Ik verkeer sinds enkele maanden in een lichte vorm van shock. Ik word overal aangeklampt met telkens dezelfde vraag: wat vind je van zelfsturende organisaties? Wat vind je van het boek Reinventing Organizations van Frederic Laloux? Er leeft een hype rond organisatietheorie die ik in Vlaanderen nog nooit heb meegemaakt.
...

Ik verkeer sinds enkele maanden in een lichte vorm van shock. Ik word overal aangeklampt met telkens dezelfde vraag: wat vind je van zelfsturende organisaties? Wat vind je van het boek Reinventing Organizations van Frederic Laloux? Er leeft een hype rond organisatietheorie die ik in Vlaanderen nog nooit heb meegemaakt. Frederic Laloux heeft zijn boek zelf uitgegeven in het Engels en er netjes 80.000 exemplaren van verkocht. In het Nederlands staat de teller toch ook al op 10.000. Voor een Belgisch managementboek zijn dat nooit geziene cijfers. Je moet al terug naar 1984 voor het boek Krisissen zijn uitdagingen van André Leysen voor verkoopcijfers die een beetje in de buurt komen. Reinventing Organizations is een heilsboek. Een boek van een redder, een profeet. En de redder heeft in een mum van tijd tienduizenden volgelingen, ook onder de nuchtere Vlamingen. In een goed heilsboek doe je drie dingen. Je maakt eerst aan je volgelingen duidelijk dat het zo niet verder kan, vervolgens bazuin je rond dat de redding nabij is, en ten slotte ontwikkel je een nieuwe taal om die heilsboodschap te verpakken. Die drie kenmerken vind je op schitterende, haast unieke wijze terug in deze managementbestseller. Let even op: een heilsboek moet geen nieuw gedachtegoed brengen, hoeft niet onderbouwd te zijn en hoeft niet eens praktisch te zijn. Wat telt is dat je onheilsboodschap wordt opgepikt, dat die een beetje geloofwaardig is en dat je nieuwe jargon leuk is. Een lid van een geloofsgemeenschap stelt per definitie geen moeilijke vragen. De club verlaten doet altijd pijn. De onheilsboodschap van het boek is overduidelijk. De huidige bureaucratische organisatiemodellen hebben het einde van hun levenscyclus bereikt. Al in 1964 schreef de Franse socioloog Michel Crozier een kloef van een boek (dat ik helaas voor een examen heb moeten lezen): Le phénomène bureaucratique. Arbeiders gooien de handleidingen weg, zodat zij alleen weten hoe de machines moeten worden hersteld. Het centrale thema van dit vijftig jaar oude boek: moderne organisaties tonen een onvermogen om te leren, zelfs uit eigen fouten. Een bureaucratie verandert niet, leert niet, en is dus ten dode opgeschreven. Crozier werd een hit, vooral bij consultants. Het enige wat je moest doen, was de 'nieuwe' producten kopen. Die droegen in die tijd namen als organisatieontwikkeling, en planned change. Consultants kwamen en gingen, de bureaucratie bleef bestaan. McDonald's, de Zuidertoren, en bekende Belgische bedrijven die ik hier liever niet noem. Als de banken het echt te bont maken (ja, dat hebben ze ooit gedaan), roept de overheid in koor: bureaucratie graag! En of dat nu Bazel één, twee of vierentwintig heet, bureaucratie zal het zijn. Sterker nog: als de top van de bedrijven buiten het moderne mindfulnesskleurboekje kleurt, moet er corporate governance komen, met heel veel regeltjes, kent u ze nog? Code-Lippens, code-Buysse I en II, code-Daems. De bureaucratie is ten dode opgeschreven. Dat weten we al vijftig jaar en die kreet is sinds die periode om de tien jaar hernomen. Er is altijd wel iemand die herontdekt dat je organisaties niet kan aansturen op basis van hiërarchie en regels. En telkens krijg je nog knappere vormen van bureaucratie, onder leuke namen als six sigma, business process re-engineering, analytics of big data. Laloux bengt dat soort dingen niet in herinnering. Neen, dat doen redders niet. Zij creëren de indruk dat al het onheil van bureaucratieën zeer recent ontdekt is. Ach, ik heb vijftien jaar geleden ook al in deze columns geschreven dat er iets vreemds aan de hand is, als Dilbert het meest verkochte managementboek is. Wat voegt het boek toe aan de vijftig jaar oude klaagzang? Niet veel, dat deel is louter het aperitiefhapje, gekruid met de opmerkingen dat moderne organisaties veel burn-outs kennen of dat mensen aan de top ook al gebukt gaan onder vervreemding. De peper en het zout op het hapje zijn zeker ouder dan vijftig jaar: politieke spelletjes en intriges maken alles kapot in de moderne organisatie. Het voorgerecht en de hoofdschotel komen later. Volgende week. De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School. MARC BUELENSEr is altijd wel iemand die herontdekt dat je organisaties niet kan aansturen op basis van hiërarchie en regels.