Het essay waarmee de federale SP.A-topministers Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte in De Standaard van 3 januari 2004 uitpakten, deed ook buiten de Wetstraat stof opwaaien. De twee socialistische tenoren gingen dieper in op de vergrijzing van onze samenleving, volgens hen "een groot probleem, maar niet onoverkomelijk." Er schuilen pittige uitspraken in hun artikel: "Veel meer mensen moeten aan het werk gaan en de gemiddelde loopbaan zal langer moeten duren, als we een fatsoenlijke welvaartsstaat willen behouden." De boodschap: er is nu echt geen ruimte meer voor Spielerei. ...

Het essay waarmee de federale SP.A-topministers Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte in De Standaard van 3 januari 2004 uitpakten, deed ook buiten de Wetstraat stof opwaaien. De twee socialistische tenoren gingen dieper in op de vergrijzing van onze samenleving, volgens hen "een groot probleem, maar niet onoverkomelijk." Er schuilen pittige uitspraken in hun artikel: "Veel meer mensen moeten aan het werk gaan en de gemiddelde loopbaan zal langer moeten duren, als we een fatsoenlijke welvaartsstaat willen behouden." De boodschap: er is nu echt geen ruimte meer voor Spielerei. In vele kringen wordt gefluisterd dat "het toch wel moedig is" van de twee kopstukken, zeker enkele maanden voor nieuwe verkiezingen. Dat doet denken aan de situatie rond de devaluatie van de Belgische frank in februari 1982. Ook toen hadden velen de mond vol van "moedige beslissingen" van de eerste roomsblauwe regering van Wilfried Martens ( CD&V), terwijl er weinig heroïek kleefde aan die ingreep. België stond economisch, sociaal en financieel gewoon met de rug tegen de muur. De devaluatie was geen moedige keuze, het was de uitvoering van een onontkoombaarheid. Premier Martens en de toenmalige gouverneur van de Nationale Bank, FonsVerplaetse, mogen wel de eer opeisen dat de devaluatie goed uitgevoerd werd. Precies hetzelfde geldt voor de vergrijzing van de bevolking. Toen ruim twintig jaar geleden de Antwerpse hoogleraar Emiel Van Broekhoven waarschuwde dat ons pensioenstelsel niet gehandhaafd kon blijven, lachte de politieke klasse hem weg als een wereldvreemde ivoren-toreneconoom. Als Vandenbroucke en Vande Lanotte tien jaar geleden hadden verklaard wat ze nu schrijven, was er echt sprake van politieke moed geweest. Nu weten beide heren dat het water ons aan de lippen staat. Het gaat niet meer om keuzes, de duimschroeven zitten al pijnlijk strak. Uit recente berekeningen van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) blijkt dat de vergrijzing België doet afstevenen op een overheidsschuld van 200 % van het bruto binnenlands product (BBP), het dubbele van vandaag. Angola en Nepal zullen dan een grotere internationale kredietwaardigheid genieten dan België, tenzij er ingrijpende maatregelen komen. Let alvast even op de volgende frase in het essay van de twee SP.A'ers: " Zelfs als de eerste pijler zijn werk goed doet, dan nog zullen de actieve senioren van morgen méér verwachten" ( onze cursivering). Kortom, het is niet zeker dat de eerste pensioenpijler (ook gekend als het wettelijk pensioen) intact blijft. Zowel in hun tekst als in latere commentaren gingen beide excellenties dan ook uitgebreid in op de noodzaak van een verdere uitbouw ("democratisering") van de aanvullende pensioenen. Hier schuilt de verborgen agenda van Vandenbroucke en Vande Lanotte. Wetende dat de engagementen die de staat voor de eerste pensioenpijler heeft aangegaan wellicht niet gehonoreerd kunnen worden, komt het er nu op aan om in een zo kort mogelijke periode zoveel mogelijk mensen voor een aanvullend pensioen te laten zorgen. Vervolgens kan men dan bij degenen die voor de grootste aanvulling gezorgd hebben, knippen in het wettelijk pensioen. Als men daarbij dan nog voldoende de nadruk kan leggen op de grote solidariteit van zo'n ingreep, zou de verborgen agenda zelfs electoraal gunstig kunnen uitpakken. De SP.A blijft de partij van het populisme van Steve Stevaert. Johan Van Overtveldt