Belgisch sociaal model tuimelt van voetstuk", zo blokte De Tijd op 21 februari jl. naar aanleiding van recent studiewerk verricht binnen het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid. Daar waar België inzake sociale bescherming en armoedebestrijding tien jaar geleden, samen met de Scandinavische landen, tot de absolute top behoorde, presteert ons land vandaag volgens CSB-directeur Bea Cantillon "modaal tot zwak". Hoewel de methodiek gehanteerd door het Centrum om armoede te meten zeker voor kritiek vatbaar is, zou de spectaculaire achteruitgang van ons land tussen 1997 en nu toch grote bezorgdheid moeten veroorzaken.
...

Belgisch sociaal model tuimelt van voetstuk", zo blokte De Tijd op 21 februari jl. naar aanleiding van recent studiewerk verricht binnen het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid. Daar waar België inzake sociale bescherming en armoedebestrijding tien jaar geleden, samen met de Scandinavische landen, tot de absolute top behoorde, presteert ons land vandaag volgens CSB-directeur Bea Cantillon "modaal tot zwak". Hoewel de methodiek gehanteerd door het Centrum om armoede te meten zeker voor kritiek vatbaar is, zou de spectaculaire achteruitgang van ons land tussen 1997 en nu toch grote bezorgdheid moeten veroorzaken. Het CSB-rapport viel nagenoeg gelijktijdig in de bus met een analyse van de Europese Commissie, die voor ons land de alarmklok luidt over de evolutie van de werkloosheid en de armoede die daar steeds nadrukkelijker gaat bijhoren. In België leeft 13,5 % van de kinderen in gezinnen zonder job. Binnen de uitgebreide EU doen enkel Bulgarije en Groot-Brittannië slechter. De sociale partners en diverse politieke families blijven het uitschreeuwen dat we wel over een goed functionerend sociaal model beschikken. De neutrale toeschouwer ontkomt echter steeds moeilijker aan de conclusie dat die bewering ver weg staat van de realiteit en vooral voortvloeit uit welbegrepen corporatistisch eigenbelang. Het huidige sociale model geeft macht, invloed en inkomen aan een grote groep van mensen binnen het geheel van de sociale partners, de politiek, de mutualiteiten en dies meer. Wiens brood men eet... Schok. Vormen sociale bescherming en tewerkstelling de twee basiscriteria om de maatschappelijke efficiëntie en effectiviteit van een sociaal model te beoordelen, dan veroorzaakte het CSB-rapport een heuse schok. Tot nog toe gold België als één der beteren inzake sociale bescherming. Die reputatie ligt nu aan diggelen. Dat we qua tewerkstelling slecht scoren, is al veel langer een onaangename realiteit. De excellenties van paars beweren graag iets anders maar recent verbeterde de relatieve situatie van ons land ter zake absoluut niet, integendeel. De tewerkstellingsgraad - het aantal tewerkgestelden als procent van de totale beroepsbevolking - steeg tussen 2000 en 2006 volgens de Europese Commissie van 58,5 % tot 59,1 %. Voor het geheel van de eurozone evolueerde de tewerkstellingsgraad over dezelfde periode van 62,5 % naar 64,8 %. De Belgische tewerkstellingsgraad verbeterde een beetje (+ 0,6 %), maar veel minder dan die in euroland (+ 2,3 %) waardoor de kloof met het eurogemiddelde alsmaar groter werd. Willen we ons sociaal model echt nieuw leven inblazen dan zullen we, zoveel zou nu toch echt wel duidelijk moeten zijn, andere wegen moeten inslaan. In plaats van te doen wat politici blijkbaar graag doen - een karrenvracht aan kleine ingrepen uitvaardigen - dringt zich een grondige bezinning van de krachtlijnen van het sociaaleconomisch bestel op. Voor een land als België staat een trilemma centraal, zoals vorig jaar op het congres van VKW rond sociaal overleg uitgebreid aan de orde kwam. De drie onderdelen van dit trilemma zijn het streven naar inkomensgelijkheid, jobcreatie en budgettair evenwicht. Paar. Elk paar van deze drie elementen kan tegelijkertijd worden nagestreefd, maar het is onmogelijk om ze alle drie tegelijk na te streven. Veel dichter bij de wetten van de fysica kan men in de sfeer van de humane wetenschappen niet komen. Gegeven dat budgettair evenwicht voor België niet zinvol ter discussie kan worden gesteld, zal er dus gekozen moeten worden tussen jobcreatie en het streven naar meer inkomensgelijkheid. Willen we duurzamere jobs en meer succes in de armoedebestrijding, dan moet de loonwaaier open en zullen we meer inkomensongelijkheid moeten aanvaarden. Dit is maatschappelijk en menselijk absoluut onaangenaam, maar de kop in het zand steken leidt op termijn tot nog grotere onaangenaamheden. De column 'De blik van... ' verschijnt wekelijks, met Johan Van Overtveldt en Rudy Aernoudt in een beurtrol.Johan Van Overtveldt De auteur is directeur van de denktank VKW Metena.