De vorige Ronde van Frankrijk bracht een stroom negatieve berichten rond het wielrennen op gang, maar niettemin wint de sporttak nog aan populariteit. "De groei zit vooral bij het jeugdrennen. Bovendien blijven grote en kleine ondernemingen naar de wielersport grijpen als één van de beste middelen voor naambekendheid," zegt Stefan Aerts. De gewezen profwielrenner is samen met oud-wielertrainer Raymond Vanstraelen oprichter en mede-eigenaar van Bio Racer nv, producent van wielrennerskleding in Tessenderlo (een omzet van 107 miljoen in 1998 en 170 miljoen volgens prognoses voor dit jaar).
...

De vorige Ronde van Frankrijk bracht een stroom negatieve berichten rond het wielrennen op gang, maar niettemin wint de sporttak nog aan populariteit. "De groei zit vooral bij het jeugdrennen. Bovendien blijven grote en kleine ondernemingen naar de wielersport grijpen als één van de beste middelen voor naambekendheid," zegt Stefan Aerts. De gewezen profwielrenner is samen met oud-wielertrainer Raymond Vanstraelen oprichter en mede-eigenaar van Bio Racer nv, producent van wielrennerskleding in Tessenderlo (een omzet van 107 miljoen in 1998 en 170 miljoen volgens prognoses voor dit jaar). Twaalf jaar geleden startten Aerts en Vanstraelen de reconversiemaatschappij Bio Racing bvba, thans de holding boven de vennnootschap. Bio Racer nv groeit de laatste jaren met zo'n 25% en heeft uitgesproken Europese ambities. Omdat het bedrijf voor zijn grootse plannen nood heeft aan financiële hefbomen, wordt er onderhandeld met internationale fietsenproducenten om samen een distributienet op te zetten. "De fietsenbranche is in volle ontwikkeling. In de distributie is de professionalisering pas begonnen. Zonder grootschalige aanpak kun je het wel vergeten," meent Aerts. Met het oog op de nieuwe ontwikkelingen start Bio Racer na de zomervakantie met een eigen fietsenmerk. "We willen kleding en fietsen als een totaalconcept in de markt plaatsen en het potentieel van de merknaam Bio Racer maximaliseren." De hobby van de twee sporters ontwikkelde de voorbije jaren een eigen dynamiek, waarop ze doordacht willen verder bouwen. EEN VAK APART,noemen Aerts en Vanstraelen het maken van fietskleding, "niet zomaar een aanhangsel bij een bestaande klassieke confectie."Het vergroeid zijn met de wielrennerij bestempelen ze als hun sterkste troef om - in een branche die volop in een stroomversnelling komt - quasi intuïtief de noden en nieuwe trends aan te voelen. Zo ontwikkelde Vanstraelen het meetsysteem Bio Racer bike fitting systems, dat inmiddels in 980 fietspeciaalzaken in Europa staat opgesteld. "De apparatuur werd uitgekiend op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktische ervaring van meer dan 40.000 metingen. De juiste afstelling in functie van de lichaamsmaten vergroot immers het fietsplezier en het rijconfort," zegt Vanstraelen. "En bij een passende fiets hoort een maatkostuum," springt Aerts bij. "Dat was en blijft onze basisfilosofie." Daarom lanceerde Bio Racer acht jaar geleden al een eigen fietsmerk, maar omdat alle energie prioritair naar het uitbouwen van de kledinglijnen ging, werd dat project voortijdig stilgelegd. "In september nemen we die draad weer op. De tijd is rijp om op de kledingsafdeling, die nu loopt als een trein, onze oorspronkelijke plannen met de Bio Racer-fiets te enten," zegt Vanstraelen. In afwachting lieten Aerts en Vanstraelen gerichte enquêtes uitvoeren. "We gaan immers niet op drijfzand bouwen."ClubkledingMomenteel komt 85% van de omzet uit de productie van modieuze wielrennerskleding; de overige 20% uit de verkoop van accessoires, onder meer de exclusieve distributie in de Benelux van Lazer-helmen van Cross uit Nijvel, medesponsor van de Mapei-ploeg (zie Trends van 21 januari). Het Bio Racer-assortiment bestaat voor 80% uit clubkleding of gepersonaliseerde ontwerpen en bedrukking op verzoek van wielrennersclubs, van bedrijventeams of bijvoorbeeld voor de Belgische en de Nederlandse nationale wielerploegen, waarvan het bedrijf uit Tessenderlo de hoofdsponsor is. De overige confectie bestaat uit het eigen merk ReSkin (onderkleding voor indoor- en zomersporten), maar hoofdzakelijk uit standaard-wielerkleding van het merk Bio Racer. Die standaard Bio Racer- outfit concurreert in het middelhoge marktsegment met Amerikaanse fabrikanten, met het Italiaanse Castelli en Gore Bike Wear uit Duitsland; in het topsegment van de clubkleding noemt Bio Racer zich marktleider