Sinds de Big Crash van 2008 zingen de toezichthouders in koor: nooit meer. Om het financiële systeem voor een faillissement te behoeden, zijn volop nieuwe wetten en regels uitgevaardigd. Het slechte nieuws voor de banken is dat er in 2014 geen respijt te verwachten valt.
...

Sinds de Big Crash van 2008 zingen de toezichthouders in koor: nooit meer. Om het financiële systeem voor een faillissement te behoeden, zijn volop nieuwe wetten en regels uitgevaardigd. Het slechte nieuws voor de banken is dat er in 2014 geen respijt te verwachten valt. De discussie verschuift stilaan wel van de schuldvraag naar de gevolgen van de nieuwe regulering. Het eerste rumoer was al in 2013 te horen, net toen het broze herstel in Amerika en Europa vaart begon te krijgen. Politici wezen op de wisselwerking tussen stabiliteit (meer kapitaal aanhouden) en groei (lenen met leverage). In 2014 neemt die afweging duidelijker vorm aan als westerse banken zich terugtrekken uit buitenlandse markten en focussen op hun thuisbasis. De globalisering doet nog stappen achteruit. HSBC, dat vasthoudt aan zijn slogan een mondiale en lokale bank te zijn, heeft zich al uit verscheidene overzeese markten teruggetrokken. Royal Bank of Scotland -- ooit op basis van marktkapitalisatie een van de grootste tien banken ter wereld -- slankt haar activiteiten als investeringsbank verder af en blijft een beschermeling van de Britse overheid. Plaatselijke marktleiders komen weer in de gratie. De thuisbasis wordt belangrijker dan ooit door de tweede grote discussie in 2014: hoe de gemeenschappelijke internationale regels over het falen van 'voor het systeem belangrijke financiële instellingen' (SIFI's) moeten worden toegepast. De vraag is vooral wie als eerste greep krijgt op de activa als een SIFI over de kop gaat. Europese en Amerikaanse toezichthouders hebben in 2014 moeite een overeenkomst te bereiken, en dat geldt ook voor de Europeanen, die uit zijn op een akkoord over een bankenunie. In 2014 staan de banken onder druk om aan te tonen dat hun lokale filialen voldoende beschikbaar kapitaal hebben. Dat leidt tot de oprichting van lokale holdings met nog meer bureaucratie en kosten tot gevolg -- nog een aansporing voor SIFI's om hun kamp op te breken en huiswaarts te keren. Daartegenover staat dat het principe is aanvaard dat investerings- en retailbankieren moeten worden ontkoppeld, ook al moeten de laatste regels om de aanbevelingen van de Britse Vickers-commissie en de Dodd-Frank Act in de Verenigde Staten te implementeren nog worden vastgelegd. Die doen in 2014 overigens vragen rijzen over de kapitaalniveaus. In 2013 waren de banken al druk bezig om nieuwe en creatieve manieren te vinden om te voldoen aan de kapitaalregels onder Bazel III. Dat bracht de toezichthouders ertoe een oudere, minder gesofisticeerde maatstaf uit de kast te halen: de leverageratio. Daarin telt een euro voor een euro, of het nu om een riskante lening gaat of om een veilige overheidsobligatie. Voor het financiële systeem bestaat het gevaar dat de leverageratio op een verkeerde wijze aanspoort om riskantere activa in te zetten ten koste van niet-liquide, risicoarme activa, zoals hypotheken. Hoe dan ook begint de bankencultuur te veranderen. De Flaming Ferrari (de auto en de cocktail) verliest zijn cachet. Het toptalent spoedt zich niet meer naar de banksector zoals tien jaar geleden. Andere beroepen -- rechten, geneeskunde, zelfs de armzalige economische wetenschap -- komen weer in de gunst. Het leven van de bankier wordt iets saaier, maar met een beetje geluk ook een stuk veiliger. De auteur is hoofdredacteur van de Financial Times LIONEL BARBERDe bankcultuur begint te veranderen.