De crisis in de eurozone sleept binnenkort drie jaar aan. De bekentenis van de Griekse eerste minister Georgios Pa-pandreou dat het begrotingstekort van zijn land voor 2009 het dubbele van de tot dan toe voorgehouden 6 procent van het bbp zou worden, geldt als de startdatum van de eurostorm. Aanvankelijk ging alle aandacht naar de misstanden in probleemlanden als Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië, maar geleidelijk groeide het besef dat het goed fout zat met het hele institutionele systeem van de monetaire unie.
...

De crisis in de eurozone sleept binnenkort drie jaar aan. De bekentenis van de Griekse eerste minister Georgios Pa-pandreou dat het begrotingstekort van zijn land voor 2009 het dubbele van de tot dan toe voorgehouden 6 procent van het bbp zou worden, geldt als de startdatum van de eurostorm. Aanvankelijk ging alle aandacht naar de misstanden in probleemlanden als Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië, maar geleidelijk groeide het besef dat het goed fout zat met het hele institutionele systeem van de monetaire unie. De voorbije maanden won de visie veld dat de Europese Centrale Bank (ECB) centraal moet staan in de overlevingsstrategie voor de euro. Enkel de ECB beschikt over de middelen voor de noodzakelijke ingrepen, die een werk van lange adem zijn. Het gaat om het sanerings- en herstructureringsbeleid in de crisislanden, maar ook om de lange en aartsmoeilijke weg om tot een verregaande economische en politieke unie te komen. De ECB moet volgens die visie direct of indirect massaal overheidspapier van de noodlijdende landen opkopen. Zo wordt een escalatie van de financieringskosten voor die landen voorkomen en wordt de weg geëffend voor de aartsmoeilijke politieke onderhandelingen. Mario Draghi, de Italiaan die sinds 1 november 2011 als voorzitter aan het hoofd van de ECB staat, is een felle aanhanger van deze strategie. Lijnrecht tegenover hem staan de mensen van de Duitse centrale bank, de Bundesbank, beter bekend onder haar koosnaampje Buba. In mei 2010 hekelde Axel Weber, toen voorzitter van de Bundesbank en lid van de raad van bestuur van de ECB, openlijk het beleid van de ECB. Kort voordien had de ECB beslist obligaties van noodlijdende landen op te kopen. In februari 2011 zei Weber dat hij geen kandidaat wou zijn voor een tweede ambtstermijn als president van de Bundesbank. Meteen was het duidelijk dat hij niet in de voetsporen zou treden van Jean-Claude Trichet, de Fransman die als voorzitter van de ECB zou afzwaaien eind oktober 2011. Ook Jürgen Stark, als Buba-man lid van het directiecomité van de ECB, was erg kritisch over de ECB als opkoper van staatspapier. In september 2011 stapte Stark op als directielid en hoofdeconoom van de ECB. Later gaf hij toe dat zijn vertrek alles te maken had met het beleid van de ECB in de eurocrisis. Weber, Stark en nagenoeg de hele Bundesbank huldigen de stelling dat de regeringen orde op zaken moeten stellen en dat de Europese politieke unie er zo snel mogelijk moet komen. De voorbije weken laaide de ruzie tussen Mario Draghi en zijn getrouwen in de ECB aan de ene kant, en de Duitsers en hun aanhang (vooral Nederland en Finland) aan de andere kant, hoog op. Draghi verklaarde in juli met veel aplomb dat de ECB "alles zal doen wat nodig is om de euro te redden" en dat de acties "afdoende zullen zijn". Even later preciseerde hij wat hij voor ogen had. De ECB zou obligaties opkopen van landen bij het Europees noodfonds ESM om hulp zouden vragen en met het ESM een sanerings- en herstructureringsplan zouden overeenkomen. Jens Weidmann, de opvolger van Axel Weber als voorzitter van de