Sinds 2004 zijn wettelijk samenwonende koppels voor de personenbelasting fiscaal gelijkgeschakeld met getrouwde koppels. Feitelijk samenwonende partners worden afzonderlijk belast op hun inkomsten. Op het gebied van het erfrecht zijn de verschillen tussen samenwonende en getrouwde stellen nog altijd heel groot. Wie zijn partner verliest, is fiscaal en juridisch beter af als hij getrouwd is dan als hij samenwoont.

VERSCHILLEN IN ERFRECHT Getrouwde partners

Getrouwde partners erven automatisch van elkaar. Een echtgenoot is zelfs een zogenoemde reservataire erfgenaam, die niet volledig kan worden onterfd. Als een van de huwelijkspartners overlijdt en er kinderen zijn, erft de langstlevende het vruchtgebruik op de hele nalatenschap. Zijn er geen kinderen, dan krijgt hij de huwelijksgemeenschap in volle eigendom en het vruchtgebruik van het eigen vermogen van de overledene.

Feitelijk samenwonende partners

Feitelijk samenwonende partners erven nooit automatisch van elkaar. Om iets te erven, moeten ze een testament opmaken.

Wettelijk samenwonende partners

Samenwonende partners die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd op het gemeentehuis, erven automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en van het huisraad van elkaar. Dat betekent dat de blote eigendom van de gezinswoning, het huisraad en de andere bezittingen toevallen aan de andere erfgenamen, bijvoorbeeld de kinderen. Het is een beperkt erfrecht, dat het stel mag uitbreiden via een testament. Zo kunnen ze bepalen dat als de ene partner overlijdt, de andere de volle eigendom van diens aandeel in de woning en de huisraad krijgt. In het testament moeten de partners wel rekening houden met de wettelijke reserve van de kinderen.

Het erfrecht voor wettelijk samenwonenden is niet reservatair. Dat betekent dat een partner een testament kan opmaken waarin hij zijn volledige erfenis -- met inbegrip van de gezinswoning -- legateert aan een derde, bijvoorbeeld aan de kinderen. Het erfrecht tussen wettelijk samenwonenden verdwijnt zodra de samenwoning stopt. Dat kan eenvoudig door een eenzijdige verklaring op het gemeentehuis af te leggen.

VERSCHILLEN IN SUCCESSIERECHTEN

De tarieven van de erfbelasting, de vroegere successierechten, verschillen in de drie gewesten. Welke belasting verschuldigd is, hangt af van de fiscale woonplaats van de overledene. Dat is niet automatisch de plaats waar hij was ingeschreven in het bevolkingsregister, hij moet daar ook echt hebben gewoond. Als de erflater de laatste vijf jaar voor zijn overlijden in verschillende gewesten heeft gewoond, moet de aangifte gebeuren in het gewest waar hij in die periode het langst zijn fiscale woonplaats heeft gehad.

In Vlaanderen

Voor huwelijkspartners gelden in Vlaanderen dezelfde tarieven als tussen ouders en kinderen, die opklimmen van 3 tot 27 procent. Samenwonende partners betalen dezelfde tarieven als ze wettelijk samenwoonden, of als ze sinds minstens één jaar feitelijk samenwoonden en een gemeenschappelijke huishouding voerden. Is dat niet het geval, dan vallen ze in principe onder het veel hogere tarief van 45 tot 65 procent.

In Brussel en Wallonië

Ook in Brussel en Wallonië gelden dezelfde tarieven voor getrouwde partners als tussen ouders en kinderen (van 3 tot 30 %). Enkel wettelijk samenwonende partners kunnen daar aanspraak maken op het laagste tarief. Feitelijk samenwonende partners vallen onder het heel dure tarief, dat al snel oploopt tot 80 procent.

DE GEZINSWONING

De gezinswoning is voor veel koppels het belangrijkste deel van hun vermogen. Daarom is het belangrijk om te weten hoe ze erfbelasting kunnen ontlopen als een van beiden zou overlijden. Ook daar zijn er verschillen per gewest, maar in de drie gewesten kunnen feitelijk samenwonende stellen veel belasting uitsparen door een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen.

In Vlaanderen

In Vlaanderen is de gezinswoning voor de langstlevende getrouwde partner vrijgesteld van successierechten. Ook wettelijk samenwonenden kunnen aanspraak maken op die vrijstelling. Voor feitelijk samenwonende partners is dat het geval als ze gedurende drie jaar ononderbroken hebben samengewoond en als ze in die tijd een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Dat kunnen ze bewijzen met een afschrift uit het bevolkingsregister. Als een stel nog geen drie jaar feitelijk samenwoont en een van beiden ernstig ziek wordt, heeft het er dus alle belang bij een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen.

In Brussel

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden dezelfde regels als in Vlaanderen. Een belangrijk verschil is dat feitelijk samenwonende partners er nooit aanspraak kunnen maken op de fiscale vrijstelling voor de gezinswoning.

In Wallonië

Op 1 juni 2014 heeft ook Wallonië een vrijstelling ingevoerd. Maar anders dan in Brussel en Vlaanderen is die regeling beperkt. Enkel als het netto-erfdeel van de langstlevende in de gezinswoning niet hoger is dan 160.000 euro -- dus na aftrek van de schulden -- heeft hij recht op de volledige vrijstelling. De overledene moet op de datum van zijn overlijden ook minstens vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats in het Waals Gewest hebben gehad.

Johan Adriaens

Feitelijk samenwonende partners kunnen veel belasting uitsparen door een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen.