In de kleinste gemeente van Vlaanderen - Horebeke (1800 inwoners) - huist Ostara ( Organically Grown Natural Foods), het ecologisch import/export-bedrijfje van Marc Callebert. Als het mooi weer is, kan de secretaris van Probila - de beroepsfederatie van de 180 verwerkers en verdelers van biologische landbouwproducten met een geconsolideerde omzet van drie miljard frank - op z'n zonnig zolderkantoor de Sint-Baafstoren van Gent zien...

In de kleinste gemeente van Vlaanderen - Horebeke (1800 inwoners) - huist Ostara ( Organically Grown Natural Foods), het ecologisch import/export-bedrijfje van Marc Callebert. Als het mooi weer is, kan de secretaris van Probila - de beroepsfederatie van de 180 verwerkers en verdelers van biologische landbouwproducten met een geconsolideerde omzet van drie miljard frank - op z'n zonnig zolderkantoor de Sint-Baafstoren van Gent zien liggen. Na zijn studies dook Callebert onmiddellijk de groene sector in. Een kwarteeuw geleden startte de architect zijn carrière bij Lima, pionier van de macrobiotiek in Europa. Daar klom hij op van laborant tot algemeen directeur. In 1994 stampte Callebert een eigen handelsfirma uit de grond: Ostara (omzet van 125 miljoen frank), genoemd naar de Germaanse godin van de landbouw en de vruchtbaarheid. Naast basisingrediënten voor sojasauzen ( Bio Shoyu/Bio Tamari) en sojamelk ( Limasoya) voert hij het onveredeld graangewas Kamut in. Kamut - dat ziel der aarde betekent - is de naam van een vergeten graangewas uit het Oude Egypte. Landbouwingenieur en biochemicus Bob Quinn herontdekte de unieke eigenschappen van deze tarwekorrels. Het gewas - dat nooit veredeld werd - heeft een rijke, boterachtige smaak. Bovendien bezit het 20 à 40% meer eiwitten, meer vetten, aminozuren, vitaminen en mineralen. Tenslotte is Kamut hypoallergenisch en licht verteerbaar. Het nadeel is wel dat de opbrengsten vier- tot vijfmaal lager zijn en dat het gewas niet resistent is tegen vochtigheid." In 1990 liet Quinn het graangewas erkennen als beschermde variëteit en richtte de firma Kamut op. Sindsdien verbouwen biologische landbouwers in de Verenigde Staten en Canada de tarwesoort. Volgens Callebert, tevens bestuurder van Kamut (omzet van 375 miljoen frank), gebeurt dat met stijgend succes. "In 1993 verkochten we nog maar vier containers van 22 ton. Vandaag produceert een 100-tal ecoboeren een 7000 ton Kamut op 6000 ha. Zo'n 40% wordt naar Europa geëxporteerd. Intussen blijft de vraag stijgen. Daarom zijn wij nu aan het onderhandelen met telers uit Argentinië en Australië."Het dioxineschandaal verbaast Marc Callebert niet: "De technieken van de industriële veeteelt tarten elke verbeelding. Daar moest ooit eens een ramp uit voortkomen. Bovendien is de controle op de volksgezondheid in ons land een lachertje. In de biologische sector daarentegen wordt de hele productieketen - van boer tot winkelier - gecontroleerd. Pas dan wordt het biogarantielabel verkregen. Daar ligt onze kracht."