in de Benelux (een positie die ook Vermarc Sportswear uit Wezemaal van oud-wielrenner Frans Verbeek claimt - zie Trends van 2 oktober 1997). ALLES ONDER ÉEN DAKgold bij Bio Racer als motto om een maximale flexibiliteit te garanderen: anders dan ontwerpers die hun productie uitbesteden aan kledingfabrikanten, hielden Aerts en Vanstraelen tot nu toe de hele afwikkeling in eigen hand: van de computerontwerpen door vier huisstilisten tot het geïnformatiseerde drukprocédé (het vergassen van de op papier getekende dessins in textiel), maar evenzeer de confectie en de verkoop.Alleen de speciale - ademende, verkoelende, sneldrogende en elastische - stoffen komen van buitenuit. Bio Racer werkt daarvoor nauw samen met innoverende textielproducenten uit Italië en Zwitserland. Vooral met Eschler AG, specialist in ski-uitrustingen, is er een gepriviligieerde band: samen ontwikkelden ze als eerste de zogenaamde monolithzeem (voorgevormde zeem zonder naad) en dit seizoen brengt Bio Racer in exclusiviteit voor de Benelux in zijn wielrennersbroeken een afkoelend zeem uit de VS op de markt. UitbestedenNaast uitbreiding van de huidige 2000 m² naar een nieuwbouw van 7000 m² in Tessenderlo, opteert Bio Racer voortaan echter ook voor uitbesteding. "De groei in confectie zullen we vanaf 2000 uitbesteden in Tunesië, aan Vervaeco uit Geel om de overhead-kosten te delen. Met deze bijkomende capaciteit kunnen we vlotter volumes van drie- tot vierduizend stuks aan, voor de grote opdrachtgevers, terwijl we hier snel en soepel kunnen inspelen op bestellingen van kleinere clubs," zegt Aerts. Het jaar 2000 wordt een doorbraakjaar. Aerts wijst op de eerste concentratiebewegingen in Nederland. "De sterk versnipperde distributie van de fietsenverkoop, zal in de komende jaren willens nillens evolueren, onder invloed van inkoopcombinaties en grotere speciaalzaken. Willen we ons niet door de Amerikaanse jongens in de wielen laten rijden, dan moeten we naar schaalvergroting. En we denken dat er nog een mooie toekomst in dat verhaal is weggelegd."DE REPUTATIEdie Bio Racer met zijn wielrennerskleding in de Benelux heeft opgebouwd, vinden Aerts en Vanstralen solide genoeg om een plaats te verwerven in de toekomstige, meer geprofessionaliseerde wielerdistributie. "Daarom moeten we het concept maatfiets en maatkleding als een tandem in het hogere segment aanbieden," stelt Vanstraelen. "We gaan onze Bio Racer-meetapparatuur koppelen aan onze eigen fietsframes en daarop eveneens de gepersonaliseerde ontwerpen van de clubkleding overbrengen."Op hetzelfde industrieterrein in Tessenderlo, vlak naast de deur, startte de broer van Stefan, Jochim Aerts, acht jaar geleden de nv Race Productions (vandaag: 80 miljoen omzet met 17 werknemers). Race Productions is gespecialiseerd in het lakken van fietskaders; de vier voltijdse verkopers van Bio Racer commercialiseren mee de Ridley-koersfietsen van Race Productions. Vanaf september wil Bio Racer daar een eigen aanbod aan toevoegen in een hogere prijsklasse. De aluminium frames worden geproduceerd in Italië, de afwerking gebeurt in Tessenderlo. De verkoop zal gekoppeld worden aan de meetapparatuur in 980 fietspeciaalzaken verspreid in Europa. "De klant zal er - zowel zijn fiets als zijn wielerkleding - kunnen kiezen uit courante standaardmaten of een specifieke maatfiets en bijhorende kleding kunnen bestellen," verduidelijkt Vanstraelen het toekomstig totaalconcept. Op de thuisbasis in de Benelux beschikt Bio Racer al over een bestand van 160.000 eindverbruikers. "De wielermarkt verandert snel." Stefan Aerts verwijst naar de Italiaanse fietsenbouwers die zich lange tijd comfortabel in het topsegment konden nestelen, maar nu door de agressieve marketingaanpak van de Amerikanen uit hun lood geslagen zijn. "De onderbouwde aanpak van groepen als Cannondale en Trek, respectievelijk rond Cipollini en Armstrong, geven de toon aan." Europese concurrenten als het Britse Derby Cycles, het Franse Europe Velo en het Nederlandse Axxell en Euretco hebben de boodschap begrepen. Het kleine Bio Racer uit Tessenderlo wil niet uit het wiel worden gereden door de groten. "Klassieke kapitaalverschaffers kunnen wel zorgen voor een financiële onderbouwing, maar meerwaarde kunnen alleen mensen uit de sector bijbrengen," zeggen Aerts en Vanstraelen, zonder echter namen te noemen waarmee zij allianties voor de distributie klaarstomen. Maar ze zien 2000 alvast als het jaar van hun doorbraak. ERIK BRUYLAND