Bundesbank, liet onmiddellijk weten dat hij zoiets niet zag zitten. In een uitgebreid interview met het Duitse weekblad Der Spiegel deed Weidmann vorige week zijn oppositie tegen de ECB als opkoper van staatsobligaties nog eens in geuren en kleuren uit de doeken. Draghi riposteerde met een tekst in Die Zeit waarin hij, zonder Weidmann met naam te noemen, de Duitse stellingen zwaar bekritiseerde. Het verslag van de oorlog in de ECB stond open en bloot in de Duitse media te lezen. De oppositie van de Bundesbank speelt Mario Draghi zwaar parten. Hoewel de Duitse centrale bank strikt genomen zoals alle andere nationale banken in het eurosysteem maar over één stem beschikt, weegt de Buba duidelijk veel zwaarder. Blijft de Bundesbank, om de titel van het boek van David Marsh uit 1992 te hernemen, The Bank That Rules Europe? Hoe is die enorme invloed van deze Bundesbank ontstaan? Wat maakt de visie van de Bundesbank zo anders dan die van de meeste andere nationale banken? Zal de Buba erin slagen haar eigenzinnige visie door te drukken of zal ze in het zand bijten? Een antwoord op die vragen vereist allereerst een duik in een stuk onverkwikkelijke Duitse geschiedenis. 1923 is een jaar dat stevig in het Duitse DNA zit. In november 1923 kostte in Berlijn een snee brood 428 miljard mark, voor een kilogram boter was dat ruim 6000 miljard mark. De inflatie in Duitsland liep op van 79 procent in 1920 naar 142 procent in 1921, 4200 procent in 1922 en finaal, voor zover zo'n percentage nog enige relevantie heeft, 86.000.000.000 procent in 1923. In wanhopige pogingen om de prijsescalatie voor te blijven, kregen arbeiders meerdere keren per dag hun loon uitbetaald. De echtgenotes stonden te wachten aan de poort om meteen met de dikke bundels marken naar de winkels te hollen. De oorzaak van de hyperinflatie was de massale schepping van vers geld door de Reichsbank, de toenmalige Duitse centrale bank. Die geldcreatie was een antwoord op de enorme begrotingstekorten van de Duitse overheid, die op hun beurt vooral een gevolg waren van de loodzware herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog en de forse toename van de so- ciale uitgaven die Bismarck vanaf de jaren 1880 in gang had gezet. Bovendien had Duitsland al fiks aan geldschepping gedaan om zijn oorlogsinspanningen te financieren. De hyperinflatie in Duitsland, de zwaarste in vredestijd, ontredderde zoals altijd en overal de economie en uiteindelijk de hele maatschappij. Vooral de werkende en zelfstandige middenklasse, de gepensioneerden, de ambtenaren en de militairen verarmden in ijltempo, wat de aantrekkingskracht van extremistische politieke partijen sterk verhoogde. Na de muntsanering van eind 1923 volgde een periode van stevige economische groei, maar daar kwam begin 1928 abrupt een einde aan. Samen met Polen was Duitsland het Europese land dat het hardst getroffen werd door de Grote Depressie van de jaren dertig. Het tijdens de grote inflatie van 1923 ontstoken vuur van het politiek extremisme werd een uitslaande brand en bracht de nazi's van Adolf Hitler aan de macht. Tot vandaag loopt er voor een grote meerderheid van de Duitsers een rechte lijn van inflatie naar economische ontreddering, vervolgens naar structurele politieke instabiliteit om te eindigen destructief extremisme. ' Nie wieder!' zit diep in het Duitse wezen verankerd. Geen enkel instituut belichaamt dat verlangen van de Duitse bevolking meer dan de Bundesbank, de centrale bank die voor eens en altijd een einde maakte aan onverantwoord monetair beleid. Jacques Delors, als voorzitter van de Europese Commissie in de periode 1985-1995 een van de peetvaders