Het is soms moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, en zeker wanneer uw ex-echtgenoot het alimentatiegeld waarop u recht hebt, niet uitbetaalt. Vooral vrouwen worden met dat probleem geconfronteerd. Volgens een onderzoek dat in 1990 werd verricht door de sociologe Bernadette Bauwin-Legros, verkeerde 40 % van de gescheiden mensen toen in dat geval. Men schat momenteel dat tussen 150.000 en 175.000 personen die recht hebben op een onderhoudsuitkering, te maken hebben met een schuldenaar die in gebreke blijft. En degenen die hun rechtmatige uitkering proberen te recupereren, moeten vaak een echte lijdensweg afleggen. Hoe pakken ze dat het best aan?
...

Het is soms moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, en zeker wanneer uw ex-echtgenoot het alimentatiegeld waarop u recht hebt, niet uitbetaalt. Vooral vrouwen worden met dat probleem geconfronteerd. Volgens een onderzoek dat in 1990 werd verricht door de sociologe Bernadette Bauwin-Legros, verkeerde 40 % van de gescheiden mensen toen in dat geval. Men schat momenteel dat tussen 150.000 en 175.000 personen die recht hebben op een onderhoudsuitkering, te maken hebben met een schuldenaar die in gebreke blijft. En degenen die hun rechtmatige uitkering proberen te recupereren, moeten vaak een echte lijdensweg afleggen. Hoe pakken ze dat het best aan? U moet eerst een uitvoerbare titel krijgen van het document dat het recht op de alimentatie vestigt. Die titel laat toe om over te gaan tot de gedwongen uitvoering van de verplichtingen van de schuldenaar die nalaat te betalen. Met andere woorden: met deze titel kunnen vervolgingen worden ingeleid, en kan beslag op bepaalde goederen worden gelegd. De titel vergezelt altijd vonnissen en notariële akten. Er rijzen derhalve geen problemen voor echtscheidingen op grond van fouten, voor feitelijke scheidingen en evenmin voor alimentatie-uitkeringen die toegekend worden aan de kinderen in het kader van echtscheidingen met onderlinge toestemming (in zijn vonnis homologeert de rechter alle beschikkingen die betrekking hebben op de kinderen, met inbegrip van degene die slaan op alimentatievorderingen). Wanneer het gaat over een uitkering die werd toegekend bij een echtscheiding met onderlinge toestemming, moeten we genuanceerder zijn. U hoeft zich geen zorgen te maken wanneer de overeenkomst die de uitkering voorziet, is afgesloten voor een notaris. Het gaat dan over een notariële akte die vergezeld is van een uitvoerbare titel. Omgekeerd: als het gaat over een onderhandse akte die alleen werd gesloten door de betrokken partijen, moet er een rechter worden ingeschakeld om een uitvoerbare titel te krijgen. Vervolgens kunt u overgaan tot de gedwongen uitvoering daarvan. De schuldeiser, die waarschijnlijk gehaast is om zijn geld te recupereren, moet dus zware stappen zetten. Idealiter moet u dus over een uitvoerbare titel beschikken voordat een probleem zich kan voordoen, meer bepaald op het ogenblik van de echtscheiding. Eenmaal de titel verkregen, beschikt de gedupeerde schuldeiser over verschillende mogelijkheden. Zo kan hij ook een strafprocedure beginnen. Het feit dat een alimentatie-uitkering minstens twee maanden niet is betaald, is een wezenlijk element voor het wanbedrijf van verlating van familie. Opgepast: de termijn van twee maanden begint slechts te lopen op het ogenblik dat de beroepstermijn van het vonnis dat de uitkering vastlegt, is verstreken. We vermelden dat het misdrijf kan worden bestraft met een boete of een gevangenisstraf. Een celstraf wordt slechts zelden toegepast. Het is in de meeste gevallen niet in het belang van het kind dat een van zijn ouders achter de tralies belandt. Welk belang heeft de strafrechtelijke weg? Die is in eerste instantie een middel om druk uit te oefenen op de schuldenaar. Als hij weet dat hij het voorwerp vormt van een strafprocedure, houdt hij zich misschien gedeisd en kan hij geneigd zijn om sneller aan zijn verplichtingen te voldoen. Op dit gebied kan ook het openbaar ministerie een belangrijke rol spelen. "Het parket probeert om de schuldenaar ertoe aan te sporen om voorstellen voor de betaling te doen, en het gaat achteraf na of die werden uitgevoerd," onderlijnt advocate Nicole Gallus. Een ander element is dat de strafprocedure de schuldeiser in staat stelt om een vordering te beginnen tegen de schuldenaar die in gebreke blijft. Daardoor kan hij inlichtingen krijgen over de financiële toestand van de schuldenaar. "Het nadeel is dat het systeem de schuldeiser niet toelaat om te recupereren waar hij recht op heeft. Daarvoor moet