Agfa-Gevaert gaat gebukt onder heel wat problemen. Om te beginnen, is er de terugval van de analoge toepassingen. De omzet van de divisie Agfa Graphics (vooral analoge platen) en Agfa Healthcare (vooral conventionele radiologie) daalt elk jaar met 10 à 15 procent. De slabakkende economie van de ontwikkelde landen speelde de onderneming de voorbije jaren parten. Agfa moet concurreren met grote, bekende groepen zoals het Japanse Fuji, dat profiteert van de lage yen, het Amerikaanse Kodak (terug uit chapter 11) en de Europese giganten Philips en Siemens. Het beeldvormingsbedrijf torst bovendien een jaarlijkse pensioenfac...

Agfa-Gevaert gaat gebukt onder heel wat problemen. Om te beginnen, is er de terugval van de analoge toepassingen. De omzet van de divisie Agfa Graphics (vooral analoge platen) en Agfa Healthcare (vooral conventionele radiologie) daalt elk jaar met 10 à 15 procent. De slabakkende economie van de ontwikkelde landen speelde de onderneming de voorbije jaren parten. Agfa moet concurreren met grote, bekende groepen zoals het Japanse Fuji, dat profiteert van de lage yen, het Amerikaanse Kodak (terug uit chapter 11) en de Europese giganten Philips en Siemens. Het beeldvormingsbedrijf torst bovendien een jaarlijkse pensioenfactuur van ongeveer 75 miljoen euro, waarvan het meer dan de helft nog decennialang zal meeslepen. De koers van het aandeel beweegt al twee jaar lusteloos tussen 1 en 2 euro, terwijl de beurzen in die periode zijn gestegen. Ter vergelijking: in 2010 noteerde het aandeel nog 6,6 euro, en de introductieprijs in 1999 bedroeg 22 euro. Na drie kwartalen in 2013 was de omzet van Agfa opnieuw 6,7 procent lager dan in de periode januari-september 2012. Zonder de sterke euro zou de daling beperkt zijn gebleven tot 4,6 procent. Het positieve is dat Agfa er toch in is geslaagd zijn marges lichtjes op te trekken. De brutomarge lag na negen maanden met 28,5 procent 30 basispunten hoger dan de 28,2 procent in dezelfde periode in 2012. Ook de rebitda is gestegen van 6,4 naar 6,7 procent, al zit dat cijfer nog een eind onder de doelstelling van 10 procent die het management tegen 2015 of 2016 hoopt te halen. Door de aantrekkende marges is de recurrente bedrijfswinst na negen maanden licht gestegen, van 82 naar 83 miljoen euro. Agfa heeft goede hoop dat het zijn marges de eerstvolgende kwartalen nog kan verbeteren, want voor de groep heeft de vertraging van de wereldeconomie ook een positieve kant: de metaalprijzen zijn gedaald. De stijgende zilverprijs was jarenlang een kwelduivel. Agfa gebruikt elk jaar zowat 300 ton zilver. Begin 2012 werd zilver nog verhandeld tegen 30 dollar per ounce (31,1 gram), maar momenteel bedraagt de prijs nog slechts 19 dollar -- een duik van 36 procent. Volgens het management van Agfa maakt elke dollar dat de zilverprijs per ounce stijgt of daalt, een verschil van 4,5 miljoen euro voor de brutowinst. Er verloopt wel ongeveer een periode van vier maanden voordat een prijsdaling de resultaten beïnvloedt. De zilverprijs begon te zakken in april, zodat er al een eerste effect was in het derde kwartaal. De gevolgen worden vooral voelbaar vanaf het vierde kwartaal. Ook de daling van de aluminiumprijs van 2100 dollar per ton begin 2013 tot 1750 dollar is een goede zaak voor Agfa. Hier is er een effect van ongeveer 9 miljoen euro per 100 dollar per ton verschil na een tijdspanne van negen maanden. Dat effect begint dus volop te spelen vanaf het vierde kwartaal. De lagere zilver- en aluminiumprijs geeft Agfa dit en de volgende kwartalen een duw in de rug. Na het mindere derde kwartaal is de koers van Agfa teruggevallen met 10 procent. Dat biedt volgens ons een tijdelijke koopgelegenheid. Op lange termijn blijft het businessmodel kwetsbaar. DANNY REWEGHS