van de euro, merkte ooit op dat "niet alle Duitsers in God geloven, maar dat alle Duitsers wel in de Bundesbank geloven". Na de Tweede Wereldoorlog wilden de geallieerden voor West-Duitsland een staatsstructuur die zo veel mogelijk garanties bood tegen een herhaling van de drama's van 1914-1918 en 1940-1945. Omdat de Duitse oorlogszucht vooral leek voort te vloeien uit grote politieke onvrede van het Duitse publiek als gevolg van economische en monetaire ontreddering, cre-eerden de geallieerden voor de nieuwe Duitse centrale bank, de Bank deutscher Länder (BdL), een statuut dat de onafhankelijkheid van de politiek hoog in het vaandel voerde. De eerste topmensen van de BdL, Karl Bernard en Wilhelm Vocke, namen dat onafhankelijkheidsprincipe onmiddellijk zeer ter harte. Een conservatief monetair beleid, gericht op het in de hand houden van de inflatie, stond vanaf de eerste dag centraal in het BdL-beleid. Die rigoureuze houding leidde al snel tot conflicten met de regering van Konrad Adenauer. Toen de Koreaanse oorlog tot een stevige opstoot van de inflatie dreigde te leiden, verhoogde de BdL in 1950-1952 diverse keren de rente. De spanningen tussen de regering in Bonn en de BdL in Frankfurt liepen hoog op. Adenauer dreigde er zelfs mee het onafhankelijke statuut van de BdL te herzien, maar deinsde daar uiteindelijk toch voor terug. In 1957 ging de door de geallieerden opgezette BdL over in de Bundesbank. In de statuten was bepaald dat West-Duitsland opnieuw het volledige recht kreeg om een eigen monetair beleid te voeren, los van geallieerde inmenging. De status van centrale bank verheven boven de politieke heisa, bleef echter onverkort intact. Conform het voorbeeld van de BdL bleef de Bundesbank een rechtlijnig conservatief monetair beleid voeren. Zodra de inflatie opveerde of dreigde op te veren, trok de Buba de monetaire rem op, of de regering dat nu graag had of niet. De hardnekkigheid van de Buba leidde rechtstreeks tot de val van minstens drie regeringen: die van Ludwig Ehrard in 1966, van Kurt Georg Kiesinger in 1969 en van Helmut Schmidt in 1982. Ook de val van de regering van Willy Brandt in 1974 had gedeeltelijk te maken met de onverzettelijkheid van de Bundesbank. In de loop van de jaren zeventig breidde de invloedsfeer van de Bundesbank zich geleidelijk uit. Aanvankelijk domineerde zij enkel het Duitse economische gebeuren, maar naarmate de Europese eenmaking vorderde, begon haar invloed zich over heel Europa uit te breiden. Door haar prestige en geloofwaardigheid werd de Buba het ankerpunt voor monetaire stabiliteit in Europa. Dat was vooral de Fransen een doorn in het oog. De drive naar een Europese monetaire unie vloeide in belangrijke mate voort uit het Franse verlangen om de hegemonie van de Bundesbank en de D-mark te doorbreken. Niet verwonderlijk dus dat de Buba-top zich altijd verzet heeft, soms openlijk maar vooral achter de schermen, tegen het idee van een Europese eenheidsmunt. Ook vandaag overheerst bij de Buba minstens wantrouwen tegenover de euro en alles wat daarmee samenhangt. De oorlog tussen Draghi en Weidmann is de zoveelste uiting van die constante animositeit. Hoe zwaar de Bundesbank ook weegt, de voorbije 25 jaar kreeg ze toch twee keer lik op stuk van de Duitse politiek, meer bepaald van Helmut Kohl die van 1982 tot 1998 bondskanselier was. Aan zijn hand werd Angela Merkel trouwens volwassen als politica. De eerste nederlaag voor de Buba kwam er bij de Duitse hereniging in 1990. Om geen bijkomende politieke heisa te veroorzaken en een massale exodus van Oost-Duitsers naar het veel rijkere Westen te voorkomen, wilde Kohl de Oost-Duitse mark