljard $in 2009 (tegen 68,1 miljard in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 115,9 miljard $ in 2009 (tegen 69,2 miljard $ in 2005), 3,4 % inflatie. Vietnam geeft dus een gemengd beeld, terwijl Maleisië en Thailand een moeilijke periode doormaken. De Filipijnen, een land dat zoals Indonesië lang met argusogen bekeken werd, lokt echter weer buitenlandse investeerders. De bevolking is jong, doorgaans goed opgeleid en het gebruik van de Engelse taal is wijdverspreid. Sommige callcenters verhuisden van India naar Manilla. Accenture, JPMorgan Chase, Siemens, het Indiase Wipro vestigden er IT-diensten. Zoals SBY in het buurland, mag president Gloria Arroyo voor een reeks positieve hervormingen de pluimen op haar hoed steken. Ze maakte er na haar verkiezing in 2004 een punt van om de chaotische overheidsfinanciën op orde te stellen en de hoge buitenlandse schuld af te bouwen. De corruptie bij belastingcontroleurs werd hardhandig aangepakt. De inflatie stond afgelopen maand op het laagste peil in twintig jaar: 1,5 procent tegen 11,4 in juni vorig jaar. De inflatie eindigt wellicht op jaarbasis rond 5 procent. De rente daalt en van krediet-schaarste is weinig te merken. Arroyo wil het land, dat 40 procent van zijn bbp exporteert, minder afhankelijk maken van de buitenlandse vraag. Luz Lorenzo van ATR-Kim Eng Securities in Manilla beklemtoont dat die ommekeer volop bezig is. Daniel Masui, voorzitter van de Belgian-Filipino Business Club, stelt vast dat Filipijnse bedrijfjes zich tegenwoordig ook meer inwerken in specifieke niches met een toegevoegde waarde waarin China minder sterk staat. De Filipijnse elektronica blijft competitief. 28,3 miljoen inwoners, 415 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit, consumentenuitgaven: 95,2 miljard $ in 2009 (tegen 60,9 miljard $ in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 114,5 miljard $ in 2009 (tegen 75,4 miljard $ in 2005), 0,9 % inflatie. In Maleisië komt de inzinking van de wereldvraag hard aan. Unilever sloot er zijn fabrieken, maar blijft operationeel in de Filipijnen. Maleisië, met 28 miljoen inwoners nochtans een relatief kleine markt, was het voorbije decennium een van de meest aantrekkelijke groeiers van Zuidoost-Azië. In een poging om de economische achteruitgang te keren, kondigde de regering vorige week drastische liberaliseringsmaatregelen aan. Het land had zich na de financiële crisis van 1997 eigenzinnig opgewerkt met een flinke dosis protectionistische maatregelen. Zeer tot ongenoegen van het IMF werden buitenlandse kapitaalstromen en banken tijdelijk aan banden gelegd. Maar de economie veerde wel sneller op dan in de landen die het zware IMF-medicijn hadden geslikt. Diversificatie naar sectoren met hogere toegevoegde waarde werd sterk aangemoedigd om de concurrentie met China het hoofd te bieden, onder meer in elektronica. Die afhankelijkheid van de buitenlandse vraag komt nu zwaar aan. De industri-ële productie daalde in april met ruim een kwart in vergelijking met dezelfde maand in 2008. De economie krimpt 4 tot 5 procent, buitenlandse investeringen daalden in het eerste kwartaal met 79 procent. Om het land weer aanlokkelijk te maken, draait premier Najib Razak maatregelen terug die zijn vader veertig jaar geleden had ingevoerd: de toenmalige eerste minister, Abdul Razak, introduceerde in 1971 de zogenaamde nieuwe economische politiek (NEP). De NEP legde ondernemingen en het zakenleven de verplichting op om etnische Maleisiërs positief te bevoordelen - zoals in heel Zuidoost-Azië domineren Chinese minderheden de economie. Dat quotasysteem wordt nu afgebouwd, een maatregel die volgens waarnemers getuigt van politieke moed. Daarnaast mogen buitenlanders een groter belang verwerven in bank- en verzekeringsinstellingen en beursmakelaars. Eerder liberaliseerde Najib een aantal diensten in het onderwijs en de gezondheidszorg; buitenlanders kunnen voortaan ook vastgoed verwerven. 