Rekent u erop dat u uw levensstandaard in stand kunt houden met uw wettelijk pensioen? Daar bent u maar beter voorzichtig mee. De overheid kampt met een structureel tekort en torst een schuld van meer dan 100 procent van het bruto binnenlands product. Dat de wettelijke pensioenen mee evolueren met de inflatie, zou op zich al een hele prestatie zijn. Het is daarom belangrijk dat u zich goed voorbereidt op uw pensioen. Ook als u een groepsverzekering hebt en gebruikmaakt van het fiscale pensioensparen, is het niet zeker dat die kapitalen volstaan.
...

Rekent u erop dat u uw levensstandaard in stand kunt houden met uw wettelijk pensioen? Daar bent u maar beter voorzichtig mee. De overheid kampt met een structureel tekort en torst een schuld van meer dan 100 procent van het bruto binnenlands product. Dat de wettelijke pensioenen mee evolueren met de inflatie, zou op zich al een hele prestatie zijn. Het is daarom belangrijk dat u zich goed voorbereidt op uw pensioen. Ook als u een groepsverzekering hebt en gebruikmaakt van het fiscale pensioensparen, is het niet zeker dat die kapitalen volstaan. U kunt in zes stappen een haalbaar financieel plan opstellen. Dat plan is slechts een beginpunt, want u moet het daarna gedurende vele jaren uitvoeren. Probeer realistisch in te schatten hoeveel geld u nodig hebt om comfortabel te kunnen leven na uw pensionering. U hebt dan niet noodzakelijk hetzelfde inkomen nodig als vandaag. Mogelijk wilt u een wereldreis maken, maar twee keer per jaar gaan skiën, zult u wellicht niet tot na uw 75ste volhouden. U zult naarmate u ouder wordt ook andere kosten hebben dan vandaag, zoals medische kosten of kosten voor thuishulp. Houd ook rekening met de inflatie. Stel dat u denkt met 2000 euro per maand rond te komen. Als de inflatie 2 procent per jaar bedraagt -- wat de doelstelling van de Europese Centrale Bank is -- dan hebt u binnen twintig jaar 2972 euro nodig om dezelfde koopkracht aan te houden. Zodra u weet welk inkomen u nodig hebt, zet u op een rij welke inkomstenbronnen u hebt. Daar komt het wettelijk pensioen in beeld. Op het internet vindt u verschillende pensioensimulatoren waarmee u kunt berekenen op hoeveel pensioen u recht zult hebben. U kunt dat bedrag aanpassen aan de inflatie. Daarnaast hebt u misschien nog andere inkomstenbronnen, zoals een appartement dat u verhuurt. Volstaan die inkomsten om uw gewenste inkomen te dekken, dan hoeft u niet veel te ondernemen om uw pen-sioen voor te bereiden. U kunt als bescherming misschien nog wat marge inbouwen, bijvoorbeeld door te sparen voor een tweede opbrengsteigendom. Zijn uw inkomstenbronnen niet voldoende, dan moet u extra vermogen opbouwen. Het vermogen dat u zelf moet opbouwen, hangt af van het vermogen dat u te kort hebt. Stel dat u 2000 euro per maand nodig hebt en enkel kunt rekenen op een wettelijk pensioen van 1000 euro netto per maand. Dat betekent dat u een vermogen nodig hebt waaruit u elke maand 1000 euro kunt putten (of 12.000 euro per jaar). Hoe groot dat vermogen moet zijn, hangt af van het tempo waarin u er geld uit opneemt. Belgen leven nog gemiddeld twintig jaar na hun pensionering. In de gespecialiseerde literatuur wordt daarom een gemiddeld opnametempo van 3 à 4 procent aangeraden. Dat betekent dat u 400.000 euro nodig hebt om uw inkomenstekort op te vangen (3 % van 400.000 euro is 12.000 euro). Hoe lager het opnametempo, hoe langer uw vermogen zal meegaan, vooral als u het inkomen elk jaar aanpast aan de inflatie. Bent u niet van plan een grote erfenis achter te laten, dan kunt u kiezen voor een hoger opnamepercentage. Uw groepsverzekering (de tweede pensioenpijler) en uw fiscaal pensioensparen (de derde pensioenpijler) vormen de eerste stenen van het vermogen dat u moet opbouwen. Jaarlijks ontvangt u van de verzekeraar een schatting van het kapitaal dat uw groepsverzekering zal uitkeren tegen dat u de pensioenleeftijd bereikt. Ook voor het fiscale pensioensparen kunt u op basis van een geschat rendement uitrekenen hoeveel het eindkapitaal zal bedragen. Enkel als uw groepsverzekering en het fiscale pensioensparen niet volstaan, moet u een extra inspanning doen om vermogen op te bouwen. We keren terug naar ons voorbeeld. Stel dat u een groepsverzekering van 200.000 euro hebt. U hebt een pensioenspaarfonds waarvan u een kapitaal van 50.000 euro verwacht. Dat betekent dat u nog 150.000 euro moet vergaren tegen uw pensioen (400.000 - 200.000 - 50.000 = 150.000 euro). Opgelet: uw gezinswoning is niet de magische oplossing om dat gat te dichten. U kunt enkel geld uit uw woning halen door ze te verkopen of ze te verhuren. In dat laatste geval moet u huur betalen om elders te gaan wonen. Enkel als u daarmee rekening houdt in de berekening van uw benodigde inkomen, kunt u uw woning beschouwen als een pensioenvermogen. Zodra u weet hoeveel vermogen u tijdens uw