hij andere middelen aanwenden, zoals een gerechtelijk beslag," aldus Nicole Gallus. Het is inderdaad mogelijk om beslag te leggen op de onroerende goederen (onroerend beslag), de roerende goederen (roerend beslag) en de inkomsten (derdenbeslag) van de schuldenaar die in gebreke blijft. De bedoeling daarvan is druk uit te oefenen op de schuldenaar of zich te laten betalen met de inkomsten of de verkoopprijs van de in beslag genomen goederen. Een bijzonderheid: wanneer het beslag wordt gelegd om niet-betaalde onderhoudsuitkeringen te recupereren, kan de deurwaarder zonder enige beperking alle goederen van de schuldenaar nemen. In tegenstelling tot de algemene regel moet hij aan de schuldenaar geen minimum aan bestaansmiddelen overlaten. Aan de procedure kleven echter nadelen. Eerst en vooral is ze duur. Volgens Nicole Gallus "schommelt de prijs van een beslaglegging in het algemeen tussen 250 en 500 euro naargelang het soort en het aantal akten dat de deurwaarder moet opstellen. Hoewel die kosten uiteindelijk door de schuldenaar moeten worden gedragen, moet de schuldeiser ze wel eerst voorschieten." Het 'probleem' is dat de schuldeiser zich vaak in een benarde financiële toestand bevindt. Een ander probleem is de tijd. De persoon op wiens goederen of inkomsten beslag wordt gelegd, kan de zaken vertragen door beroepsprocedures in te leiden voor de rechter. Voorts weet de schuldeiser soms niet goed waarop beslag kan worden gelegd. De ex-echtgenotes hebben inderdaad weinig of geen informatie over de patrimoniale toestand van de schuldenaar, tenzij wat hij zelf daarover kwijt wil. Vandaar het belang om via strafrechtelijke weg aan die inlichtingen te komen. De loondelegatie laat gedeeltelijk toe om de problemen van de kostprijs en de traagheid van beslagleggingen te omzeilen. De procedure stelt iemand in staat om de inkomsten van de schuldenaar af te leiden voordat ze in diens eigen zakken belanden. De rechter kan de werkgever of een huurder van de weerbarstige ex-echtgenoot bijvoorbeeld dwingen om het loon of de huishuur aan de onderhoudsgerechtigde te storten ten belope van de verschuldigde sommen. Het resterende geld wordt dan gestort aan de ex-echtgenoot. Hoewel loondelegatie altijd moet worden toegekend door de rechter, is de procedure heel wat eenvoudiger. Ze gebeurt via een kennisgeving van het vonnis dat de loondelegatie toestaat aan de betrokken derden. Die kennisgeving wordt gedaan door de griffie van de rechtbank en niet door een deurwaarder, zodat ze niet tot bijkomende kosten leidt. Het nadeel is dat dit systeem alleen werkt wanneer men de schuldenaars van de echtgenoot die in gebreke blijft, kent. Dat is bijzonder moeilijk als hij zich in het buitenland bevindt of zelfstandige is. Er bestaan dus middelen om de bedragen die niet betaald werden door een onderhoudsplichtige te recupereren, maar de procedure is vaak moeilijk, zodat de hulp van een advocaat vereist is. Bovendien is ze relatief duur. Geconfronteerd met dat probleem en de omvang ervan, besliste de overheid om over te gaan tot de instelling van een Dienst voor Alimentatievorderingen (Davo) in de schoot van de federale overheidsdienst Financiën. Die had twee bedoelingen: de onbetaalde bedragen recupereren en voorschotten aan de alimentatiegerechtigden geven die op hun geld wachten. Het idee kreeg een positieve ontvangst bij de betrokkenen, maar het aanvankelijke enthousiasme ebde snel weg. Op 1 juni 2004 ging het fonds gedeeltelijk van start. Alleen de dienst voor de recuperatie van de vorderingen werd werkelijkheid. Het luik inzake de voorschotten werd sine die verdaagd, tot groot verdriet van de belangrijkste betrokkenen. Inzake financiële hulp blijft het oude systeem dus bestaan. Momenteel kunnen alleen de allerarmsten een voorschot krijgen op de niet-betaalde bedragen, en dat is altijd ten laste van het OCMW. De voorwaarden om te kunnen genieten van de financiële tussenkomst zijn zeer restrictief: men moet in België verblijven, een inkomen van minder dan 962 euro per maand hebben (voor wie een inkomen tussen 962 en 1111 euro per maand heeft, is het voorschot kleiner), de alimentatie moet twee maanden niet of onvolledig zijn betaald gedurende de twaalf maanden die aan de aanvraag voorafgaan. De voorschotten kunnen alleen worden toegekend voor onderhoudsuitkeringen bestemd voor de kinderen als gevolg van een vonnis of een echtscheidingsovereenkomst, en ze zijn beperkt tot 125 euro per maand en per kind. De ex-echtgenotes die zelf ook recht hebben op alimentatie kunnen dus geen beroep doen op de hulp van het OCMW. Gevolg: men