65 miljoen inwoners, 579,2 miljard $ bbp in koopkrachtpariteit, consumentenuitgaven: 141 miljard $ in 2009 (tegen 101,9 in 2005), beschikbaar jaarinkomen: 142,9 miljard $ in 2009 (tegen 102,3 miljard $ in 2005), 0,5 % inflatie. Politieke moed is wat Thailand vandaag nodig heeft, want daar komt de economische crisis bovenop een diepe politieke crisis die het land verdeelt in twee rivaliserende kampen. De 'rode hemden' of aanhangers van gewezen eerste minister, zakenman en populist Thaksin Shinawatra staan er lijnrecht tegenover de 'gele hemden' die de regering steunen. Die polarisatie verlamde in april de internationale luchthavens waar buitenlandse toeristen dagen geblokkeerd zaten. Het land is een van de grootste exporteurs van rijst, suiker en landbouwproducten, maar vooral een internationale hub en een belangrijke schakel in aanvoerketens voor elektronica- en auto-onderdelen. Prepress Helio Asia uit Antwerpen volgde zijn internationale klanten naar Thailand. "De politieke onzekerheid weegt zwaarder dan de economische terugval", getuigt Marc De Schutter. Thaksin is een soort Thaise Berlusconi. Hij werd veroordeeld wegens belangenvermenging en vluchtte naar het buitenland. Maar de eerste aanzetten voor een sociaal vangnet onder zijn bewind bezorgden hem een grote aanhang op het platteland en in de armere bevolkingslagen. "De ongelijke verdeling van de welvaart is de diepere oorzaak van de politieke onrust in Thailand", weet Bertil Lintner van Jane's Information Group. "De wereldcrisis heeft die tegenstellingen aangescherpt." Ondanks de hoogoplopende spanningen keurden meerderheid en oppositie een stimuleringspakket van 23 miljard dollar goed om de economie, die over de voorbije twaalf maanden meer dan 7 procent kromp, nieuw leven in te blazen. Zuidoost-Azië ontsnapt niet aan de wereldturbulenties. Van een ontkoppeling is nog geen sprake. Daarvoor zijn de meeste economieën nog te zeer exportafhankelijk. Ferdinand Maes, algemeen directeur van Alsico uit Ronse met twee vestigingen in Thailand voor de productie van stofvrije kleding voor elektronicabedrijven in heel Zuidoost-Azië, voelt dat sterk aan. "Het is een kwestie van uitzweten tot de vraag in de VS en Europa weer aanslaat." Yasheng Huang van het Massachusetts Institute of Technology deelt de mening van Lintner. "Het is grotendeels een kwestie van ongelijke inkomensverdeling. Er is nog onvoldoende koopkracht bij het overgrote deel van de bevolking." Niet alleen in Thailand, ook in de andere landen. Bernard Poplimont, plaatselijk manager van de fabrikant van bakkerijingrediënten Puratos uit Groot-Bijgaarden, voelt ook dit aspect goed aan. "Brood is hier geen basisproduct, maar een soort snack die gemakkelijker opzij wordt geschoven als het gezinsbudget krap wordt." Maar Poplimont merkt overal in de regio een dynamiek bij ondernemers om zijn bakkerij-ingrediënten te verwerken in steeds nieuwe producten die betaalbaar blijven. Innovatie en creativiteit waren lang een zwaktepunt in het exportgedreven economische Aziatische mirakel. Dat verandert. De druk van China om competitief te blijven, houdt de stille revolutie aan de gang. Door Erik BruylandMet de helft minder inwoners heeft Zuidoost-Azië een groter bbp dan India. Innovatie was lang een zwakte in de exportgedreven groeilanden, maar dat verandert.