professionele carrière extra moet opbouwen, kunt u berekenen hoeveel u jaarlijks opzij moet zetten. Een belangrijke factor daarbij is het rendement dat u op uw geld denkt te halen. Als u alles op een spaarrekening zet, staat uw geld veilig, maar is het rendement bijzonder pover. Over een lange periode zal inflatie de koopkracht van uw geld aantasten. Aandelen en obligaties zijn daarom een noodzakelijk onderdeel van uw financieel plan. Aandelen houden het grootste risico in, maar bieden historisch bekeken het hoogste rendement. Volgens cijfers van de NYU Stern School of Business brachten aandelen in de periode 1928-2013 gemiddeld 9,5 procent per jaar op. Obligaties rendeerden in diezelfde periode 4,9 procent, terwijl cash strandde op 3,5 procent. De voorbije tien jaar daalden die rendementen naar respectievelijk 7,3 procent, 4,3 procent en 1,5 procent. Als we voorzichtigheidshalve die laatste rendementen gebruiken, kan een belegger die zijn geld voor 60 procent in aandelen en voor 40 procent in obligaties stopt een gemiddeld jaarlijks rendement van 6,1 procent verwachten. Jonge beleggers met een zeer lange beleggingshorizon kunnen ervoor kiezen meer in aandelen te beleggen, terwijl beleggers die dicht bij hun pensioen staan er verstandig aan doen te opteren voor meer obligaties. Maar ook als u met pensioen bent, is het belangrijk dat u voldoende aandelen in portefeuille hebt, want uw vermogen moet nog lang meegaan. Op basis van het verwachte rendement is het mogelijk te berekenen hoeveel u jaarlijks moet beleggen. Hoe hoger het rendement, hoe minder u opzij moet zetten. Maar wees voorzichtig met al te hoge verwachtingen: ze zetten aan om minder te sparen en te beleggen, terwijl de kans groot is dat u die doelstellingen niet haalt. Baseer uw financieel plan op een realistisch rendement en concentreer u op de spaarinspanning in plaats van te jagen op beleggingen met de hoogste rendementen, die de hoogste risico's inhouden. Stel dat u uw inkomenstekort na uw pensionering hebt berekend op 1000 euro. U bent nog twintig jaar verwijderd van uw pensioen. Dat betekent dat u, rekening houdend met een inflatie van 2 procent, ongeveer 1485 euro per maand extra inkomsten nodig hebt. Als u elk jaar 4 procent uit uw vermogen put, hebt u ruim 445.000 euro nodig (4 % van 445.000 euro is 17.800 euro per jaar, of 1485 euro per maand). Rekening houdend met de opbrengst van uw groepsverzekering en uw pensioenspaarfonds, moet u nog 195.000 euro sparen. U verdeelt uw beleggingen over aandelen (60 %) en obligaties (40 %). Op basis van een verwacht rendement van 6,1 procent moet u ongeveer 400 euro per maand opzijzetten (4800 euro per jaar). Het belangrijkste planningswerk is achter de rug. Wat rest, is de concrete invulling van uw beleggingsportefeuille. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Zo kunt u zelf een portefeuille van individuele aandelen en obligaties samenstellen. Maar dat vergt veel tijd en kennis. Bovendien loopt u het risico dat uw beleggingen te weinig gediversifieerd zijn, zodat de kans op verliezen groter is. Probeer het daarom eenvoudig te houden. Kies bijvoorbeeld voor een gemengd beleggingsfonds dat overeenstemt met de gewenste verdeling tussen aandelen en obligaties. U betaalt in dat geval een professionele beheerder die voor uw geld zorgt. Een goedkoper alternatief -- dat meer werk vereist -- is te kiezen voor beursgenoteerde indexfondsen of trackers (exchange traded funds of ETF's). Voorbeelden zijn de Vanguard- of iShares-ETF's, die een ruime keuze bieden aan ETF's op aandelen en obligaties. U koopt die net als aandelen op de beurs. Om de transactiekosten binnen de perken te houden, kunt u om de drie of zes maanden een aankoop doen. Uw financieel plan om uw pensioen voor te bereiden is nu af, maar eigenlijk begint pas dan het echte werk. U moet uw plan in de praktijk brengen, en dat tot uw pensionering volhouden. De grootste vijand van uw plan bent uzelf. Er zal altijd wel een reden zijn om van het plan af te wijken. U houdt het beste het hoofd koel. Misschien hoort u een beursspecialist op televisie verkondigen dat aandelen duur zijn en dat u ze moet verkopen. Maar beleggen op basis van voorspellingen en impulsen is nefast voor uw langetermijnplan. Niemand kan voorspellen wat de beurs de komende dagen of weken zal doen. U zult uw plan soms moeten bijsturen. Het is gebaseerd op veronderstellingen, bijvoorbeeld over de inflatie, het beleggingsrendement, het wettelijk pensioen en uw groepsverzekering. Als die factoren wijzigen, wijzigt ook uw plan. Ook uw gezinssituatie kan snel veranderen. Jonge ouders met kinderen kunnen wellicht minder sparen dan ze eerst hadden gedacht. Het is zaak dan later meer te sparen om de achterstand in te halen. MATHIAS NUTTINAandelen houden het grootste risico in, maar bieden historisch bekeken het hoogste rendement.