schat dat momenteel slechts 5000 personen aan de voorwaarden voldoen om deze aalmoes te kunnen ontvangen. "En de mogelijkheid wordt niet aangegrepen door al degenen die er recht op hebben," stelt Dominique Réunis, juriste bij Kind en Gezin, vast. "Sommige mensen weten niet dat ze deze hulp kunnen aanvragen."Alle alimentatietrekkers die gedomicilieerd zijn in België en die worden geconfronteerd met een schuldenaar die in gebreke blijft, kunnen zich wenden tot de Dienst voor Alimentatievorderingen om de achterstallige bedragen te recupereren. Geen enkel inkomensplafond beperkt de toegang tot de dienst. Toch moet aan verschillende voorwaarden zijn voldaan. De persoon die een onderhoudsuitkering verschuldigd is, moet gedomicilieerd zijn in België of daar inkomsten vergaren, de uitvoering moet vastgelegd zijn door een uitvoerbare titel en de bedragen moeten in de loop van de twaalf maanden die aan de aanvraag voorafgaan tweemaal niet of onvolledig zijn betaald. De aanvrager, de schuldeiser van de alimentatie dus, moet het bewijs van die elementen leveren, een bewijs dat niet altijd makkelijk te leveren is, meent Dominique Réunis. "Het is makkelijker om te bewijzen dat men geld heeft ontvangen dan dat men het geld niet heeft getrokken."Zodra het dossier volledig is, beschikt Davo over een termijn van een maand om het te aanvaarden en na te gaan of de schuldeiser aan de voorwaarden voldoet om van de hulp te genieten. De dienst moet de schuldenaar dan vijftien dagen geven om te reageren. Slechts daarna kan Davo stappen ondernemen. Het systeem heeft verschillende voordelen, zoals de kostprijs die heel wat lager ligt dan wanneer men een beroep doet op een deurwaarder en de erelonen van een advocaat moet betalen. De dienst zal echter 5 % van de gerecupereerde bedragen inhouden als bijdrage voor de werkingskosten en eist dat de schuldenaar 10 % meer betaalt dan de verschuldigde bedragen. Ook die 10 % dient voor de werkingskosten van Davo. Andere voordelen: Davo kan alle administratieve middelen gebruiken om de onbetaalde schulden in te vorderen en op dat gebied is de administratie heel wat beter uitgerust dan een particulier. Voorts heeft de dienst toegang tot alle informatie betreffende het patrimonium van de schuldenaars waarover de openbare overheden beschikken. Davo kan dus makkelijker de bezittingen van de in gebreke blijvende schuldenaar in kaart brengen en meer bepaald zijn inkomstenbronnen controleren. De dienst kan ook nagaan of hij een of meer onroerende goederen in België bezit of dat hij een kleinere of grotere erfenis kreeg. Er bestaan nochtans nadelen. Zo kan Davo geen beslag leggen op de goederen van de onderhoudsplichtige. Davo moet de betrokkene ook een minimum aan bestaansmiddelen geven, terwijl de dienst niet bevoegd is om uitzonderlijke kosten te recupereren, zoals de uitgaven die niet geregeld worden gedaan (bijvoorbeeld kosten van orthodontie of inschrijvingsgelden voor stages). Ten slotte kan de dienst slechts de alimentatie van de laatste vijf jaar invorderen, omdat dit soort schuldvordering na vijf jaar verjaart. De tussenkomst van Davo onderbreekt de verjaring overigens. Sinds 1 juni 2004 moeten de openbare centra voor maatschappelijk welzijn de aanvraagdossiers doorspelen aan Davo, die zich zal bezighouden met het recupereren van de voorschotten. In theorie tenminste, want in de praktijk werd die recuperatie niet uitgevoerd. Komt het door die vertraging dat er zo weinig aanvragen worden ingediend? Er zijn er immers nog lang geen 150.000 tot 175.000 (er werden slechts enkele duizenden aanvragen ingediend). Volgens Dominique Réunis "wachten de ex-echtgenoten op het geld waar ze behoefte aan hebben. Sommigen zijn ontmoedigd. Ze hebben al talrijke stappen ondernomen, maar zonder gevolg, zodat de recuperatie in hun ogen meer en meer hypothetisch lijkt". Dat gebrek aan geestdrift voor Davo kan ook worden verklaard door het feit dat de schuldeisers al elders een procedure hebben ingeleid of omdat de schuldenaar onvermogend is of in het buitenland verblijft. In die twee gevallen kan de overheidsdienst niets ondernemen. Los daarvan werd het luik 'voorschotten' van het alimentatiefonds eind april gedeblokkeerd, met een jaarbudget van 20 miljoen euro per jaar. Dat is tien keer minder dan oorspronkelijk werd aangekondigd. En dat is dan weer te wijten aan het lage aantal dossiers dat bij Davo werd ingediend. De dienst zal dus eindelijk de recuperatie voor zijn rekening nemen. Meer informatie kunt u vinden op http://minfin.fgov.be, of aanvragen via faxnummer 02 233 87 58.Geraldine Vessière