Eugene I-Chun Wang is de topman van Huangpu Asset Management, een van de belangrijkste vastgoedmakelaars en -ontwikkelaars in China. Zijn vastgoedfondsen worden gespijsd door Chinese, Amerikaanse, Europese en ook een aantal Belgische investeerders, namen noemt hij niet. Wang heeft de dubbele Chinese en Amerikaanse nationaliteit. Onlangs leidde hij in Sjanghai een twintigtal Amerikaanse Congresleden rond. "Senior staff van de belangrijkste commissies in het Congres. Elk van hen erkende dat het politiek onmogelijk is om iets positiefs te zeggen over China. Je scoort alleen met China-bashing. Dat is wellicht ook zo in Europa, al hopen ze Chinese investeerders aan te trekken."
...

Eugene I-Chun Wang is de topman van Huangpu Asset Management, een van de belangrijkste vastgoedmakelaars en -ontwikkelaars in China. Zijn vastgoedfondsen worden gespijsd door Chinese, Amerikaanse, Europese en ook een aantal Belgische investeerders, namen noemt hij niet. Wang heeft de dubbele Chinese en Amerikaanse nationaliteit. Onlangs leidde hij in Sjanghai een twintigtal Amerikaanse Congresleden rond. "Senior staff van de belangrijkste commissies in het Congres. Elk van hen erkende dat het politiek onmogelijk is om iets positiefs te zeggen over China. Je scoort alleen met China-bashing. Dat is wellicht ook zo in Europa, al hopen ze Chinese investeerders aan te trekken." EUGENE WANG. "In een beperkt aantal strategische sectoren is er zeker protectionisme of krijgen Chinese bedrijven een voorkeursbehandeling, maar dat is niet anders dan met Boeing of Airbus het geval is. Er is een ruimer gelijk speelveld voor zowel de Chinese als de buitenlandse bedrijven dan zeg maar vijf jaar geleden. Als ik de CEO's van General Electric, Siemens of BASF hoor klagen, denk ik dat ze eigenlijk via hun regeringen de Chinese overheid onder druk willen zetten in de hoop zo een groter deel van de koek te krijgen. Want de industriële en infrastructuurprojecten die hier op stapel staan, zijn gigantisch. Ik begrijp die commotie. Voor sommige westerse bedrijven kan het in deze crisistijd een kwestie zijn van dood of overleven. "Ik kan er ook inkomen dat de gemiddelde Amerikaan of Europeaan, mede door de economische crisis en andere beslommeringen, niet begrijpt of beseft wat hier gaande is. Het wordt echter bedenkelijk als westerse politici hun houding tegenover China gaan afstemmen op gekleurde percepties. Ze gaan dan druk uitoefenen om de Chinese munt op te waarderen, alsof dat iets aan de werkloosheid in de VS zou veranderen. Kijk naar Japan, de handelsoverschotten zijn daar na opwaarderingen van de yen blijven stijgen." WANG. "Ik zeg alleen maar dat als je naar China kijkt, je correcte referentiepunten moet gebruiken en het geheel in zijn juiste context moet plaatsen. China heeft op zijn ontwikkelingsniveau - bij een inkomen van 3000 dollar per capita - een meer open economie dan om het even welk land ooit in de geschiedenis. De VS kenden een extreem protectionisme toen hun economische ontwikkeling op kruissnelheid kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw. "Neem de banken, een van de meest beschermde sectoren in om het even welk land. De Japanners lieten pas vanaf midden de jaren negentig buitenlandse participaties toe in hun financiële instellingen. Ik schat dat hun inkomen per capita toen rond 30.000 dollar schommelde. Goldman Sachs, RBS of Temasek konden vijf jaar geleden al participaties nemen in Chinese bedrijven. Met zijn bruto binnenlands product per inwoner staat China vandaag op de 104de plaats in de wereldranglijst. Je mag het beleid van een land met een inkomen van 3000 dollar per inwoner niet beoordelen met standaarden en normen die gelden voor een land met een inkomen van 30.000 dollar. Zet eens een Chinese bril op." WANG. "Ook hier is er de foute perceptie dat de Chinese economie hoofdzakelijk van de export afhankelijk is. Voor Taiwan en Japan is dat nochtans meer het geval dan voor China. De binnenlandse markt wordt met de dag belangrijker. In volle wereldcrisis is de omzet in de Chinese kleinhandel met 15 procent gestegen. Tegelijk zie je dat de economie aan het diversifiëren is en dus ook de componenten van die economische groei. De yuan is onlangs opgewaardeerd, niet alleen om Wa-shington te plezieren, maar uit eigenbelang. "Is het u niet opgevallen dat de regering afzijdig is gebleven tijdens