Volgens staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (sp.a) zijn er in ons land 180.000 zelfstandigen in bijberoep. Van die groep geeft ongeveer de helft geen of een negatief belastbaar inkomen aan. Bij de zelfstandigen in hoofdberoep is dat slechts 15 procent. Volgens de staatssecretaris toont dit aan dat er iets mis is met de zelfstandigen in bijberoep. Hij heeft het probleem daarom opgenomen in het actieplan tegen de fiscale en sociale fraude, dat enkele weken geleden door de regering werd goedgekeurd.
...

Volgens staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (sp.a) zijn er in ons land 180.000 zelfstandigen in bijberoep. Van die groep geeft ongeveer de helft geen of een negatief belastbaar inkomen aan. Bij de zelfstandigen in hoofdberoep is dat slechts 15 procent. Volgens de staatssecretaris toont dit aan dat er iets mis is met de zelfstandigen in bijberoep. Hij heeft het probleem daarom opgenomen in het actieplan tegen de fiscale en sociale fraude, dat enkele weken geleden door de regering werd goedgekeurd. Voorlopig laat de staatssecretaris op fiscaal gebied niet in zijn kaarten kijken. Over de sociale bijdragen is hij concreter: daar wordt gedacht aan de invoering van een vermoeden van afwezigheid van zelfstandige activiteit, en aan het opleggen van een minimale sociale bijdrage. Het probleem met de zelfstandige bijberoepen is niet nieuw. Het bevindt zich op de grens tussen het beoefenen van een vrije-tijdsbesteding en het uitoefenen van een echte beroepswerkzaamheid. Stel dat ik als hobby postzegels verzamel. Af en toe koop ik postzegels bij, en bij gelegenheid wordt er ook al eens wat verkocht. Aangezien het om een vrijetijdsbesteding gaat, zijn de eventuele winsten die ik maak niet belastbaar als beroepsinkomsten. Ze kunnen hoogstens zijn als een 'divers inkomen' tegen het afzonderlijke tarief van 33 procent. Maar zolang mijn verzameling past binnen het normale beheer van een privépatrimonium is er van belasting in het geheel geen sprake. En wat als ik verlies maak? Dat verlies kan ik fiscaal enkel aanrekenen op de inkomsten van mijn hobby. Dat wordt volledig anders als ik van mijn hobby een echte beroepswerkzaamheid maak. De inkomsten zijn dan weliswaar als beroepsmatige inkomsten belastbaar tegen de gewone progressieve tarieven van de personenbelasting. Maar daartegenover staat dat de verliezen nu aangerekend kunnen worden op de belastbare inkomsten die ik uit andere beroepswerkzaamheden haal, en dat het eventuele saldo van de verliezen overdraagbaar is naar de volgende jaren. Ongetwijfeld is dat een van de redenen voor het succes van zelfstandige bijberoepen. Stel dat ik werknemer ben, en dat ik van mijn hobby een bijberoep maak. De verliezen uit dat bijberoep kan ik dan aftrekken van mijn belastbare werk- nemersbezoldigingen. En van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen van de Zelfstandigen heb ik ook niets te vrezen: zolang mijn bijberoep geen belastbare inkomsten oplevert, of zolang die inkomsten lager zijn dan 1393,70 euro, ben ik in het stelsel van de zelfstandigen in het geheel geen socia-le bijdragen verschuldigd. Bij zelfstandigen in hoofdberoep is dat anders. Zij betalen altijd een minimale sociale bijdrage, ongeacht of hun inkomen positief of negatief is. Zelfstandigen in bijberoep zijn slechts sociale bijdragen verschuldigd zodra hun belastbaar inkomen de voormelde grens overschrijdt. Pro memorie: voor de sociale bijdragen van zelfstandigen houdt men altijd rekening met het inkomen van drie jaar geleden. Een zelfstandige in bijberoep betaalt dus in 2012 geen sociale bijdragen zolang zijn (geherwaardeerd) belastbaar inkomen van 2009 lager is dan 1393,70 euro. Staatssecretaris Crombez wil de 'plaag' van de zelfstandigen in bijberoep dus onder meer aanpakken met het invoeren van een minimale sociale bijdrage. Maar of dat veel zal uit-halen, is nog maar de vraag. Ten eerste kan die bijdrage per definitie niet hoog zijn. Ten tweede zijn sociale bijdragen als beroepsuitgaven aftrekbaar. Als het inkomen uit het zelfstandig bijberoep al negatief is, zal het hiermee nog net iets meer negatief worden. En dat hogere verlies kan dan weer gecompenseerd worden met de inkomsten uit een andere (hoofd)beroepswerkzaamheid. Het voorstel om een weerlegbaar vermoeden van afwezigheid van een zelfstandig bijberoep in te voeren, lijkt daarentegen andere koek, zeker als dit ook op fiscaal gebied zou gelden. Vandaag is het aan de fiscus om in voorkomend geval aan te tonen dat een bijberoep in feite niets meer is dan een vrije-tijdsbesteding. Als men een weerlegbaar vermoeden invoert, worden de rollen omgekeerd, en zal het aan de betrokkene zijn om aan te tonen dat zijn nevenactiviteiten wel degelijk een beroepsmatig karakter hebben. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be JAN VAN DYCKEen minimale sociale bijdrage moet de 'plaag' van de zelfstandige bijberoepen helpen in te dijken.