De werkloosheidsgraad in het Brussels Gewest bedroeg 21,4 procent in 2014, tegenover 7 procent in het omliggende Halle-Vilvoorde. Ongeveer 30 procent van de Brusselse laaggeschoolden heeft geen baan. Maar er is vooral een probleem bij de min-25-jarigen. Daar bedraagt de werkloosheidsgraad 30 procent, en in sommige wijken loopt dat cijfer op tot 40 procent of meer. Dat is tweemaal hoger dan het Europese gemiddelde.
...

De werkloosheidsgraad in het Brussels Gewest bedroeg 21,4 procent in 2014, tegenover 7 procent in het omliggende Halle-Vilvoorde. Ongeveer 30 procent van de Brusselse laaggeschoolden heeft geen baan. Maar er is vooral een probleem bij de min-25-jarigen. Daar bedraagt de werkloosheidsgraad 30 procent, en in sommige wijken loopt dat cijfer op tot 40 procent of meer. Dat is tweemaal hoger dan het Europese gemiddelde. Een belangrijke oorzaak is demografisch. In het Brussels Gewest kwamen 170.000 inwoners bij tussen 2000 en 2011. Tegen 2020 worden er nog eens 100.000 verwacht. Dat betekent dat de bevolking op arbeidsleeftijd (van 15 tot 64 jaar) is gegroeid. De groep mensen die theoretisch kan werken, is de voorbije jaren veel sterker toegenomen dan in Vlaanderen en Wallonië. Volgens cijfers van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) zal de bevolking op arbeidsleeftijd in Brussel tussen 2012 en 2018 nog stijgen met 1,3 procent per jaar, tegenover nauwelijks 0,1 procent in Vlaanderen en 0,2 procent in Wallonië. Een belangrijke oorzaak zijn de migratiestromen naar Brussel. Goed nieuws is de toename van de beroepsbevolking. Het BISA zag het aantal werkende Brusselaars toenemen van 439.700 in 2011 tot 450.000 vandaag, en het voorspelt een verdere stijging tot 476.300 in 2018. Maar dat is niet voldoende om het werkgelegenheidsprobleem in de hoofdstad op te lossen. Ook al hebben meer Brusselaars een baan, de werkloosheid daalt niet of weinig, doordat ook de totale beroepsbevolking blijft groeien. De werkloosheidsgraad van 21,4 procent in 2014 ziet BISA amper dalen: tot 20,2 procent in 2018. Daarmee zit Brussel nog altijd een stuk hoger dan de 19 procent in 2000 (zie grafiek Meer werkende Brusselaars, en toch meer werklozen). De hoge jeugdwerkloosheid houdt direct verband met de vroegtijdige schooluitval in Brussel. Eén op de vijf jonge Brusselaars verlaat de school zonder diploma. Een groot deel van die groep lijkt verloren voor de arbeidsmarkt. Het gaat om de zogenoemde Neets (neither in employment nor in education and training) -- jongeren die niet langer studeren, maar die ook geen andere opleiding meer volgen en geen werk hebben. Volgens het Brussels Studies Institute, een platform dat de Brusselse problemen onderzoekt, is 24 procent van de 18- tot 24-jarigen een Neet. Dat is bijna dubbel zoveel als het gemiddelde in de Europese Unie. "Het gaat om jongeren die ver van de arbeidsmarkt staan. Ze zijn niet bekend bij de openbare diensten voor arbeidsvoorziening, en zelfs niet bij OCMW's. Daarom maken ze te weinig gebruik van hun rechten en de mogelijkheden inzake begeleiding, opleiding en het zoeken naar werk." De lage scholing is problematisch, omdat Brussel vooral behoefte heeft aan mensen die hoger of universitair onderwijs hebben gevolgd. 53 procent van de banen wordt ingenomen door hooggeschoolden. Door de desindustrialisering zijn laaggeschoolden steeds minder gewild op de arbeidsmarkt. Tussen 1989 en 2007 is het aantal laaggeschoolde werknemers in Brussel met 41 procent gedaald, terwijl het aantal werknemers met een hoog diploma met 62 procent is toegenomen. Dat de Brusselse werkloosheid zo hoog is, komt dus niet doordat er te weinig banen worden gecreëerd, maar doordat vooral hooggeschoolden die inpikken. En die komen niet direct uit Brussel. Van de ruim 700.000 banen in Brussel wordt de helft ingenomen door pendelaars, van wie de helft Vlamingen. Voor de helft van de Brusselse vacatures is een kennis van beide landstalen nodig, en voor banen in de Brusselse Rand is de kennis van het Nederlands een absolute must. Maar 80 procent van de Brusselse werkzoekenden heeft zelfs geen gemiddelde mondelinge kennis van het Nederlands. De nieuwe Brusselse regering neemt maatregelen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Er is al een beleid om jongeren te laten doorstromen naar de arbeidsmarkt via stages en lastenverlagingen. Maar het Brusselse werkgelegenheidsbeleid is versnipperd, en vaak georiënteerd op gesubsidieerde tewerkstelling. Een onderzoek van Idea Consult heeft vorig jaar uitgewezen dat drie kwart van het werkgelegenheidsbudget naar gesubsidieerde contractuelen of gesco's gaat. Dat zijn gesubsidieerde banen in de sociale en de culturele sector en in de vrije tijd. Hun aantal bedraagt net geen 10.000 werknemers. Het systeem wordt niet echt beschouwd als een manier om de doorstroming naar de arbeidsmarkt te bevorderen. De gemiddelde leeftijd van die gesco's is trouwens 41 jaar. ALAIN MOUTONVan de 700.000 banen in Brussel wordt de helft ingenomen door pendelaars, van wie de helft Vlamingen zijn.