Net als elke andere bedrijfstak bestudeert ook de toerismesector de markt. Hij doet dat met hetzij permanente, hetzij tweejaarlijkse studies. Die peilingen bepalen trouwens de algemene politiek van de touroperators, de keuze van de bestemmingen, de hotelreserveringen en uiteraard de toedeling van chartervliegtuigen.
...

Net als elke andere bedrijfstak bestudeert ook de toerismesector de markt. Hij doet dat met hetzij permanente, hetzij tweejaarlijkse studies. Die peilingen bepalen trouwens de algemene politiek van de touroperators, de keuze van de bestemmingen, de hotelreserveringen en uiteraard de toedeling van chartervliegtuigen. Elke maand geven de reisagenten die lid zijn van ABTO, de Association of Belgian Tour Operators, hun reserverings- en afreiscijfers door aan het WES. Dat studie- en adviesbureau distilleert daaruit dan verschillende tabellen die de kortetermijntendens op de markt en het marktaandeel van elk van de leden van de vereniging weergeven. Met die cijfers in de hand geeft ABTO twee keer per jaar een persconferentie waarop ze de algemene trend op de markt voor de volgende seizoenen aangeeft, evenals de resultaten van de voorbije periode. Daarnaast voert het WES ook elk jaar een studie uit naar het reisgedrag van de Belgen. Vooral die analyse is interessant, omdat je daaruit kunt afleiden dat de Belgische toeristen niet alleen hun bestemming, maar ook het soort reis dat ze willen ondernemen, bepalen naargelang van hun sociale status of de sociaaleconomische klasse waartoe zij behoren. In tegenstelling tot wat sommigen denken, vormt bij de keuze van een verblijfplaats het aanbod van chique hotels of vakantieclubs geen prioriteit voor kaderleden of mensen die behoren tot de hogere sociale groepen van de marketingklassen A en B. Integendeel, volgens de cijfers van het WES gedragen kaderleden zich net als alle andere toeristen. Waar het vooral om draait, is de bestemming en het soort vakantie. Met andere woorden, op basis van hun budget en de desiderata van hun gezinsleden zullen de reizigers hun vakantiebestemming in de eerste plaats kiezen volgens een aantal precieze criteria: kustvakantie, culturele rondreis, vakantieclub enzovoort. Pas wanneer die selectie is gemaakt, beslissen ze over het soort huisvesting en de reisagent. Die beslissing wordt in wezen genomen op basis van het beschikbare budget en de sociale klasse waartoe ze behoren. Het WES heeft op dat vlak acht producten gedefinieerd: citytrips, culturele (rond)reizen, wintervakantie (wintersport), kusttoerisme, vakantieclubs, autoreizen, de zogenaamde seniorenreizen en de georganiseerde reizen van het korte type. Het tweede criterium zijn de bestemmingen. En hier ziet het WES twee grote groepen: reizen met minder dan vier overnachtingen en reizen met meer dan vier overnachtingen. Voor de korte reizen zijn er twee subgroepen: Belgische en Europese bestemmingen. Bij de langere reizen treffen we drie subgroepen aan: België, Europa en de niet-Europese landen. We zien ook dat, wat het type van vakantie en de keuze van bestemming betreft, elke sociale klasse zich verschillend van de andere gedraagt. Houd er wel rekening mee dat de gemiddelde consument verschillende keren per jaar op reis kan gaan. Een toerist kan één of twee weken op reis gaan in de zomer, een week uittrekken voor de wintersport en per jaar nog eens één of twee citytrips meepikken. Alles bij elkaar betekent dit dat de 4,3 miljoen reizen die de touroperators en andere reisspecialisten verkopen, eigenlijk slechts gaan over 3,5 miljoen consumenten. Abstractie makend van de reizen voor senioren, gaat het bij de 4,266 miljoen verkochte reizen in 1,05 miljoen gevallen om strandvakanties, bij voorkeur naar zonnige bestemmingen. Dan volgen, in deze volgorde, de culturele reizen, de citytrips, de wintersportreizen, de vakantieclubs, de georganiseerde reizen van het korte type en, ten slotte, de autoreizen. Uit de onderzoeksgegevens blijkt dat het professionele statuut niet echt tot consumptieverschillen leidt. Iets wat niet kan worden gezegd van de sociale klassen. Neem bijvoorbeeld 'culturele reizen', die bovenaan in het laatje liggen bij de A- en B-lagen van de bevolking, samen al goed voor 64,8 % van de aankopen. Dat wordt nog iets meer uitgesproken bij wintersportreizen: 33,7 % van de reserveringen wordt daar geboekt door toeristen die behoren tot de sociale groep A en 43,7 % door mensen uit de B-laag. Tegelijk blijken de vakantieclubs, met Club Med als marktleider, niet in de gunst te liggen bij de hogere sociale klasse. Die vertegenwoordigt amper 13 % van de reserveringen. De B-klasse, daarentegen, wordt meer aangetrokken door dergelijke packagevakanties, met een aandeel van 47,4 %. Autoreizen genieten dan weer de voorkeur van de lagere sociale klassen, die 59,5 % van de reserveringen vertegenwoordigen. Dat is ook logisch, aangezien die groepen doorgaans om budgettaire redenen de voorkeur geven aan een verblijf in een vakantiehuisje, of bij familie, of op de camping. Voor korte vakanties in België gaat de voorkeur van de kaderleden niet zozeer uit naar de kust, maar naar Wallonië en de Ardennen. Hetzelfde geldt voor de vrije beroepen. Het is een uitleg als een andere, maar het zou te maken hebben met de aantrekkingskracht van de jacht, een sport die ondanks alles vrij elitair is gebleven en vooral ten zuiden van Samber en Maas wordt beoefend. Maar waar de kaderleden en vrije beroepen zich pas echt van de andere reisconsumenten onderscheiden, is op het vlak van de korte reizen buiten België. Vlak in onze buurt lijkt Luxemburg de voorkeur weg te dragen van de kaderleden, zelfstandigen en vrije beroepen. Zo vreemd is dat niet, als we weten dat de jongste studie die door het WES werd vrijgegeven dateert van 2004, met andere woorden nog in de tijd van de couponnetjesverblijven. Meer algemeen lijken zowel de kaderleden als de vrije beroepen echter voor hun korte reizen de voorkeur te geven aan Frankrijk boven de andere Europese bestemmingen. Voor reizen van meer dan vier dagen laten de kaderleden België links liggen. Slechts 13,4 % kiest voor een vakantie aan de kust of in de Ardennen (zie tabel), terwijl de totale markt aantoont dat 22,6 % van de Belgen wel degelijk de voorkeur geeft aan een verlengd verblijf in eigen land. Binnen Europa is het ontegensprekelijk Frankrijk dat de meeste kaderleden aanlokt: 31,7 %, tegenover 21,6 % voor de totale markt. De analyse wijst uit dat deze beroepsgroep voor haar vakantie niet zozeer de toevlucht neemt tot hotelreserveringen, maar eerder een villa, mas of appartement huurt. Een andere bestemming die bij de kaderleden in de smaak valt, is Italië en meer bepaald Toscane (ook hier lijkt het element locatie te spelen). Als we het dan nog verder gaan zoeken, in Azië met vooral Thailand, of in de VS of Latijns-Amerika, dan zien we dat die bestemmingen proportioneel meer de bedrijfsleiders aantrekken dan de rest van de markt. Dat is ook logisch, want die reizen zijn duurder en vereisen hogere budgetten om met het hele gezin op reis te kunnen gaan. Michel Ghesquière