De auteur is manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid bij Randstad.
...

De auteur is manager Strategisch Arbeidsmarktbeleid bij Randstad.Een belangrijk onderdeel van de regeringsverklaring heeft betrekking op de intentie om de langdurig werkzoekenden sterker te activeren. De huidige stempelcontrole zal worden afgeschaft en samen met de gewesten zal een meer actieve arbeidsbemiddeling en persoonlijke begeleiding worden uitgebouwd. Je kunt er dus vergif op innemen dat de gewestelijke bemiddelingsdiensten meer geld zullen vragen. Vlaams minister van Arbeid Renaat Landuyt (SP.A) stelde al meteen een verhoging van de dotatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) voor met 25 miljoen euro. Zo'n slagvaardigheid hebben we nog niet veel kunnen meemaken tijdens deze regeerperiode. Maar misschien is het tijd om ook eens de structuur van het integratiegebeuren in België kritisch te gaan bekijken. Australië bespaart alvast 50 % op het integratiebudget zonder aan effectiviteit in te boeten. Concurrentie op de bemiddelingsmarkt. Het huidige integratiegebeuren in België zit institutioneel vrij simpel in elkaar. De overheid bepaalt het beleid ter zake en legt het budget vast. Dat wordt nadien doorgestuurd naar de VDAB, die het beleid uitvoert. De sociale partners hebben in het hele proces inspraak. De voorbije jaren hebben verscheidene landen, waaronder Australië, deze organisatievorm verlaten. In plaats van te werken met een monolithische uitvoeringsorganisatie wordt gekozen voor een pluriform landschap van publieke, profit- en not for profit-aanbieders. Deze aanbieders concurreren onderling voor de integratiecontracten van de overheid. Australië heeft de uitvoering van het integratiebeleid dus onderhevig gemaakt aan marktwerking. Waarom heeft Australië voor deze sturings- en organisatievorm gekozen? Ten gronde is er de overtuiging dat dit leidt tot meer efficiëntie. Daarnaast moet de nieuwe structuur ook de responsgraad opdrijven. De behoeften van de klanten (de werkzoekenden) komen meer centraal te staan. Ten slotte vergroot het pluriforme aanbod ook de keuzevrijheid van de werkzoekenden. Als de VDAB-consulent zich onvoldoende inspant om je aan een baan te helpen, ga je bij Vitamine W, of omgekeerd natuurlijk. Vanuit een macroperspectief is de keuze voor een pluriform aanbod de logica zelve. De arbeidsmarkt differentieert in snel tempo. Werkenden en werkzoekenden hebben meer en meer diverse behoeften. Hierop inspelen vanuit een monolithische organisatie is simpelweg een onbegonnen zaak. Ook in Vlaanderen heeft de discussie de voorbije jaren gewoed. In de Vlaamse regeringsverklaring stond de hervorming van de VDAB duidelijk in het teken van méér marktwerking. Vlaanderen stond daarmee in de spits van de landen die een meer innovatief arbeidsmarktbeleid zouden gaan voeren. Vier jaar later is het allemaal restauratie wat de klok slaat. Minister Landuyt heeft ervoor gekozen om het Vlaams regeerakkoord, bekrachtigd door een overeenkomst onder sociale partners, níét uit te voeren en wordt daar (althans tot voor kort) door de liberale regeringspartner niet voor terechtgewezen. Hierop aangesproken stelt de minister dat hij het integratiebeleid niet wenst uit te leveren aan de markt, die alleen in winst geïnteresseerd is. Hiermee speelde de minister, gebruikmakend van zijn competenties als advocaat, doelbewust in op de verwarring die het begrip marktwerking meebrengt. De institutionele hervorming zoals die in Australië plaatsvond, betekent helemaal geen privatisering van het integratieproces. Bij zo'n gebeuren trekt de overheid zich volledig terug en vindt er overdracht van eigendom plaats. In dit geval zou het bijvoorbeeld betekenen dat de VDAB wordt verkocht aan privé-partijen. Daar is natuurlijk helemaal geen sprake van. De overheid bepaalt nog steeds het arbeidsmarktbeleid en trekt er centen voor uit. Het verschil is alleen dat de overheid zich minstens gedeeltelijk terugtrekt als uitvoerder van dit beleid. Behalve een publieke uitvoerder opereren er ook privé-uitvoerders. Bij sommige speelt daarbij het winstprincipe, bij andere helemaal niet. Of er al dan niet een winstmotief meespeelt, is trouwens niet belangrijk. Het enige wat telt, is dat de verschillende partijen onder gelijke voorwaarden concurreren. Zoals al gezegd, vier jaar geleden zag het ernaar uit dat Vlaanderen zich mee inschreef in die nieuwe evolutie. Spijtig genoeg is daar niet veel uit voortgekomen. Er zijn vier belangrijke jaren verloren. Met de huidige arbeidsmarktproblemen zal ons dat zuur opbreken. Succes, voor de helft van de prijs. Australië is de trendsetter van deze nieuwe vormgeving van het integratiebeleid. De belangrijkste vraag die zich opdringt, is dan ook of het nieuwe systeem werkt. Het principe van introductie van marktwerking mag dan al eenvoudig zijn, de uitwerking is dat allerminst. Op welke wijze dienen de diverse aanbieders immers te concurreren: via prijsconcurrentie of via kwaliteit? En hoeveel ga je betalen? Alleen het resultaat, namelijk het aantal werkzoekenden dat een job heeft gevonden? Dan is de kans groot dat er afroming plaatsvindt. De uitvoerder concentreert zich dan alleen op de beter bemiddelbaren en parkeert de zwakkere elementen. Hiervoor zijn oplossingen te bedenken, maar het toont aan dat dergelijk model veel sturingsexpertise vereist. Over Australië kunnen we echter kort zijn. Het resultaat van het nieuwe model is na enkele jaren schitterend. De gemiddelde kostprijs van een gelukte plaatsing daalde de voorbije jaren met meer dan 50 % (van 10.000 à 16.000 Australische dollar naar 5000 à 6000). Met andere woorden, met een halvering van het budget worden dezelfde resultaten bereikt. Dit model kan echter ook worden gebruikt om met hetzelfde budget veel meer te gaan doen. Vandaar dat minister Frank Vandenbroucke (SP.A) toch ook eens moet nadenken over de introductie van dit systeem voor hij de reïntegratiebudgetten van de drie publieke spelers (in Vlaanderen, Brussel en Wallonië) zomaar verhoogt. De jurist Landuyt had tot nu toe geen oren naar dit soort argumentatie, de econoom Vandenbroucke misschien wel. Jan DenysEr zijn vier belangrijke jaren verloren. Met de huidige arbeids-marktproblemen zal ons dat zuur opbreken.