de recente golf van bedrijfsstakingen voor hogere lonen? Dat is toch opmerkelijk, want het gaat hier niet om 10 procent meer, wel om een verdubbeling van de lonen. De overheid laat begaan omdat lage lonen de exportafhankelijkheid zouden bestendigen en dat wil ze niet." WANG. "Juist, maar opnieuw, kijk naar de context. Los van het feit dat dit geen typisch Chinees fenomeen is, is iedere Chinees vandaag heel wat beter af dan tien jaar geleden. Meer nog, China is er in één generatie in geslaagd een half miljard mensen uit de armoede te tillen, terwijl de Verenigde Naties daar al ettelijke decennia mee bezig zijn. Met bitter weinig resultaat. De andere helft van de 1,3 miljard Chinezen leeft nog in armoede. Daarom werd de vennootschapsbelasting -die nu voor alle bedrijven, Chinese of buitenlandse, op 25 procent is gebracht - in het binnenland teruggebracht op slechts 10 procent. Zo lokt men bedrijven en investeerders weg van de kuststreek om de achtergebleven gebieden te ontwikkelen. Twee belastingsystemen in één land, zo pragmatisch is China." WANG. "Ik geloof niet dat er hier een vastgoedbubbel in de maak is, je ziet hier niet de excessen die je had in het Tokio van de jaren negentig toen het keizerlijk domein evenveel waard was als de staat Californië. Er bestaat niet zoiets als 'de Chinese markt', ook niet voor de vastgoedsector. De toenemende inkomensongelijkheid is precies de belangrijkste reden waarom de overheid in de vastgoedmarkt ingrijpt. De regering kan niet dulden dat vastgoedprijzen te ver afwijken van het gemiddelde inkomen. Daarom werden strikte voorwaarden en beperkingen opgelegd voor de aankoop van een tweede eigendom en voor het verkrijgen van hypothecaire leningen. Het zijn immers vooral de rijken die investeren in vastgoed. Dit is dus geen economische, maar een sociale ingreep om er tijdig voor te zorgen dat er geen bubbels ontstaan. "Er was begin dit jaar oververhitting in de residentiële vastgoedmarkt, maar in een beperkt aantal steden en niet in deelsectoren zoals kantoren, handelspanden of de horeca. De regering heeft daar in april proactief op gereageerd. De psychologische effecten bleven niet uit. De markt reageert heel snel op heel precieze bijsturingen in de vier megasteden Peking, Sjanghai, Hangzhou en Shenzhen. Ik verwacht voor het einde van dit jaar prijsdalingen tot 20 procent in Sjanghai, al blijft deze stad stukken goedkoper dan Hongkong of Tokio. Daarnaast heb je tientallen miljoenensteden in China die in volle expansie zijn." WANG. "Ik heb geen glazen bol. Er zullen nu en dan korte afkoelingsperiodes zijn, maar de meeste economische analisten zijn het erover eens dat de groei in de komende tien jaar nog gemakkelijk rond 8 tot 10 procent kan blijven draaien. Waarom? Omdat China zijn economie diversifieert, omdat de regering meer aandacht schenkt aan de ontwikkeling van het binnenland en aan de uitwerking van een systeem van sociale zekerheid. Dat brengt meer overheidsinvesteringen met zich mee. Ook omdat de verstedelijking verder toeneemt. In China bedraagt de urbanisatiegraad 45 procent, tegen 75 procent in geïndustrialiseerde landen. Meer verstedelijking betekent meer huizen, meer fabrieken, meer industrie en meer infrastructuur. Zuid-Korea en Japan bereikten hun hoogste groeicijfers een tiental jaar na de organisatie van de Olympische Spelen. Dat zal hier niet anders zijn." WANG. "De Chinese overheid is niet perfect, maar ze weet heel goed waar ze op de langere termijn naartoe wil. De overgrote meerderheid van de bevolking ziet dat dit beleid vruchten afwerpt. De beleidsmakers realiseren zich ook dat je bij een stijgende welvaart de zaken niet op dezelfde manier kunt aanpakken en afhandelen als tien jaar geleden. Bijna de helft van de Chinezen zit dagelijks op het internet, ze reizen en weten wat er in de wereld gebeurt. "Bovendien is Peking zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als opkomende wereldmacht. Als je bijvoorbeeld zaken doet met een land als Soedan, dan moet je niet alleen louter economische overwegingen doen gelden. Op internationale fora kiest China duidelijk voor een multilaterale aanpak. China laat zich echter door niemand de wet voorschrijven, China handelt altijd uit eigenbelang." Door erik bruyland in sjanghai"China laat zich door niemand de wet voorschrijven. China handelt altijd uit eigenbelang" Eugene I-Chun Wang