De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.et blijft rommelen op het gebied van de maaltijdcheques. Hoewel het zich al herhaalde malen heeft uitgesproken over de fiscale behandeling van maaltijdcheques, is de rust nog lang niet weergekeerd. Dat komt omdat bedrijven altijd weer proberen de kostprijs van de maaltijdcheques die zij aan hun werknemers toekennen, als beroepskost in aftrek te brengen. Logisch. Op het eerste gezicht lijkt zo'n aftrek logisch. De kostprijs van lonen en wedden is toch ook als beroepskost aftrekbaar. Waarom zou dan hetzelfde niet mogelijk zijn met de kostprijs van maaltijdcheques? Zijn maaltijdcheques niet per definitie een alternatieve vorm van beloning? Zo eenvoudig is het niet. Van maaltijdcheques wordt aanvaard dat zij onder bepaalde voorwaarden het karakter hebben van sociale voordelen. Zij zijn bijgevolg niet belastbaar bij de werknemer die ze ontvangt. Tegelijk zegt de wet dat sociale voordelen in hoofde van de werkgever niet als beroepskost aftrekbaar zijn. Daarmee is het verhaal in principe verteld. Oorzaak. Toch blijven bedrijven proberen om de kostprijs van maaltijdcheques fiscaal in aftrek te brengen. De oorzaak daarvan is niet ver te zoeken. Ondernemingen die aan hun werknemers geen maaltijd- cheques toekennen, maar er wel voor zorgen dat zij ter plaatse een maaltijd kunnen nuttigen, mogen de kostprijs daarvan wel als beroepskost in aftrek brengen. Nochtans wordt van het verschaffen van een sociale hoofdmaaltijd in het bedrijfsrestaurant ook gezegd dat het voordeel dat eruit voortvloeit het karakter heeft van een sociaal voordeel. Als de fiscus consequent zou zijn, zou hij dus ook hier moeten besluiten dat de kostprijs van dit voordeel niet als aftrekbare beroepskost in aanmerking kan komen. In de praktijk doet hij dit niet. Van sociale hoofdmaaltijden in een bedrijfsrestaurant wordt aanvaard dat de kosten die ten laste van de werkgever vallen, volledig als beroepskosten aftrekbaar zijn, hoewel het voordeel ook geacht wordt een sociaal voordeel te zijn. Die uiteenlopende behandeling roept weerstand op. Werkgevers die hun toevlucht nemen tot maaltijdcheques (omdat zij bijvoorbeeld niet bij machte zijn om zelf een bedrijfsrestaurant te organiseren) begrijpen niet waarom zij de kostprijs van deze cheques niet in aftrek mogen brengen, terwijl hun collega's die wel een bedrijfsrestaurant hebben alle kosten integraal in mindering mogen brengen van hun fiscaal resultaat. Hoop. Even was er een serieuze sprankel hoop. Enkele jaren geleden liet het hof van beroep in Antwerpen zich verleiden om de kostprijs van maaltijdcheques toch als een aftrekbare beroepskost in aanmerking te nemen. Maar de illusie duurde niet lang. Het Hof van Cassatie riep de Antwerpse raadsheren tot de orde, en verbrak het arrest waarin de aftrek was aanvaard. Normaal zou je dan verwachten dat de discussie daarmee gesloten zou zijn. Maar ook het fiscale bloed kruipt waar het niet gaan kan. En dus worden links en rechts te lande voor verschillende rechterlijke instanties nog steeds hevige debatten gevoerd, om te verkrijgen wat eigenlijk wettelijk uitgesloten is: dat de aftrek van de kostprijs van maaltijdcheques alsnog zou worden aanvaard. Strohalm. Enkele maanden geleden heeft de fiscale rechtbank van eerste aanleg in Namen zich in het debat gemengd met een opmerkelijk standpunt. De zaak betrof een vennootschap die zich, zoals vele andere werkgevers had vastgeklampt aan de strohalm die door het arrest van het hof van beroep in Antwerpen was aangereikt, om de aftrek van de kosten van maaltijdcheques alsnog op te eisen. Maar gezien de verbreking van dit arrest, bleek de strohalm uiteindelijk slechts lucht te zijn. Toch gaf de vennootschap niet op en bleef zij de aftrek claimen. Merkwaardig genoeg gaat de Naamse rechtbank in op die eis (vonnis van 26 november 2003). De redenering die zij daarbij volgt, is tegelijk spitsvondig en heel eenvoudig. De rechtbank begint met een minutieus onderzoek van de ware aard van de maaltijdcheques. En komt daarbij tot het besluit dat maaltijdcheques hoegenaamd niet het karakter van sociale voordelen hebben. In de wet staat uitdrukkelijk te lezen welke voordelen als sociale voordelen bestempeld moeten worden. Dit is onder meer het geval voor voordelen waarvan het wegens de wijze van toekenning niet mogelijk is het door iedere verkrijger werkelijk verkregen bedrag vast te stellen (denk bijvoorbeeld aan een personeelsfeestje); of nog, als het gaat om voordelen die wel individualiseerbaar zijn, maar die niet de aard van een werkelijke bezoldiging hebben. Probleem. Volgens de Naamse rechtbank beantwoorden maaltijdcheques aan geen van beide categorieën. Het genoten voordeel is perfect individualiseerbaar. En het heeft bovendien de aard van een werkelijke bezoldiging (de rechtbank zegt het niet uitdrukkelijk, maar tussen de regels door kan je lezen dat het de rechtbank niet ontgaan is dat je met een maaltijdcheque gewoon boodschappen kunt doen, en dat het dus eigenlijk om gewone betaalmiddelen gaat). Geen sociale voordelen dus. En bijgevolg is er ook geen reden meer om de aftrek in hoofde van de werkgever te weigeren. Er is maar één probleem. Als maaltijdcheques niet het karakter van sociale voordelen hebben, dan vervalt ook de vrijstelling in hoofde van de werknemer die ze ontvangt. En dat zal allicht ook weer niet de bedoeling zijn. Jan Van DyckMaaltijdcheques zijn volgens de Naamse rechtbank gewone bezoldigingen.