De beleggers die deelnamen aan de enquête over onlinebrokers van Trends, vinden de kosten het belangrijkste criterium om te kiezen voor een bepaalde onlinebroker. Om de kostenverschillen te illustreren, stellen we in de tabel de resultaten van zes simulaties voor. We berekenen de kosten voor drie portefeuilles: een van 25.000 euro, een van 50.000 euro en een van 250.000 euro. Aan elke portefeuille worden twee beleggersprofielen gekoppeld: de low frequency trader, die weinig transacties verricht, en de high frequency trader, die regelmatig tran...

De beleggers die deelnamen aan de enquête over onlinebrokers van Trends, vinden de kosten het belangrijkste criterium om te kiezen voor een bepaalde onlinebroker. Om de kostenverschillen te illustreren, stellen we in de tabel de resultaten van zes simulaties voor. We berekenen de kosten voor drie portefeuilles: een van 25.000 euro, een van 50.000 euro en een van 250.000 euro. Aan elke portefeuille worden twee beleggersprofielen gekoppeld: de low frequency trader, die weinig transacties verricht, en de high frequency trader, die regelmatig transacties doet. Low en high frequency traders Voor het profiel van de low frequency trader gaan we ervan uit dat hij vijf transacties per jaar verricht: vier op de beurs van Brussel (Euronext Brussel) en één op de beurs van New York. De high frequency trader doet gemiddeld twee verrichtingen per maand. In totaal komt hij jaarlijks aan zestien transacties op Euronext Brussel en acht op de beurs van New York, of in totaal 24 verrichtingen. Alle transacties hebben telkens een waarde van 10 procent van de beleggingsportefeuille. Aangezien de portefeuilles in onze simulaties altijd bestaan uit tien aandelenposities met een gelijke waarde, wil dat zeggen bij elke transactie een aandeel wordt gekocht of verkocht ter waarde van 10 procent van de portefeuille. Bij Saxo Bank, Lynx, Today's Brokers en Traders Only hangen de transactiekosten soms af van het aantal verhandelde aandelen. In de simulatie werd dat opgevangen door te veronderstellen dat het verhandelde aandeel telkens 25 euro waard is. De kortingen die de grootbanken geven, werden meegerekend in de simulaties. Uit de resultaten blijkt dat de kosten sterk verschillen, niet enkel tussen de grootbanken en de onlinebrokers, maar ook tussen de onlinebrokers onderling. Voor de low frequency trader variëren de kosten voor de kleine portefeuille van 25.000 euro tussen 28 en 179,58 euro - een verschil van 151,58 euro of 84 procent. Voor de middelgrote portefeuille van 50.000 euro bedraagt dat verschil 265,50 euro en voor de grote portefeuille van 250.000 euro zelfs 1303,25 euro. Voor de high frequency trader zijn de verschillen nog groter: voor de kleine portefeuille 812 euro, voor de middelgrote portefeuille 1412 euro en voor de grote portefeuille liefst 5992 euro. Dat betekent dat de duurste onlinebroker tot 95 procent meer aanrekent dan de goedkoopste. De onlinebrokers zijn duidelijk goedkoper dan de grootbanken. Daarnaast is het opvallend dat de transactiekosten voor beleggers die vaak aandelen kopen of verkopen, zeer snel oplopen. In onze simulatie betaalde de belegger met een portefeuille van 25.000 euro voor 24 transacties (zestien op Euronext en acht op New York) toch 128 euro bij de goedkoopste onlinebrokers.