onmiddellijk en integraal gelijkschakelen met de West-Duitse mark. De Buba verzette zich daar heftig tegen, maar moest het onderspit delven. Nochtans bleek de Buba-analyse achteraf de juiste te zijn. Als gevolg van onder meer de gelijkschakeling van beide munten verloor de sowieso al krakkemikkige Oost-Duitse industrie internationaal al haar concurrentievermogen, waardoor de werkloosheid in Oost-Duitsland hoog opliep. Grote geldstromen van West naar Oost waren het gevolg. Duitsland deed er meer dan tien jaar over om de gevolgen van de hereniging budgettair enigszins onder controle te krijgen. De tweede nederlaag van de Bundesbank kwam er op het Europese toneel. De Buba-elite verzette zich met hand en tand tegen de monetaire unie, en had daar twee redenen voor. Ten eerste was er het rauwe eigenbelang. De Bundesbank domineerde het monetaire gebeuren in Europa. Overtuigd van hun missie en vooral van hun grote gelijk in monetaire kwesties, vond men bij de Buba dat ook een rechtmatig privilege. Het idee de verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid te moeten delen met pakweg Fransen en Italianen, was gewoon onacceptabel. Een tweede reden was dat de Bundesbank vond dat er eerst een politieke unie en een verregaande integratie van het so-ciaaleconomische beleid moest komen, vooraleer met enige kans op succes een duurzame en goed werkende monetaire unie tot stand kon worden gebracht. In 1963 verklaarde Buba-voorzitter Karl Blessing dat een monetaire unie vereist dat er ook "een gemeenschappelijk handelsbeleid, een gemeenschappelijk financieel en budgettair beleid, een gemeenschappelijk sociaal beleid, een gemeenschappelijk loonbeleid - kortom, een gemeenschappelijke beleidsuitstippeling die ondenkbaar is zonder een politieke unie" totstandkomt. Anno 2012 vormt de uitspraak van Blessing nog altijd het credo van de Bundesbank. De crisis in de eurozone doet het gelijk steeds nadrukkelijker in de richting van de Buba-visie opschuiven. Maar ook deze keer moest de Bundesbank inbinden. De politieke druk was te groot, zelfs voor de pitbulls van de Bundesbank. Ondanks publieke verklaringen van het tegendeel was de steun van de Bundesbank aan het europroject nooit van harte. De nostalgie naar de periode van onbetwistbare Buba-hegemonie ging hand in hand met de vernederende si- tuatie van op voet van gelijkheid in de ECB te moeten omgaan met de 'anderen'. Voor de derde keer in minder dan een kwarteeuw staat de Bundesbank vandaag tegenover een grote meerderheid, deze keer verpersoonlijkt door ECB-voorzitter Mario Draghi. In de ogen van de Buba-elite gaat het gevecht deze keer om de ziel van de ECB. Verwordt de instelling tot een verlengstuk van de politiek en verliest ze daardoor op termijn alle geloofwaardigheid, met alle gevolgen van dien voor de monetaire en politieke stabiliteit? Of houdt ze strak vast aan de monetaire orthodoxie, om de politici zo te verplichten hun verantwoordelijkheid te nemen om uit de eurocrisis te komen? Bij de Buba leeft de vrees dat ze ten derde male het onderspit zal delven in een zwaarwichtig gevecht. Jens Weidmann speelde, melden de Duitse media, zelfs met het idee om op te stappen als Buba-voorzitter. Hoe dan ook, van de uitkomst van de strijd tussen Mario Draghi en Jens Weidmann hangt niet enkel het verdere verloop van de eurocrisis af. Op langere termijn heeft hun strijd ook een belangrijke impact op ons aller welvaart. Lees Merkel beslist, blz. 3 introJOHAN VAN OVERTVELDTDe voorbije maanden won de visie veld dat de Europese Centrale Bank (ECB) centraal moet staan in de overlevings-strategie voor de euro. De Buba ziet dat helemaal niet zitten.