De samenwerking tussen het Vlaams Economisch Verbond (VEV) en de kamers van koophandel, die al meer dan twee jaar geleden werd aangekondigd, wil maar niet vorderen. Begin 2004 werd met Voka een nieuwe Vlaamse werkgeversorganisatie boven de doopvont gehouden. Maar veel meer dan een pro forma netwerk van ondernemingen is het nog niet geworden.
...

De samenwerking tussen het Vlaams Economisch Verbond (VEV) en de kamers van koophandel, die al meer dan twee jaar geleden werd aangekondigd, wil maar niet vorderen. Begin 2004 werd met Voka een nieuwe Vlaamse werkgeversorganisatie boven de doopvont gehouden. Maar veel meer dan een pro forma netwerk van ondernemingen is het nog niet geworden. Vóór Voka totstandkwam, werden maandenlang aftastende gesprekken gevoerd. Het idee van een fusie werd al snel naar de prullenmand verwezen. En ook de beslissing om tot een 'functionele integratie' te komen met Voka als koepel en de kamers als lokale entiteiten, lag niet voor de hand. Nochtans leek een netwerk van ondernemingen het beste van twee werelden te verenigen. VEV en de kamers brachten elk hun specifieke expertise aan. Het VEV is van oudsher sterk in studiewerk, standpuntenbepaling en belangenbehartiging. De kamers van koophandel - negen in totaal - zijn sterk lokaal verankerd en beschikken over een uitgebreid netwerk. Het is dus niet meer dan logisch dat een samenwerking op applaus zou worden onthaald. Dat is echter de theorie. Om de samenwerking in goede banen te leiden, werd in april 2004 een integratiemanager aangesteld: Patrick De Vos. Die gaf vorige maand toe aan Trends dat de samenwerking trager verliep dan gepland en dat hij constant rekening moest houden met verschillende bedrijfsculturen. Een paar weken later stapte De Vos op als integratiemanager. Het gesprek in Trends zou in slechte aarde gevallen zijn bij een aantal kopstukken van de kamers van koophandel. "Een aantal ego's binnen de kamers willen hun eigen winkeltje verdedigen. Ze kijken met een scheef oog naar het integratieproces," zegt een interne Voka-bron. De voltooiing van dat proces zou immers betekenen dat Voka over de hoofden van de kamerdirecteurs heen namens alle Voka-leden kan spreken. Wat uiteraard botst met een aantal persoonlijkheden die graag op de voorgrond treden. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan Jo Libeer (directeur West-Vlaanderen) en Luc Luwel (Antwerpen). Vooral Luwel zou niet gelukkig zijn met de evolutie binnen de werkgeversorganisatie. De integratie moest vertraagd worden en dus moest ook Patrick De Vos het veld ruimen. Philippe Muyters, gedelegeerd bestuurder van Voka, ontkent dat er meningsverschillen zijn: "De integratie wordt door geen enkele kamer in vraag gesteld, nu niet en in het verleden niet."Over het vertrek van Patrick De Vos wil Muyters niets kwijt, want "dat is een privé-zaak". Andere stemmen binnen de kamers én het VEV nuanceren ook dat De Vos onder druk van de kamers het veld moest ruimen. Na een jaar Voka-werking werd gewoon een evaluatie gemaakt, zo luidt het. Voka evolueert nu concreet naar een operationele structuur, waarbij er een chief executive officer en een chief operating officer zou worden aangesteld. De functie van integratiemanager zou dan wegvallen. Hij voelde zich overigens niet geschikt om COO te worden. Volgens interne bronnen werden deze plannen vorige week voor de eerste keer getoetst op een beheerscomité van Voka. De volgende belangrijke stap is een uitgebreide algemene vergadering begin juni. Dan zal beslist worden over de hertekening van Voka. Het proces vordert dus, zij het tergend langzaam. "Het gaat hier om een samenwerking tussen in totaal negen entiteiten," zegt Jo Libeer. "Je kan toch niet verwachten dat je dat op een aantal weken afhandelt. Ik kan enkel zeggen dat we stappen in de goede richting zetten en dat we vanuit West-Vlaanderen bereid zijn om mee te stappen. Ik denk dat er vanuit de buitenwereld op een weinig genuanceerde manier tegen het integratieproces wordt aangekeken. Er worden inderdaad discussies gevoerd, maar die gaan vooral over technische kwesties. Het is belachelijk om die dan te verheffen tot principekwesties." Ook Muyters benadrukt dat de discussie beperkt blijft tot technische onderwerpen. "Maar heb ook oog voor de positieve resultaten," zegt hij. "Voka werkt nu met bijvoorbeeld een centraal inningskantoor."Wat tegen de zomer het resultaat zal zijn van de hertekening van Voka, blijft nog onduidelijk. Feit is wel dat Voka ten opzichte van de buitenwereld al een tijdje aan schwung heeft ingeboet. In vergelijking met vroeger neemt de werkgeversorganisatie minder snel standpunten in wanneer actuele sociaal-economische thema's in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Een recent voorbeeld was nog de beslissing van de federale regering om de uitkeringen welvaartsvast te maken. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) uitte onmiddellijk zijn ongenoegen, bij Voka heerste radiostilte. Idem voor diepgravende dossiers waar het Voka-kenniscentrum een patent op leek te hebben. Nu worden ze geregeld in snelheid genomen door VKW Metena, de denktank van het Verbond van Kristelijke Werkgevers. De werking van het kenniscentrum lijkt vooral te focussen op lokale thema's zoals milieu en ruimtelijke ordening. Voor een deel is dat logisch, omdat de voormalige studiedienst meer en meer een vehikel wordt in dienst van de kamers. Een aantal van de studiedienstmedewerkers voelde echter nattigheid en ging andere oorden opzoeken. Toen een aantal gevestigde waarden vertrokken, liet dat zich natuurlijk voelen. Vooral het vertrek van adjunct-directeur Mark Andries naar het kabinet van Vlaams minister Geert Bourgeois (N-VA) was veelzeggend. Daarnaast zijn de harde standpunten die Voka eerder innam over een verdere regionalisering van België, enigszins verstomd. Het confederalistische credo van ex-voorzitter Jef Roos is naar de achtergrond verwezen. Van de studaxen met een sterk 'Vlaams' profiel blijven er binnen Voka trouwens niet veel meer over. Adjunct-directeur Jan Van Doren en begrotingsspecialist Karl Collaerts zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Alain MoutonHet Voka-kenniscentrum wordt geregeld in snelheid genomen door VKW Metena.